Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-28
ECLI:NL:RBZWB:2024:3465
Strafrecht
Op tegenspraak
8,226 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02/009621-23
vonnis van de meervoudige kamer van 28 mei 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte] (voorheen [achternaam] )
geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsman mr. D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Almere
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 mei 2024, waarbij de officier van justitie mr. L. van Hemert, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte als bestuurder van een personenauto (ernstig) gevaar voor andere weggebruikers op de openbare weg heeft veroorzaakt door aldaar verschillende (ernstige) verkeersovertredingen te begaan. Dit is in twee juridische varianten ten laste gelegd.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit (artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW)) wettig en overtuigend bewezen, namelijk dat verdachte zodanig ernstig de verkeersregels heeft geschonden dat daardoor voorzienbaar was dat levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel te duchten was. Zij baseert dat op de inhoud van het dossier en de bekennende verklaring van verdachte ter zitting.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van het niet gebruiken van een autogordel. Ten aanzien hiervan verzoekt de verdediging verdachte partieel vrij te spreken.
4.3
Beoordeling
4.3.1
Vaststelling van feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt vast dat verdachte op 30 december 2022 omstreeks 22.20 uur een personenauto (Audi S3) heeft bestuurd op de snelwegen A16 en A17 ter hoogte van de gemeentes Roosendaal, Moerdijk en/of omliggende gemeentes. Het was donker en de snelweg A17 was grotendeels onverlicht. Verdachte werd door een dienstvoertuig ingehaald, waarna hij het dienstvoertuig met een veel te hoge snelheid rechts heeft ingehaald. De verbalisanten hebben daarop middels een transparant aan de voorzijde van hun voertuig aan verdachte een stopteken gegeven dat verdachte niet opvolgde. Verdachte verhoogde juist de snelheid van zijn auto tot circa 230 kilometer per uur, waarna de verbalisanten de optische en geluidsignalen van hun voertuig aanzetten. De verbalisanten hebben waargenomen dat de auto van verdachte een aantal keren moest remmen en dat hij daarbij lichtsignalen met zijn koplampen aan andere weggebruikers voor zich gaf, waarna hij zijn weg weer met hoge snelheid vervolgde. Verdachte nam vervolgens meermaals een afslag zonder richting aan te geven. Op dit moment waren er meerdere voertuigen aan het in- en uitvoegen op of van de snelweg. Terwijl zij in de achtervolging zaten, voelden de verbalisanten bovendien dat de tractie van hun voertuig verminderde doordat de wegen vochtig waren.
4.3.2
De bewijsmiddelen
Op grond van de hierboven weergegeven vaststaande feiten en omstandigheden acht de rechtbank het primaire feit wettig en overtuigend bewezen. Deze feiten en omstandigheden zijn gegrond op de volgende bewijsmiddelen:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 14 mei 2024;
- het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] , pagina’s 11 en 12 ;
- het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , pagina 9;
- het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] d.d. 12 januari 2023 met nummer PL2000-2022345396-14.
4.3.3
Partiële vrijspraak
Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte tijdens het rijden zijn autogordels niet heeft gebruikt. Hiervoor bevat het dossier onvoldoende bewijs, temeer nu verdachte dit heeft ontkend. Zij zal verdachte hiervan dan ook partieel vrijspreken.
Omdat verdachte de bewezenverklaarde verkeersgedragingen bekent en de raadsman geen vrijspraak van het primaire feit heeft bepleit, maar zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank zal worden volstaan met een opgave van de bovengenoemde bewijsmiddelen.
Wanneer in de opgave van de bewijsmiddelen wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2022345396 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 24.
