Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-03-25
ECLI:NL:RBZWB:2024:2496
Strafrecht
Raadkamer
818 tokens
Dictum
[klaagster],
wonende op het [woonadres 1],
hierna te noemen: de klaagster
Beslagene is: [beslagene]
wonende te [woonadres 1]
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgevingen van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 24 januari 2024 onder klaagster in beslag is genomen: twee honden;
het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 12 februari 2024 ter griffie van deze rechtbank;
het verweerschrift van het Openbaar Ministerie;
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 11 maart 2024. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. J. Castelein en klaagster.
De beslagene is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan klaagster van één van de honden, te weten [hond 1] de hond van beslagene.
Tijdens de behandeling in raadkamer is namens klaagster aangevoerd dat zij namens haar vriend de heer [beslagene] verzoekt tot teruggave van de hond [hond 1]. Klaagster vraagt niet om teruggave van haar eigen hond genaamd [hond 2]. De Hond [hond 1] verbleef voor het grootste deel van de tijd bij klaagster, daarom vraagt zij de rechtbank om te beslissen dat de hond terug mag naar haar.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het beslag gehandhaafd moet worden. Klaagster is niet de eigenaar van de hond [hond 1], zodat zij niet om teruggave kan verzoeken. De eigenaar de heer [beslagene] heeft geen klaagschrift ingediend. De officier van justitie verzoek het klaagschrift niet-ontvankelijk te verklaren.
Beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Onder klaagster zijn twee honden in beslaggenomen. Klaagster verzoekt de rechtbank om teruggave van de hond die toebehoort aan haar vriend de heer [beslagene]. Klaagster is niet de eigenaar van de hond en aldus ook niet de rechthebbende. Onder die omstandigheden is de klaagster geen belanghebbende in de zin van de wet. Klaagster zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag.
Dictum
De rechtbank verklaart het klaagschrift niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is op 25 maart 2024 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering)