Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-04-12
ECLI:NL:RBZWB:2024:2387
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,306 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 23/9259, BRE 23/9260, BRE 23/9261, BRE 23/9262 en BRE 23/9263
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2024 in de zaken tussen
[eiseres 1] B.V.,
[eiseres 2] B.V. en
[eiseres 3] B.V., eiseressen
(gemachtigde: mr. D.R. Versteeg),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van eiseressen tegen de bestreden besluiten van verweerder van 13 juli 2023. Bij deze besluiten zijn de bezwaren van eiseressen tegen de primaire besluiten van 21 september 2022, 22 september 2022 en 23 december 2022 (gedeeltelijk) ongegrond verklaard.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat eiseressen de gronden van de beroepen niet hebben vermeld en de verzuimen niet tijdig hebben hersteld. Verder hebben eiseressen in de beroepschriften geen volledige adresgegevens opgegeven en zijn ook die verzuimen niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader gronden
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Hebben eiseressen de gronden tijdig vermeld?
4. Eiseressen hebben geen beroepsgronden vermeld in de beroepschriften. De rechtbank heeft eiseressen eerst bij gewone brieven van 30 augustus 2023 en vervolgens bij aangetekend verzonden brieven van 20 oktober 2023 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. Eiseressen hebben binnen die termijnen geen gronden ingediend. Eiseressen hebben de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
5. Eiseressen hebben geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken.
Adresgegevens
6. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift het adres van de indiener vermelden. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Hebben eiseressen de adresgegevens tijdig vermeld?
7. Eiseressen hebben geen volledige adresgegevens vermeld in de beroepschriften. De rechtbank heeft eiseressen eerst bij gewone brieven van 30 augustus 2023 en vervolgens bij aangetekend verzonden brieven van 20 oktober 2023 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. Eiseressen hebben binnen die termijnen geen adresgegevens ingediend. Eiseressen hebben de adresgegevens dus niet tijdig vermeld.
Is het niet tijdig vermelden van de adresgegevens verontschuldigbaar?
8. Eiseressen hebben geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken.
Conclusie
9. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 12 april 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.