Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-17
ECLI:NL:RBZWB:2024:1159
Strafrecht
Op tegenspraak
857 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 10691381 \ MB VERZ 23-333
CJIB-nummer : 0062 5422 5198 1902
uitspraakdatum : 17 januari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 januari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 5 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N57 Serooskerkseweg (t.h.v. HMP 49.6) te Serooskerke op 25 augustus 2022 om 15:12 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft op de pleegdatum en -tijdstip niet met zijn voertuig voorzien van [kenteken 1] daar gereden. Op dat tijdstip was betrokkene namelijk met zijn bewuste auto in Den Helder. Op de twee foto’s is overduidelijk te zien dat het hier een auto met [kenteken 2] betreft. Dit is tevens een Peugeot, terwijl betrokkene een Volkswagen T-Roc heeft.
De zittingsvertegenwoordiger heeft, gelet op de vergissing, verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Als er naar de foto in het dossier wordt gekeken dan blijkt er een ander kenteken.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij zijn de door betrokkene aangevoerde omstandigheden van belang. Uit het dossier blijkt dat het om een vergissing gaat bij het noteren van het kenteken. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 42,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: