Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-03-12
ECLI:NL:RBZWB:2024:2244
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,159 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 10589632 \ MB VERZ 23-234
CJIB-nummer : 6062 5422 4996 1627
uitspraakdatum : 12 maart 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 maart 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden (bromfietsers en snorfietsers) op 26 mei 2022 om 18:27 uur op de Dubbelstraat in Bergen op Zoom.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt te zijn gestopt om zijn telefoon te pakken. Hij geeft aan de telefoon vast te hebben gehad terwijl hij stil stond. Betrokkene zou hem hebben weggestopt toen hij wegreed.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij inderdaad zijn telefoon in zijn had heeft gehad, maar dat hij stilstond. Betrokkene moest destijds eten bezorgen en kon zich onvoldoende de precieze afgifte locatie herinneren. Nadat hij de navigatie had gecheckt, heeft hij zijn scooter gestart, zijn telefoon weggestopt en is hierna gaan rijden. Betrokkene zag bij het wegrijden de politieauto in zijn spiegel. Betrokkene geeft aan hierna met 1 van de verbalisanten in discussie te zijn geweest en het een welles nietes verhaal werd. Hierdoor heeft betrokkene op de vraag van verbalisant aan het einde van deze discussie of hij nog wenste te verklaren niets verklaard. Tot slot geeft betrokkene aan dat hij vandaag is verschenen omdat hij de boete onterecht vindt. Het gaat hem om het principe niet om het geld.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het is het woord van de verbalisant tegenover het woord van betrokkene. Verbalisanten hebben 3x opgeschreven dat tijdens het rijden een telefoon zou zijn vastgehouden. Aan de verklaring van een verbalisant wordt veel gewicht toegekend. Een verbalisant houdt immers niet zomaar iemand staande of schrijft een bekeuring uit. De zittingsvertegenwoordiger geeft aan uit te gaan van de verklaring van verbalisanten en verzoek het beroep inhoudelijk ongegrond te verklaren. Echter, wegens het schenden van de hoorplicht verzoekt zij de boete met 25% te matigen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene zijn verhaal duidelijk en consistent in zijn beroepschrift en ter zitting naar voren heeft gebracht. Bovendien is betrokkene ter zitting verschenen. Ook weegt voor de kantonrechter mee dat hij niet kan uitsluiten dat er sprake is van een verkeerde waarneming door de verbalisanten. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond.
De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 249 dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: