Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-06-04
ECLI:NL:RBZWB:2024:3710
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
958 tokens
Inleiding
vRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/3588
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2024 op het verzet van
[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: [naam] ),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 december 2023 in het geding tussen
belanghebbende
en
De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 15 december 2023 waarin de rechtbank de inspecteur met toepassing van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht heeft veroordeeld in het vergoeden van de proceskosten van belanghebbende.
2. De rechtbank heeft het verzet op 21 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur, mr. [inspecteur] .
3. Tussen partijen is ter zitting bij wijze van compromis de volgende overeenstemming bereikt:
Partijen zijn het erover eens dat belanghebbende recht heeft op een (proces)kostenvergoeding van in totaal € 3.000 voor de bezwaar-, beroep- en verzetfase tezamen. Bij de uitbetaling van deze kostenvergoeding zal de inspecteur de reeds aan belanghebbende uitbetaalde proceskostenvergoedingen in mindering brengen op het totaalbedrag van € 3.000.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3000.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.H. van Schaik, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 4 juni 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is
gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.