Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-26
ECLI:NL:RBZWB:2024:423
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,279 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/3998
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
en
De heffingsambtenaar van de gemeente Goirle, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 5 juli 2023. Het beroep ziet op de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van het pand [adres] te ( [postcode] ) [plaats] met [aanslagnummer] alsmede de gelijktijdig opgelegde aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft belanghebbende bij brief van 2 augustus 2023 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 31 augustus 2023 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 2 september 2023 om 13:28 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
5. Belanghebbende heeft het griffierecht niet (op tijd) betaald.
Is het niet (tijdig) betalen verontschuldigbaar?
6. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Belanghebbende is het er niet mee eens dat hij griffierecht moet betalen. Op advies van de gemeente en de rechtsmiddelverwijzing in de uitspraak op bezwaar is belanghebbende in beroep gegaan bij de rechtbank. Aan belanghebbende is door de gemeente niet medegedeeld dat hij dan griffierecht van € 50,- is verschuldigd. Belanghebbende heeft aangegeven dat hij het griffierecht niet gaat betalen, en dat hij vindt dat de heffingsambtenaar dat namens hem moet doen. Aan belanghebbende is bij brief van 7 augustus 2023 medegedeeld dat de indiener van het beroep griffierecht is verschuldigd. De door belanghebbende genoemde gang van zaken kan niet worden aangemerkt als een geldige reden waarom belanghebbende het griffierecht niet hoeft te betalen. In de vervolgcorrespondentie is de waarschuwing gegeven dat als het griffierecht niet binnen de gestelde termijn wordt betaald het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Belanghebbende heeft het griffierecht niet betaald en er is geen (aanvullende) verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 26 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht.