Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-26
ECLI:NL:RBZWB:2024:425
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,049 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2658
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] B.V., belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 2 mei 2023. Het beroep ziet op de aanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 11 januari 2021 tot en met 31 december 2021 met [aanslagnummer] V.16.0112.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat [gemachtigde] geen machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door [gemachtigde] . Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van [belanghebbende] B.V. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit het beroep in te stellen namens [belanghebbende] B.V. De rechtbank heeft hem bij brief van 3 mei 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen en tevens verzocht een uittreksel uit het handelsregister te overleggen. Het uittreksel is noodzakelijk om vast te stellen of de machtiging is afgegeven door een daarvoor bevoegd persoon.. [gemachtigde] heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend.
5. Het verzoek is herhaald bij aangetekend verzonden brief van 13 juni 2023. Deze brief is dezelfde dag ook per gewone post verzonden. De aangetekende brief is ongeopend ter griffie terugontvangen met de aantekening van PostNL ‘Niet afgehaald. Omdat op dezelfde dag ook de brief per gewone post is verzonden is het verzoek niet nogmaals gedaan. De brieven zijn verstuurd naar het door [gemachtigde] opgegeven adres.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
6. [gemachtigde] heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat [gemachtigde] niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
Conclusie
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 26 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.