Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-07-02
ECLI:NL:RBZWB:2024:5710
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,562 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10793237 \ MB VERZ 23-424
CJIB-nummer : 1062 5422 5270 9850
uitspraakdatum : 2 juli 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep deels gegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 juli 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft op de N286 Nieuwe Postweg kruising Reimerswaalseweg te Tholen op 23 september 2022 om 16.45 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene reed aanvankelijk op de rijstrook voor de richting rechtdoor. Betrokkene is echter voorbij de stilstaande voertuigen gereden via de rijstrook voor een andere richting. Betrokkene heeft de weg voor rechtdoor gevolgd voorbij het groen uitstralende verkeerlicht. De officier van justitie heeft ten onrechte de feitcode gewijzigd in R619. Gemachtigde verwijst naar de nota van toelichting bij artikel 78 RVV en naar een arrest van hof Leeuwarden. Er is geen sprake geweest van enig gevaar voor het overige verkeer en er diende van rijstrook gewisseld te worden. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding. Gemachtigde heeft een proceskostenvergoeding ontvangen bij de beslissing van de officier van justitie maar heeft 1 punt te weinig ontvangen voor het verschijnen bij de hoorzitting. Telefonisch horen kan gelijk gesteld worden met het bijwonen van een zitting.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het hof Arnhem-Leeuwarden (Wahv 200.320.506/01) heeft in een arrest bepaald dat indien er geen aanvulling op het beroepschrift wordt gegeven bij de hoorzitting er geen sprake is van redelijkerwijs gemaakte kosten in de zin van artikel 13a, eerste lid, van de Wahv. In deze zaak is door gemachtigde geen aanvulling op het beroepschrift gegeven tijdens de hoorzitting en is daarom terecht geen halve punt voor de telefonische hoorzitting toegekend.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter verwijst naar een arrest van hof Arnhem-Leeuwarden (te vinden onder ECLI:NL:GHARL:2022:3732) waarin is geoordeeld, kort weergegeven, dat de motorrijder langzaam tussen de file mag doorrijden en tussen de twee meest linkse rijstroken mag rijden. Deze gedragscode is alleen bedoeld om toe te passen bij stilstaand of langzaam rijdend verkeer op de Nederlandse snelwegen. Deze gedraging vond niet plaats op een snelweg en betrokkene reed niet tussen een file waardoor de bestuurder op de kruising de richting diende te volgen die de voorsorteerstrook aangeeft. Betrokkene had de andere voertuigen moeten volgen op de rijstrook voor rechtdoor gaand verkeer als hij die richting wilde rijden.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Proceskostenvergoeding bij de officier van justitie
De kantonrechter volgt de officier van justitie in het standpunt dat er geen aanvullend verweer is gevoerd bij de hoorzitting. Zoals door het hof Arnhem-Leeuwarden is bepaald is er daarom geen sprake van redelijkerwijs gemaakte kosten in de zin van artikel 13a, eerste lid, van de Wahv.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.