4.3.4
De juridische kwalificatie
Het primair ten laste gelegde feit is toegesneden op artikel 5a WVW. De rechtbank moet in dat verband beoordelen of verdachte (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.De rechtbank heeft bij de beoordeling van dit feit gekeken naar de bedoeling van de wetgever, zoals die blijkt uit de totstandkomingsgeschiedenis van het genoemde artikel.
a. schenden van verkeersregels
De vraag is of de hierboven genoemde bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte zijn aan te merken als het schenden van de verkeersregels, zoals bedoeld in artikel 5a WVW. In dat artikel zijn een twaalftal gedragingen uitdrukkelijk, maar niet limitatief, benoemd als voorbeeld van het schenden van de verkeersregels. Het gevaarlijk inhalen (bestaande uit het rechts inhalen van voertuigen met hoge snelheid), het overschrijden van de vastgestelde maximumsnelheid en het niet opvolgen van verkeersaanwijzingen van daartoe bevoegde personen worden uitdrukkelijk in het eerste lid van het artikel genoemd.
Daarmee stelt de rechtbank vast dat verdachte de verkeersregels in het kader van artikel 5a WVW heeft geschonden. b. in ernstige mateArtikel 5a WVW heeft alleen betrekking op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. Volgens de wetgever gaat het daarbij bijvoorbeeld om het meerdere keren of gedurende langere tijd schenden van een verkeersregel, of het schenden van meerdere verkeersregels. Gekeken moet worden naar het samenstel van de gedragingen van de verdachte, waarbij alle omstandigheden en overige feiten in ogenschouw worden genomen.
Uit de hierboven genoemde vastgestelde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat sprake is van een aaneenschakeling van gevaarlijke verkeersovertredingen en is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. c. opzettelijkVolgens de wetgever moet het opzet van de verdachte zowel zijn gericht op het schenden van de verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regels.Niet vereist is dat het opzet van verdachte was gericht op het gevolg, namelijk dat door het in ernstige mate schenden van de verkeersregels levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.Uit de gedragingen van verdachte leidt de rechtbank af dat verdachte wilde ontkomen aan het hem achtervolgende voertuig waarin de politie-ambtenaren zaten. Met dat doel heeft hij opzettelijk en in ernstige mate meerdere verkeersregels geschonden.
d. gevaar te duchten
Om vast te stellen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest.De rechtbank acht het voorzienbaar dat een gevaarlijke situatie op de weg ontstaat met kans op overlijden of zwaar lichamelijk letsel van andere weggebruikers als gevolg wanneer een bestuurder van een auto aan de politie tracht te ontkomen en daartoe met een veel te hoge snelheid auto’s rechts inhaalt en voor hem rijdende auto’s met lichtsignalen aangeeft dat hij voorbij hen wil rijden. Dit alles gebeurde in de avond, terwijl het donker was, op een grotendeels onverlichte snelweg. Verdachte heeft daarnaast meerdere keren geen richting aangegeven bij het afslaan, terwijl er meerdere voertuigen aan het in- en uitvoegen waren op of van de snelweg. Bovendien voelden de verbalisanten tijdens de achtervolging op een gegeven moment dat de tractie van hun voertuig verminderde doordat de wegen vochtig waren.
Beoordeling
Verdachte heeft zich op 30 december 2022 als bestuurder van een personenauto schuldig gemaakt aan ernstige gevaarzetting als bedoeld in artikel 5a WVW. Door zijn rijgedrag, zoals hierboven al is beschreven, heeft verdachte onaanvaardbare risico’s genomen en andere weggebruikers ernstig in gevaar gebracht. Verkeersdeelnemers zijn voor hun veiligheid immers niet alleen afhankelijk van hun eigen rijgedrag, maar ook van het gedrag van anderen. Verdachte heeft in zijn drang te ontkomen aan de politie zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van de veiligheid van zijn medeweggebruikers onvoldoende in acht genomen. De rechtbank rekent hem dat zwaar aan.
De rechtbank houdt ook ten nadele van verdachte rekening met het feit dat verdachte in 2020 en 2023 (tweemaal) een boete opgelegd heeft gekregen voor het rijden zonder rijbewijs in de periode van april 2020 t/m juni 2022, en in 2023 voor een snelheidsovertreding.
Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de nog jonge leeftijd van verdachte (hij is nu 19 jaar). Ook houdt de rechtbank rekening met het werk van verdachte. Hij heeft verklaard, dat hij een eigen bedrijf heeft, te weten een massagesalon op locatie, waarvoor hij zijn rijbewijs nodig heeft.
Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij in paniek raakte toen hij merkte dat hij werd achtervolgd door de politie. Verdachte heeft op zitting niet overtuigend kunnen uitleggen waarom hij in paniek raakte. De rechtbank acht dit derhalve niet aannemelijk en vermoedt dat verdachte om andere redenen wilde ontkomen aan de politie. Die zijn echter niet duidelijk geworden. Hij heeft de rechtbank er ook niet volledig van kunnen overtuigen dat hij in de toekomst niet meer zulk rijgedrag zal vertonen. Dat is de reden waarom de rechtbank het noodzakelijk en ook passend vindt om een deels voorwaardelijke rijontzegging op te leggen.
De rechtbank is op grond van de hiervoor besproken ernst van het bewezen verklaarde feit, de genoemde persoonlijke omstandigheden van verdachte en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, van oordeel dat een taakstraf van 120 uur (subsidiair 60 dagen hechtenis) en een ontzegging van de rijbevoegdheid van twaalf maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingeleverd is geweest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, dient te worden opgelegd. Het rijbewijs van verdachte is al 6 maanden ingeleverd geweest. Dat betekent dat verdachte vooralsnog zijn rijbewijs kan gebruiken, tenzij hij wederom in de fout gaat.
De rechtbank ziet anders dan de officier van justitie geen aanleiding om daarnaast nog een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
7De wettelijke voorschriften
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;
Bijkomende straffen
- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de rijontzegging.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, mr. C.H.W.M. Sterk en mr. P.A.M. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van E.A.J. de Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 mei 2024.
Bijlage I
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 30 december 2022, in de gemeente Roosendaal en/of Moerdijk en/of in omliggende gemeentes, althans in Nederland, als bestuurder van eenmotorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg(en), A17 en/of A16 zich (meermalen) opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstigemate werden geschonden door- gevaarlijk in te halen, namelijk door een of meer voertuigen rechts in te halen en/of- (voortdurend) met een (veel) te hoge snelheid te rijden en/of (telkens) de maximum toegestane snelheid in aanzienlijke mate te overschrijden en/of- verkeersaanwijzingen van daartoe op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegde personen niet op te volgen, namelijk door geen gevolg te geven aan doorpolitieambtenaren gegeven stopteken(s) en/of- met hoge snelheden meerdere motorrijtuigen gevaarlijk in te halen en voorbij te rijden waarbij hij (onnodig) lichtsignalen gaf en/of- meermalen af te slaan zonder dit aan te geven met zijn knipperlichten en/of- zijn autogordel niet te gebruiken,door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;( art 5a lid 1 Wegenverkeerswet 1994 )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 30 december 2022, in de gemeente Roosendaal en/of Moerdijk en/of in omliggende gemeentes, althans in Nederland, als bestuurder van eenmotorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg(en), A17 en/of A16- gevaarlijk heeft ingehaald, namelijk door een of meer voertuigen rechts in te halen en/of- (voortdurend) met een (veel) te hoge snelheid heeft gereden en/of (telkens) de maximum toegestane snelheid in aanzienlijke mate heeft overschreden en/of- verkeersaanwijzingen van daartoe op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegde personen niet heeft opgevolgd, namelijk geen gevolg gegeven aan doorpolitieambtenaren gegeven stopteken(s) en/of- met hoge snelheden meerdere motorrijtuigen gevaarlijk heeft ingehaald en voorbij gereden waarbij hij (onnodig) lichtsignalen gaf en/of- meermalen is afgeslagen zonder dit aan te geven met zijn knipperlichten en/of- zijn autogordel niet heeft gebruikt,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,althans kon worden gehinderd;( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02/009621-23
vonnis van de meervoudige kamer van 28 mei 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte] (voorheen [achternaam] )
geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsman mr. D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Almere
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 mei 2024, waarbij de officier van justitie mr. L. van Hemert, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte als bestuurder van een personenauto (ernstig) gevaar voor andere weggebruikers op de openbare weg heeft veroorzaakt door aldaar verschillende (ernstige) verkeersovertredingen te begaan. Dit is in twee juridische varianten ten laste gelegd.
