Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-04-26
ECLI:NL:RBZWB:2024:3063
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,482 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/421325 / JE RK 24-666
Datum uitspraak: 26 april 2024
Beschikking voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE BERGEN OP ZOOM
hierna te noemen het college,
zetelende te Bergen op Zoom,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] ,
Advocaat: mr. J. Bronsveld te Bergen op Zoom,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
, hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. Schuttkowski te Hulst,
[de vader]
, hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 april 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 april 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de minderjarige [minderjarige] , die apart door de kinderrechter is gehoord, bijgestaan door haar advocaat mr. Bronsveld,
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. Schuttkowski,
- de vader,
- een vertegenwoordigster van het college.
1.3.
Gelet op de nauwe samenhang van het onderhavige door het college ingediende verzoek met het door de Raad ingediende verzoek in de zaak met kenmerk C/02/421390 / JE RK 24-675, zijn deze verzoekschriften gezamenlijk mondeling behandeld. In de zaak van de Raad is bij separate beschikking beslist.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft op dit moment op vrijwillige basis bij een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten de [behandelgroep] .
3Het verzoek
3.1.
Het college verzoekt een voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
3.2.
De moeder stemt in met het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.
3.3.
De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 16 februari 2024 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is [minderjarige] op te nemen. Tevens is vermeld welke medewerkers bevoegd zijn tot het nemen van het besluit tot opname.
Beoordeling
Wettelijk kader
4.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.8, eerste en tweede lid, Jeugdwet, kan een verzoek gericht op het verkrijgen van een machtiging, een spoedmachtiging of een voorwaardelijke machtiging worden ingediend door het college van de gemeente waar de jeugdige zijn woonplaats heeft. In afwijking van het eerste lid wordt het verzoek, indien het betrekking heeft op een minderjarige die een kinderbeschermingsmaatregel heeft opgelegd gekregen of ten aanzien van wie een kinderbeschermingsmaatregel wordt verzocht, ingediend door de raad voor de kinderbescherming of door de officier van justitie. Ingeval een gecertificeerde instelling de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert, kan ook deze instelling het verzoek doen.
Beoordeling
4.2.
De kinderrechter verwijst naar artikel 6.1.8 eerste en tweede lid Jeugdwet. Nu de Raad een verzoek voor een kinderbeschermingsmaatregel en een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp heeft ingediend, behoeft het verzoek van het college geen nadere beoordeling meer. Daarom zal het college niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
verklaart het college niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2024 door mr. Duinhof, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier.
De schriftelijke uitwerking van de beslissing is vastgesteld op 10 mei 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.