Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-04-17
ECLI:NL:RBZWB:2024:2507
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,291 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/919
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout, het college.
Inleiding
1 In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen de bestreden besluiten van 29 november 2023 en 15 februari 2024.
1.1
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Feiten
2.1
Met het besluit van 8 mei 2023 heeft het college aan eiseres een last onder dwangsom opgelegd wegens het huisvesten van te veel personen in een pand, in strijd met de omgevingsvergunning. Eiseres diende binnen twee weken het pand te gebruiken in lijn met de verleende omgevingsvergunning.
2.2
Het college heeft op 18 april 2023 geconstateerd dat eiseres niet binnen de gestelde begunstigingstermijn aan de last heeft voldaan. Op dat moment was volgens het college de dwangsom verbeurd. Het college heeft met het besluit van 5 juli 2023 de verbeurde dwangsom ingevorderd.
2.3
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen bovenstaande besluiten.
2.4
Met het bestreden besluit van 29 november 2023 heeft het college de bezwaren gegrond verklaard en het besluit van 5 juli 2023 ingetrokken.
2.5
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
2.6
Het college heeft met het bestreden besluit van 15 februari 2024 de besluiten van 8 mei 2023 en 29 november 2023 ingetrokken. Het college heeft daarbij als reden aangegeven dat het pand [adres] , waarop de last onder dwangsom betrekking had, op 16 januari 2024 is ontruimd na een uitspraak van de civiele rechter in kort geding.
Is het beroep van eiseres ontvankelijk?
3.1
Eiseres heeft betoogd dat zij nog procesbelang heeft, omdat zij van mening is dat zij op ernstige wijze is benadeeld door het college. Het optreden van het college in deze zaak was schandalig en eiseres wil documenten en beeldmateriaal met betrekking tot dit optreden overleggen. Verder wil eiseres getuigen laten oproepen die kunnen verklaren over de totstandkoming van beslissingen.
3.2
Een (rechts)persoon heeft in beginsel geen procesbelang meer, indien hetgeen wat de persoon wilde en kon bereiken met de procedure, is bereikt. Eiseres heeft bereikt wat zij kon bereiken met de beroepsprocedure. De last onder dwangsom is namelijk ingetrokken met het besluit van 15 februari 2024 en er wordt niet meer handhavend opgetreden jegens eiseres. Omdat de last onder dwangsom is ingetrokken, heeft eiseres geen procesbelang meer bij de beroepsprocedure.
Eiseres is van mening dat de gang van zaken rondom het nemen van de beslissing tot het opleggen van de last onder dwangsom onrechtmatig was. De last onder dwangsom is ingetrokken, zodat de rechtbank over de totstandkoming van het besluit tot oplegging van de last geen oordeel meer kan geven.
Verder heeft eiseres aangevoerd in haar brief van 20 februari 2024 dat de uitvoering niet naar behoren is gelopen. De rechtbank houdt het ervoor dat eiseres hiermee doelt op de ontruiming op 16 januari 2024 als gevolg van het vonnis van de civiele rechter. Dit is echter een andere procedure, namelijk bij de civiele rechter. De ontruiming op last van de eigenaar/verhuurder van het pand [adres] staat los van de opgelegde last onder dwangsom.
Het beroep van eiseres is dus kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal beoordelen.
Conclusie
4 Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 12 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.