Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-17
ECLI:NL:RBZWB:2024:4046
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,091 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10679013 \ MB VERZ 23-443
CJIB-nummer : 8062 5422 5002 2482
uitspraakdatum : 17 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Namens betrokkene is daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.T.J. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op 7 juni 2022 op het Kloosterplein te Breda.
De gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach heeft namens betrokkene pro-forma beroep ingesteld bij de kantonrechter. In het pro-forma beroepschrift staat vermeld dat betrokkene de gedraging ontkent en dat de gemachtigde de beroepsgronden op een later moment zal aanvullen. Gemachtigde is bij aangetekende brief een termijn gegeven tot 9 oktober 2023 om de gronden aan te vullen. De gemachtigde heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft weliswaar de gedraging ontkend, maar de verbalisant heeft gezien dat betrokkene een telefoon in zijn rechterhand aan zijn rechteroor hield. De zittingsvertegenwoordiger ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant omschrijft in het zaaksoverzicht dat hij heeft gezien dat betrokkene een telefoon van Apple aan zijn rechteroor hield tijdens het fietsen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.