Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-06-10
ECLI:NL:RBZWB:2024:3916
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
818 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2627
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: mr. F.J. Boomaars),
en
De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 29 maart 2023. Deze uitspraak ziet op de rekening motorrijtuigenbelasting (hierna: MRB) over de periode van 1 januari 2023 tot en met 21 februari 2023 met [kenmerk] voor het voertuig met het [kenteken].
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Belanghebbende is in bezwaar gekomen tegen een aan hem uitgereikte, onbetaalde rekening MRB. Belanghebbende meent dat zijn bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
3. De MRB is een belasting op aangifte die moet worden voldaan. De MRB moet zijn betaald vóór aanvang van het tijdvak (van drie maanden). Belanghebbende is zelf verantwoordelijk voor de tijdige voldoening van de MRB. Het verzenden van een rekening MRB heeft slechts de functie belanghebbende te herinneren aan zijn betalingsverplichting. Tegen een niet betaalde rekening MRB kan geen bezwaar worden gemaakt. Zo’n rekening is op zichzelf geen voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in artikel 26 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
4. De rechtbank overweegt dat de omstandigheid dat geen bezwaar kan worden gemaakt tegen een rekening niet betekent dat er geen rechtsbescherming is. Als belanghebbende belasting op aangifte voldoet, kan hij bezwaar maken tegen die voldoening. Wanneer belanghebbende de verschuldigde belasting niet voldoet en daarom een naheffingsaanslag wordt opgelegd, staat bezwaar en beroep open tegen die naheffingsaanslag.
5. De rechtbank is van oordeel dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond.
6. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 10 juni 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.