Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-04-19
ECLI:NL:RBZWB:2024:2624
Strafrecht
Raadkamer
1,185 tokens
Dictum
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
Verzoeker heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van mr. S.K. den Hartogh, advocaat te Den Haag, op het adres Prinsegracht 6, 2512 GA Den Haag.
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.
Procesverloop
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 3.726,80 voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 14 juni 2023 waarbij verzoeker is ontslagen van alle rechtsvervolging;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 2 april 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks, verzoeker en mr. H. Sazoglu als waarnemend advocaat voor mr. S.K. den Hartogh gehoord.
Naar aanleiding van de constatering van de rechtbank dat het verzochte bedrag hoger is dan het totaalbedrag van de bij het verzoekschrift gevoegde facturen heeft de advocaat een ontbrekende factuur alsnog aan het verzoekschrift toegevoegd.
Namens verzoeker is een schadevergoeding verzocht op grond van artikel 530 Sv, omdat de strafzaak tegen verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. De gevorderde kosten voor rechtsbijstand bedragen € 3.726,80. Daarnaast is verzocht de forfaitaire vergoeding toe te kennen.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het - gewijzigde - standpunt gesteld dat het verzochte bedrag geheel kan worden toegewezen.
Beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 3.726,80 is, na het overleggen van de ontbrekende factuur, in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 4.406,80, bestaande uit:
- € 3.726,80 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 aan kosten voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van € 4.406,80 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer]
ten name van Stichting Derdengelden Farber Zwaanswijk Advocaten te Den Haag, onder vermelding van “verzoekschrift inzake [verzoeker] (23- 018155)”.
Deze beslissing is op 19 april 2024 genomen door mr. J.C.A.M. Los, rechter, in tegenwoordigheid van K. Verdult, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).