Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2024-01-26
ECLI:NL:RBZWB:2024:1148
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,339 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10782905 \ MB VERZ 23-1151
CJIB-nummer : 6062 5422 4644 8641
uitspraakdatum : 26 januari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 januari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd middels de RDW-registercontrole op 8 november 2021 om 17:10 uur.
De zittingsvertegenwoordiger heeft, wegens praktische overwegingen, verzocht om de zekerheid op nihil te stellen en het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het beroep bij de kantonrechter niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is. Betrokkene heeft nagelaten om de stelling dat er nooit een brief van het CJIB is ontvangen te onderbouwen, waardoor de zittingsvertegenwoordiger van mening is dat het onvoldoende aannemelijk is dat de brieven betrokkene niet hebben bereikt. Ten aanzien van de verhogingen heeft de zittingsvertegenwoordiger aangevoerd dat de verhogingen ongedaan gemaakt dienen te worden.
Betrokkene heeft over het betalen van de zekerheidstelling aangevoerd dat niet kan worden betaald, zonder dit met nadere stukken te onderbouwen. Over het al dan niet te laat indienen van het beroep heeft betrokkene aangevoerd dat er nooit een brief van het CJIB is ontvangen.
Overwegingen
Op grond van artikel 11 Wahv moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze minimale zekerheidstelling van € 234,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. Uit praktisch oogpunt ziet de kantonrechter aanleiding om de zekerheid op nihil te stellen. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 31 mei 2022. Het beroepschrift is echter pas op 9 december 2022 ontvangen. Dat is veel te laat.
Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
In de uitnodiging voor de zitting is betrokkene erop gewezen dat als het beroep te laat is ingediend en daarvoor geen geldige reden is aangevoerd, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
Betrokkene is echter niet verschenen op de zitting. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene met wat in het beroepschrift hierover is aangevoerd niet aannemelijk heeft gemaakt dat het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.
Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de kantonrechter het beroep verder niet inhoudelijk kan beoordelen.
De kantonrechter is evenwel met de zittingsvertegenwoordiger van oordeel dat de opgelegde verhogingen van de sanctie ongedaan gemaakt dienen te worden.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
bepaalt dat de verhogingen van de sanctie ongedaan gemaakt dienen te worden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.