Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-15
ECLI:NL:RBZWB:2024:3791
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,171 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10956302 \ MB VERZ 24-167
CJIB-nummer : 0062 5422 5694 1037
uitspraakdatum : 15 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
[adres]
[plaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 12 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Europalaan te Kaatsheuvel op 6 april 2023 om 18.52 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene betwijfelt of haar voertuig is geflitst. Ze reed achter een auto die harder reed en niet staande is gehouden. Betrokkene vindt het discriminerend dat zij wel staande is gehouden en de andere bestuurder niet terwijl deze wel harder reed.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De meting is verricht met behulp van een laser, en de verbalisanten zijn ervoor opgeleid om deze te bedienen. Er wordt alleen een resultaat getoond als de meting goed is verricht. Er is geen reden te twijfelen aan de meting. De gedraging staat vast.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd, te twijfelen of haar voertuig wel is geflitst, geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Betrokkene voert aan dat in dezelfde situatie aan een ander, die minstens zo hard reed, geen boete is opgelegd.
Van schending van het gelijkheidsbeginsel kan sprake zijn wanneer zonder geldige reden ten nadele van betrokkene is afgeweken van het handhavingsbeleid. De kantonrechter overweegt dat bij een dergelijke snelheidscontrole niet iedereen kan worden beboet, omdat maar van één auto tegelijk de snelheid kan worden gemeten. De omstandigheid dat er aan een andere overtreder geen boete wordt opgelegd, zoals betrokkene stelt, leidt dan ook niet tot schending van het gelijkheidsbeginsel of willekeur.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.