Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-06-13
ECLI:NL:RBZWB:2024:4303
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,456 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/422863 / JE RK 24-995
Datum uitspraak: 13 juni 2024
Beschikking betreffende wijziging van de omgangsregeling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI),
betreffende
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2021 te [plaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [plaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het op 29 mei ontvangen verzoekschrift van de GI, met bijlagen;
- de brief van de GI van 13 juni 2024, ontvangen op 13 juni 2024.
Feiten
2.1.
De vader heeft de minderjarige [minderjarige] erkend.
2.2.
De ouders zijn blijkens de aantekening in het centraal gezagsregister sinds 21 december 2022 gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarige [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.4.
Bij vonnis van 23 september 2021 heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, een voorlopige omgangsregeling vastgesteld inhoudende dat de vader en de [minderjarige] gerechtigd zijn tot omgang met elkaar gedurende elke woensdag van 16.00 uur tot 18.00 uur, een weekend per twee weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur en in het andere weekend, naast het contact op woensdag, ook nog gedurende twee uur op een in onderling overleg te bepalen moment op vrijdag, zaterdag of zondag en zijn partijen voorts voor (jeugd)hulpverlening verwezen naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Zeeland (KisZ).
2.5.
Bij beschikking van 12 augustus 2022 is de [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 12 augustus 2022 en tot 12 augustus 2023. De ondertoezichtstelling is vervolgens bij beschikking van 4 augustus 2023 verlengd, met ingang van 12 augustus 2023 en tot 12 augustus 2024.
2.6.
Bij beschikking van 21 december 2023 is bepaald dat de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] wordt ingericht en uitgevoerd onder de regie van de GI en dat partijen gehouden zijn de aanwijzingen van de GI daarover op te volgen.
2.7.
De man heeft de Belgische nationaliteit. De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, de zorgregeling vast te stellen (en naar de kinderrechter begrijpt de op 21 december 2023 vastgestelde zorgregeling te wijzigen) en te bepalen dat [minderjarige] elke donderdag van 17:00 uur tot 19:00 uur bij de vader verblijft en daar eet, waarbij de vader voorziet in het vervoer van [minderjarige] .
Beoordeling
4.1.
Bij brief van 13 juni 2024 heeft de GI het verzoek tot het wijzigen van de zorgregeling ingetrokken. Ter onderbouwing geeft de GI aan dat er in het weekend van 1 juni 2024, in het bijzijn van de [minderjarige] , een heftige escalatie heeft plaatsgevonden tussen de ouders, waarbij de betrokkenheid van politie noodzakelijk was. Naar aanleiding daarvan acht de GI de verzochte zorgregeling thans niet haalbaar en evenmin in het belang van de [minderjarige] .
4.2.
Nu de GI het verzoek tot wijziging van de zorgregeling heeft ingetrokken, kan dit verzoek niet verder worden beoordeeld. Daarom zal de kinderrechter het verzoek van de GI afwijzen.
4.3.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Haesen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2024, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.