3De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit (artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW)) wettig en overtuigend bewezen, namelijk dat verdachte zodanig ernstig de verkeersregels heeft geschonden dat daardoor voorzienbaar was dat levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel te duchten was. Zij baseert dat op de inhoud van het dossier en de bekennende verklaring van verdachte ter zitting.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van het niet gebruiken van een autogordel. Ten aanzien hiervan verzoekt de verdediging verdachte partieel vrij te spreken.
4.3
Beoordeling
4.3.1
Vaststelling van feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt vast dat verdachte op 30 december 2022 omstreeks 22.20 uur een personenauto (Audi S3) heeft bestuurd op de snelwegen A16 en A17 ter hoogte van de gemeentes Roosendaal, Moerdijk en/of omliggende gemeentes. Het was donker en de snelweg A17 was grotendeels onverlicht. Verdachte werd door een dienstvoertuig ingehaald, waarna hij het dienstvoertuig met een veel te hoge snelheid rechts heeft ingehaald. De verbalisanten hebben daarop middels een transparant aan de voorzijde van hun voertuig aan verdachte een stopteken gegeven dat verdachte niet opvolgde. Verdachte verhoogde juist de snelheid van zijn auto tot circa 230 kilometer per uur, waarna de verbalisanten de optische en geluidsignalen van hun voertuig aanzetten. De verbalisanten hebben waargenomen dat de auto van verdachte een aantal keren moest remmen en dat hij daarbij lichtsignalen met zijn koplampen aan andere weggebruikers voor zich gaf, waarna hij zijn weg weer met hoge snelheid vervolgde. Verdachte nam vervolgens meermaals een afslag zonder richting aan te geven. Op dit moment waren er meerdere voertuigen aan het in- en uitvoegen op of van de snelweg. Terwijl zij in de achtervolging zaten, voelden de verbalisanten bovendien dat de tractie van hun voertuig verminderde doordat de wegen vochtig waren.
4.3.2
De bewijsmiddelen
Op grond van de hierboven weergegeven vaststaande feiten en omstandigheden acht de rechtbank het primaire feit wettig en overtuigend bewezen. Deze feiten en omstandigheden zijn gegrond op de volgende bewijsmiddelen:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 14 mei 2024;
- het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] , pagina’s 11 en 12 ;
- het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , pagina 9;
- het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] d.d. 12 januari 2023 met nummer PL2000-2022345396-14.
4.3.3
Partiële vrijspraak
Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte tijdens het rijden zijn autogordels niet heeft gebruikt. Hiervoor bevat het dossier onvoldoende bewijs, temeer nu verdachte dit heeft ontkend. Zij zal verdachte hiervan dan ook partieel vrijspreken.
Omdat verdachte de bewezenverklaarde verkeersgedragingen bekent en de raadsman geen vrijspraak van het primaire feit heeft bepleit, maar zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank zal worden volstaan met een opgave van de bovengenoemde bewijsmiddelen.
Wanneer in de opgave van de bewijsmiddelen wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2022345396 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 24.
