Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-03-21
ECLI:NL:RBZWB:2024:2317
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,603 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/420366 / FA RK 24/1327
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 21 maart 2024 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats],
wonende te [woonadres],
thans verblijvende in de accommodatie Stichting Emergis te [locatie],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.W. Dieleman te Middelburg.
Procesverloop
1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van 20 maart 2024, ingekomen ter griffie op 20 maart 2024, waarin de officier van justitie heeft verzocht om voortzetting van de op 19 maart 2024 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- het politie informatierapport Wvggz van 20 maart 2024;
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Goes tot het nemen van de crisismaatregel van 19 maart 2024;
- de medische verklaring van 19 maart 2024;
- het episode journaal van 19 maart 2024;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz;
- een afschrift van de justitiële documentatie.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 maart 2024, in de hierboven genoemde accommodatie.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [naam 1], psychiater.
Tevens waren de volgende personen aanwezig, deze zijn echter niet gehoord:
- mevrouw [naam 2], verpleegkundige;
- de heer [naam 3], arts-assistent.
1.4
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2Verzoek
2.1
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen.
3Standpunten
3.1
Betrokkene benoemt tijdens de mondelinge behandeling dat het goed met hem gaat. Dat was voorafgaand aan de opname echter ook het geval. Betrokkene vertelt verder dat hij een generaal is en al langdurig dakloos is. Dit vergt veel van zijn lichaam. Betrokkene is daarom blij met de opname in Stichting Emergis en wil deze graag op vrijwillige basis voortzetten. Vanuit daar wil betrokkene graag toewerken naar een eigen plekje, zodat hij niet meer op straat hoeft te leven.
3.2
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Er is niet langer sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Daarnaast is er op dit moment een samenwerking met betrokkene mogelijk.
3.3
De psychiater benoemt dat het verzoek kan worden afgewezen. Betrokkene is al een lange tijd belast met een psychische stoornis en vertoont de afgelopen tijd in toenemende mate zorgelijk gedrag. Daarover zijn meerdere meldingen gedaan vanuit zijn omgeving. Tijdens de opname in Stichting Emergis wordt dit zorgelijke gedrag echter niet (meer) gezien. De psychiater stelt dat de goede nachtrust, het goede eten en de medicatie betrokkene goed hebben gedaan. Daarnaast verzet betrokkene zich niet tegen de benodigde zorg en medicatie.
Beoordeling
4.1
Bij beschikking van de gemeente Goes van 19 maart 2024 is ten aanzien van betrokkene een crisismaatregel genomen. Op basis daarvan is betrokkene opgenomen en verblijft hij momenteel in de accommodatie Stichting Emergis te [locatie], op de [afdeling].
4.2
Het vermoeden bestaat dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de (vermoedelijke) psychische stoornis van betrokkene. Dit is door of namens betrokkene ook niet betwist.
4.3
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er geen sprake (meer) is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Daarbij overweegt de rechtbank dat betrokkene in Stichting Emergis tot rust lijkt te komen en sinds zijn opname geen zorgelijk gedrag (meer) heeft vertoond, zoals de psychiater tijdens de mondelinge behandeling heeft toegelicht. Ook geeft betrokkene tijdens de mondelinge behandeling aan de opname vrijwillig te willen voortzetten en verzet hij zich niet tegen de noodzakelijk geachte zorg en medicatie.
4.4
Aangezien nu geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is niet voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Op grond van het vorenstaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Borm, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2024 in tegenwoordigheid van mr. De Haas als griffier, en op 4 april 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.