Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-02-12
ECLI:NL:RBZWB:2024:1735
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,022 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10469456 \ MB VERZ 23-199
CJIB-nummer : 7062 5422 4865 9164
uitspraakdatum : 12 februari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] N.V.
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 februari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en de gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeergelegenheid met ander doel dan op (onder)bord is aangegeven op 3 april 2022 om 15:37 uur op de Adriaan van Bergenstraat in Breda.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene ontkent de gedraging niet, maar geeft aan dat er sprake is van overmacht. De elektrische laadpaal was al 5 weken kapot, waardoor het aansluiten van haar elektrische auto niet tot de mogelijkheden behoorde. Vanwege de parkeerdruk in de wijk heeft zij haar auto geparkeerd op een parkeerplaats bestemd voor elektrische voertuigen. Betrokkene stelt dit herhaaldelijk te hebben aangegeven bij de gemeente. Tot slot benadrukt betrokkene dat ook andere buurtbewoners op deze parkeerplaats parkeren.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit de jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden volgt dat ook indien een laadpaal defect is, het verboden is hier te parkeren (ECLI:NL:GHARL:2023:6610). Zelfs wanneer de laadpaal al enige tijd buiten werking is, is parkeren desondanks niet toegestaan (ECLI:NL:GHARL:2023:8578).
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Bovendien ontkent betrokkene de gedraging niet. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. De jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden is duidelijk, ook in geval van een defecte laadpaal is het verboden om te parkeren op een parkeerplaats bestemd voor elektrische voertuigen, zelfs als deze laadpaal al enige tijd defect is (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6610 en ECLI:NL:GHARL:2023:8578). De namens de betrokkene aangevoerde omstandigheden brengen niet mee dat het aangewezen doel van parkeren ten tijde van de gedraging niet gold en dat aldus op andere wijze gebruik mocht worden gemaakt van de parkeerplaats. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: