Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-11
ECLI:NL:RBZWB:2024:384
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
849 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/6050
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 januari 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: mr. J.W. Vughts),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Hilvarenbeek, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 24 november 2022.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 4 januari 2024 op zitting behandeld. Belanghebbende en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [naam] en [taxateur].
Beoordeling
2. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 31 mei 2022 de waarde van de onroerende zaak [adres], te [plaats] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 916.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Hilvarenbeek voor het jaar 2022 opgelegd (de aanslag OZB).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de waarde van de woning verlaagd naar € 827.000. In het verweerschrift is door de heffingsambtenaar vermeld dat de waarde van de woning inmiddels is verlaagd naar
€ 546.000. Kort voor de zitting heeft belanghebbende aangegeven het hiermee eens te zijn.
Dit betekent dat de heffingsambtenaar volledig is tegemoetgekomen aan belanghebbende. Het belang bij een beoordeling van de uitspraak op bezwaar is daarmee komen te vervallen.
3. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding om de heffingsambtenaar te veroordelen tot het vergoeden van het griffierecht. De rechtbank ziet evenmin aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van I. Zouhaïr, griffier, op 11 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.