Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-03-25
ECLI:NL:RBZWB:2024:1994
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,887 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/5759 en 22/5760
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende]
, uit [plaats] , belanghebbende ,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.
1Inleiding
1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 29 november 2022.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft de waardes van de onroerende zaken per waardepeildatum 1 januari 2021 als volgt vastgesteld:
Zaaknummer
Object
WOZ-waarde
22/5759
[adres 1]
€ 38.000
22/5760
[adres 2]
€ 40.000
Beide onroerende zaken zijn in [plaats] gelegen.
Met deze waardevaststelling zijn aan belanghebbende ook de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Tilburg voor het jaar 2022 opgelegd (de aanslagen).
1.3.
De heffingsambtenaar de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waardes van de onroerende zaken en de aanslagen gehandhaafd.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. Hij heeft in het verweerschrift vermeld dat het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 26 juli 2023 voor alle genoemde onroerende zaken uitspraak in hoger beroep heeft gedaan voor het jaar 2020. Gelet op die uitspraken heeft hij zich nader op het standpunt gesteld dat het beroep met betrekking tot [adres 1] gegrond moet worden verklaard en de waarde moet worden verminderd naar € 36.000. Voor de overige vermelde onroerende zaken zijn de waardes vastgesteld conform voormelde Hof uitspraken.
1.5.
Naar aanleiding daarvan heeft de rechtbank belanghebbende op 29 november 2023 een brief gestuurd met het verzoek om te reageren op voormelde Hof uitspraken, in samenhang bezien met de door hem ingestelde beroepen.
1.6.
Belanghebbende heeft per e-mail van 5 december 2023 gereageerd op deze brief waarin hij heeft vermeld dat de vastgestelde WOZ-waardes niet langer door hem worden betwist. Wel verzoekt hij daarbij om vrijstelling van betaling van gemeentelijke belastingen gelet op zijn gezondheidssituatie.
1.7.
De rechtbank heeft deze e-mail doorgestuurd aan de heffingsambtenaar en partijen vervolgens laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank op 9 februari 2024 beide partijen bericht dat het onderzoek is gesloten en dat binnen zes weken uitspraak zal worden gedaan.
1.8.
De aangekondigde termijn is helaas niet haalbaar gebleken. De rechtbank heeft daarom de uitspraaktermijn met enkele dagen verlengd. Om redenen van doelmatigheid maakt de rechtbank melding van deze korte verlenging in deze uitspraak in plaats van het sturen van brieven aan partijen.
Beoordeling
2.1.
De rechtbank leidt uit de stukken af dat er met betrekking tot de WOZ-waardes tussen partijen geen geschil meer bestaat, met dien verstande dat de waarde van [adres 1] in [plaats] moet worden verminderd tot € 36.000 en dat de waarde van [adres 2] in stand kan worden gelaten.
2.2.
Met betrekking tot het verzoek van belanghebbende om vrijstelling van betaling van gemeentelijke belastingen overweegt de rechtbank dat zij niet bevoegd is om te voorzien in kwijtschelding of een betalingsregeling tussen belanghebbende en de gemeente. Voor een verzoek om kwijtschelding of een betalingsregeling kan contact gezocht worden met de invorderingsambtenaar van de gemeente Tilburg . Ook is de belastingkamer van de rechtbank niet bevoegd om een besluit te nemen om de gemeente te dwingen om de biologisch dynamische groentetuin van belanghebbende geheel van verontreinigingen te ontdoen.
Conclusie
3.1.
Het beroep met betrekking tot [adres 1] in [plaats] is gegrond omdat de WOZ-waarde wordt verminderd naar € 36.000. De aanslag OZB wordt dienovereenkomstig verminderd. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op [adres 1] in [plaats] . De WOZ-waarde van [adres 2] blijft in stand.
3.2.
Omdat het beroep met zaaknummer 22/5759 gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep met zaaknummer 22/5759 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op [adres 1] in [plaats] ;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van [adres 1] in [plaats] tot een bedrag van € 36.000;
- vermindert de voor [adres 1] in [plaats] opgelegde aanslag onroerendezaakbelastingen tot een aanslag berekend naar een waarde van € 36.000;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van de bestreden uitspraken op bezwaar;
- verklaart het beroep met zaaknummer 22/5760 ongegrond;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50,- aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.M. de Fouw, griffier, op 25 maart 2024 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
ECLI:NL:GHSHE:2023:2478 en ECLI:NL:GHSHE:2023:2476