4.3.4
De juridische kwalificatie
Het primair ten laste gelegde feit is toegesneden op artikel 5a WVW. De rechtbank moet in dat verband beoordelen of verdachte (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.De rechtbank heeft bij de beoordeling van dit feit gekeken naar de bedoeling van de wetgever, zoals die blijkt uit de totstandkomingsgeschiedenis van het genoemde artikel.
a. schenden van verkeersregels
De vraag is of de hierboven genoemde bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte zijn aan te merken als het schenden van de verkeersregels, zoals bedoeld in artikel 5a WVW. In dat artikel zijn een twaalftal gedragingen uitdrukkelijk, maar niet limitatief, benoemd als voorbeeld van het schenden van de verkeersregels. Het gevaarlijk inhalen (bestaande uit het rechts inhalen van voertuigen met hoge snelheid), het overschrijden van de vastgestelde maximumsnelheid en het niet opvolgen van verkeersaanwijzingen van daartoe bevoegde personen worden uitdrukkelijk in het eerste lid van het artikel genoemd.
Daarmee stelt de rechtbank vast dat verdachte de verkeersregels in het kader van artikel 5a WVW heeft geschonden. b. in ernstige mateArtikel 5a WVW heeft alleen betrekking op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. Volgens de wetgever gaat het daarbij bijvoorbeeld om het meerdere keren of gedurende langere tijd schenden van een verkeersregel, of het schenden van meerdere verkeersregels. Gekeken moet worden naar het samenstel van de gedragingen van de verdachte, waarbij alle omstandigheden en overige feiten in ogenschouw worden genomen.
Uit de hierboven genoemde vastgestelde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat sprake is van een aaneenschakeling van gevaarlijke verkeersovertredingen en is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels. c. opzettelijkVolgens de wetgever moet het opzet van de verdachte zowel zijn gericht op het schenden van de verkeersregels als op het in ernstige mate schenden van die regels.Niet vereist is dat het opzet van verdachte was gericht op het gevolg, namelijk dat door het in ernstige mate schenden van de verkeersregels levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.Uit de gedragingen van verdachte leidt de rechtbank af dat verdachte wilde ontkomen aan het hem achtervolgende voertuig waarin de politie-ambtenaren zaten. Met dat doel heeft hij opzettelijk en in ernstige mate meerdere verkeersregels geschonden.
d. gevaar te duchten
Om vast te stellen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest.De rechtbank acht het voorzienbaar dat een gevaarlijke situatie op de weg ontstaat met kans op overlijden of zwaar lichamelijk letsel van andere weggebruikers als gevolg wanneer een bestuurder van een auto aan de politie tracht te ontkomen en daartoe met een veel te hoge snelheid auto’s rechts inhaalt en voor hem rijdende auto’s met lichtsignalen aangeeft dat hij voorbij hen wil rijden. Dit alles gebeurde in de avond, terwijl het donker was, op een grotendeels onverlichte snelweg. Verdachte heeft daarnaast meerdere keren geen richting aangegeven bij het afslaan, terwijl er meerdere voertuigen aan het in- en uitvoegen waren op of van de snelweg. Bovendien voelden de verbalisanten tijdens de achtervolging op een gegeven moment dat de tractie van hun voertuig verminderde doordat de wegen vochtig waren.
Beoordeling
Verdachte heeft zich op 30 december 2022 als bestuurder van een personenauto schuldig gemaakt aan ernstige gevaarzetting als bedoeld in artikel 5a WVW. Door zijn rijgedrag, zoals hierboven al is beschreven, heeft verdachte onaanvaardbare risico’s genomen en andere weggebruikers ernstig in gevaar gebracht. Verkeersdeelnemers zijn voor hun veiligheid immers niet alleen afhankelijk van hun eigen rijgedrag, maar ook van het gedrag van anderen. Verdachte heeft in zijn drang te ontkomen aan de politie zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van de veiligheid van zijn medeweggebruikers onvoldoende in acht genomen. De rechtbank rekent hem dat zwaar aan.
De rechtbank houdt ook ten nadele van verdachte rekening met het feit dat verdachte in 2020 en 2023 (tweemaal) een boete opgelegd heeft gekregen voor het rijden zonder rijbewijs in de periode van april 2020 t/m juni 2022, en in 2023 voor een snelheidsovertreding.
Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de nog jonge leeftijd van verdachte (hij is nu 19 jaar). Ook houdt de rechtbank rekening met het werk van verdachte. Hij heeft verklaard, dat hij een eigen bedrijf heeft, te weten een massagesalon op locatie, waarvoor hij zijn rijbewijs nodig heeft.
Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij in paniek raakte toen hij merkte dat hij werd achtervolgd door de politie. Verdachte heeft op zitting niet overtuigend kunnen uitleggen waarom hij in paniek raakte. De rechtbank acht dit derhalve niet aannemelijk en vermoedt dat verdachte om andere redenen wilde ontkomen aan de politie. Die zijn echter niet duidelijk geworden. Hij heeft de rechtbank er ook niet volledig van kunnen overtuigen dat hij in de toekomst niet meer zulk rijgedrag zal vertonen. Dat is de reden waarom de rechtbank het noodzakelijk en ook passend vindt om een deels voorwaardelijke rijontzegging op te leggen.
De rechtbank is op grond van de hiervoor besproken ernst van het bewezen verklaarde feit, de genoemde persoonlijke omstandigheden van verdachte en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, van oordeel dat een taakstraf van 120 uur (subsidiair 60 dagen hechtenis) en een ontzegging van de rijbevoegdheid van twaalf maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingeleverd is geweest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, dient te worden opgelegd. Het rijbewijs van verdachte is al 6 maanden ingeleverd geweest. Dat betekent dat verdachte vooralsnog zijn rijbewijs kan gebruiken, tenzij hij wederom in de fout gaat.
De rechtbank ziet anders dan de officier van justitie geen aanleiding om daarnaast nog een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
7De wettelijke voorschriften
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;
Bijkomende straffen
- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de rijontzegging.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, mr. C.H.W.M. Sterk en mr. P.A.M. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van E.A.J. de Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 mei 2024.
Bijlage I
De tenlastelegging
hij op of omstreeks 30 december 2022, in de gemeente Roosendaal en/of Moerdijk en/of in omliggende gemeentes, althans in Nederland, als bestuurder van eenmotorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg(en), A17 en/of A16 zich (meermalen) opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstigemate werden geschonden door- gevaarlijk in te halen, namelijk door een of meer voertuigen rechts in te halen en/of- (voortdurend) met een (veel) te hoge snelheid te rijden en/of (telkens) de maximum toegestane snelheid in aanzienlijke mate te overschrijden en/of- verkeersaanwijzingen van daartoe op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegde personen niet op te volgen, namelijk door geen gevolg te geven aan doorpolitieambtenaren gegeven stopteken(s) en/of- met hoge snelheden meerdere motorrijtuigen gevaarlijk in te halen en voorbij te rijden waarbij hij (onnodig) lichtsignalen gaf en/of- meermalen af te slaan zonder dit aan te geven met zijn knipperlichten en/of- zijn autogordel niet te gebruiken,door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;( art 5a lid 1 Wegenverkeerswet 1994 )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 30 december 2022, in de gemeente Roosendaal en/of Moerdijk en/of in omliggende gemeentes, althans in Nederland, als bestuurder van eenmotorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg(en), A17 en/of A16- gevaarlijk heeft ingehaald, namelijk door een of meer voertuigen rechts in te halen en/of- (voortdurend) met een (veel) te hoge snelheid heeft gereden en/of (telkens) de maximum toegestane snelheid in aanzienlijke mate heeft overschreden en/of- verkeersaanwijzingen van daartoe op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegde personen niet heeft opgevolgd, namelijk geen gevolg gegeven aan doorpolitieambtenaren gegeven stopteken(s) en/of- met hoge snelheden meerdere motorrijtuigen gevaarlijk heeft ingehaald en voorbij gereden waarbij hij (onnodig) lichtsignalen gaf en/of- meermalen is afgeslagen zonder dit aan te geven met zijn knipperlichten en/of- zijn autogordel niet heeft gebruikt,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,althans kon worden gehinderd;( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )