Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-05-08
ECLI:NL:RBZWB:2024:3254
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,306 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaak/rolnr.: 10634225 CV EXPL 23-2988
vonnis d.d. 8 mei 2024
inzake
[eiseres] B.V.,
(statutair) gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: [B.V.] te [plaats] ,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
wonende te [woonadres 1] ,
gedaagde sub 1,
procederend in persoon,
en
2 [gedaagde sub 2] ,
wonende te [woonadres 2] ,
gedaagde sub 2,
gemachtigde: mr. H. Sanli, advocaat te Helmond.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres] ”, “ [gedaagde sub 1] ” en “ [gedaagde sub 2] ”.
1Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het tussenvonnis in deze zaak van 17 januari 2024 met de daarin genoemde processtukken;
b. de akte van [eiseres] van 14 februari 2024 met producties;
c. de antwoordakte van [gedaagde sub 2] van 10 april 2024 met producties.
2De verdere beoordeling
2.1
In voornoemd tussenvonnis is [eiseres] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de redelijkheid van de gevorderde vergoeding, waarbij zij tevens diende in te gaan op het bepaalde in de artikelen 7:408, 7:411 en 7:413 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.2
[eiseres] voert aan dat de overeengekomen courtage (na verkoop van de woning) veel hoger zou zijn uitgevallen dan de in rekening gebrachte annuleringsvergoeding. Bovendien zijn [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op grond van de overeenkomst eenmalige opstartkosten van € 395,00 (exclusief btw) verschuldigd. Zij hebben echter tot op heden geen enkel bedrag hoeven betalen aan [eiseres] . Er waren al wel werkzaamheden verricht ten behoeve van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , namelijk het taxeren van de woning, telefonisch contact tussen partijen, een vervolggesprek tussen partijen op het kantoor van [eiseres] , het checken van het Kadaster, het opvragen van rapporten, het aanvragen van een energielabel, het schrijven van teksten ten behoeve van de advertentie op Funda en de verkoopbrochure.
2.3
[gedaagde sub 2] voert aan dat de vergoeding niet redelijk is, nu sprake is van een forfaitaire vergoeding en deze niet gebaseerd is op de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden. [gedaagde sub 2] betwist dat de door [eiseres] genoemde werkzaamheden zijn verricht. Hooguit is [gedaagde sub 2] één keer op het kantoor van [eiseres] geweest om de overeenkomst te tekenen. [gedaagde sub 2] heeft ook de door [eiseres] overgelegde stukken niet eerder gezien.
2.4
De kantonrechter overweegt dat de werkzaamheden, waarvan [eiseres] stelt dat die zijn uitgevoerd, grotendeels worden betwist door [gedaagde sub 2] . Daarbij heeft [eiseres] geen overzicht overgelegd hoeveel tijd aan de opdracht is besteed en tegen welke kostprijs de uren zijn gemaakt. Het had op haar weg gelegen dit te doen. Enkel heeft zij de stamkaart, die ziet op de voormalige woning van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , en een bestemmingsplan overgelegd, waaruit niet volgt dat deze is voor de verkoop van de voormalige woning van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] en waarom het noodzakelijk was die op te vragen. Daarbij zijn die stukken onvoldoende om te onderbouwen dat sprake is van een redelijke vergoeding, zodat [eiseres] de redelijkheid van de gevorderde vergoeding onvoldoende hebben onderbouwd. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen. De kantonrechter zal met toepassing van artikel 6:248 lid 2 BW het annuleringsbeding buiten toepassing laten. Hierdoor ontvalt de grondslag van de vordering, zodat de gevorderde hoofdsom niet toewijsbaar is.
2.5
Nu de hoofdsom wordt afgewezen, zijn ook de gevorderde nevenvorderingen niet toewijsbaar.
2.6
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde sub 1] worden begroot op nihil. De proceskosten van [gedaagde sub 2] worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 510,00 (2,5 punt x tarief € 204,00)
- nakosten € 102,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 612,00.
Dictum
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten van [gedaagde sub 1] , begroot op nihil;
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten van [gedaagde sub 2] € 612,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] ook de kosten van betekening betalen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024.