Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-12-13
ECLI:NL:RBZWB:2023:9602
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,379 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/401604 / FA RK 22-4209
datum uitspraak: 13 december 2023
beschikking betreffende ingetrokken verzoeken
in de zaken van
[de vrouw]
,
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M.T.E. Kranenburg te Roosendaal,
en
mr. A.I. Cambier advocaat te Axel, in zijn hoedanigheid van bijzondere curator over de hierna te noemen minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
betreffende de minderjarigen:
[minderjarige 1]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021,
[minderjarige 2]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[belanghebbende]
, hierna te noemen: [belanghebbende] ,
wonende te [woonplaats 2] ( [land] ).
1Het procesverloop
1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- de beschikking van 24 januari 2023 en de daarin genoemde stukken;
- het e-mailbericht van mr. Kranenburg van 26 april 2023;
- het e-mailbericht van mr. Kranenburg van 3 augustus 2023;
- het e-mailbericht van de Raad van 3 oktober 2023;
- het door de bijzondere curator op 11 oktober 2023 ingediende F9-formulier met bijlagen;
- het door mr. Kranenburg op 31 oktober 2023 ingediende F9-formulier;
- het door mr. Kranenburg op 31 oktober 2023 ingediende F9-formulier.
2De nadere beoordeling
2.1
De rechtbank verwijst naar haar beschikking van 24 januari 2023. Bij deze beschikking is het verzoek van de bijzondere curator (bekend onder zaak- en rekestnummer C/02/403895 / FA RK 22-5391) tot gegrondverklaring van de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap van [naam] over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , toegewezen. Hierdoor werd de mogelijkheid geopend voor [belanghebbende] om de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te erkennen, zoals hij en de moeder wensen. Nu erkenning de voorkeur van de wetgever behoeft boven een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, is de behandeling van de resterende verzoeken van de vrouw aangehouden.
2.2.1
Op dit moment liggen ter beoordeling voor de resterende verzoeken van de vrouw, te weten:
over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , beiden geboren op [geboortedag] 2021 te [geboorteplaats], het vaderschap van de heer [belanghebbende] vast te stellen en de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente Bergen op Zoom te gelasten de gegevens in het geboorteregister van de minderjarigen in dier voege aan te passen;
daarbij tevens te bepalen dat de achternaam van de kinderen gelijk is aan de geslachtsnaam van hun vader en de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente Bergen op Zoom te gelasten de gegevens in het geboorteregister van de kinderen in dier voege aan te passen.
2.3
Mr. Kranenburg heeft de rechtbank geïnformeerd dat [belanghebbende] [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op 26 oktober 2023 heeft erkend en dat beide kinderen zijn geslachtsnaam hebben verkregen. Namens de vrouw worden de resterende verzoeken ingetrokken.
2.4
Gelet op de intrekking van de resterende verzoeken van de vrouw, behoeven deze geen nadere beoordeling meer. Om die reden zullen deze verzoeken worden afgewezen. Hoewel de bijzondere curator in zijn brief van 11 oktober 2023 schrijft dat hij zijn verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap intrekt indien de erkenning is geregeld, is een dergelijk verzoek van de bijzondere curator bij de rechtbank niet bekend. De taak van de bijzondere curator kan gelet op het voorgaande – in eerste aanleg – als voltooid worden beschouwd.
Dictum
De rechtbank
wijst de resterende verzoeken van de vrouw af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Slot, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023 in tegenwoordigheid van mr. Van Ginneke, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:
In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.