Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-12-11
ECLI:NL:RBZWB:2023:9539
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,235 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 10720123 \ MB VERZ 23-330
CJIB-nummer : 1062 5422 5044 0093
uitspraakdatum : 11 december 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] ( [b.v.] )
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 december 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: geen voorrang geven aan bestuurders die van rechts komen op een kruispunt op de Bredaseweg (kruising Schoonhout) te Etten-Leur op 14 juni 2022 om 11:08 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Het voertuig was namelijk in Middelburg en niet in Etten-Leur. Gemachtigde verwijst voor bewijs naar de eventuele producties en de verklaring van betrokkene. Er is mogelijk sprake geweest van een verschrijving bij het opleggen van de sanctie, of mogelijk is sprake van een gestolen of gekopieerd kenteken. De gedragingsgegevens uit het zaakoverzicht zijn eveneens onvoldoende. Voorts is het zaakoverzicht waarin de verklaring van de verbalisant staat niet op ambtseed afgelegd. Gemachtigde stelt dat er sprake is van schending van artikel 5 Wahv. Betrokkene is niet staandegehouden. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om staandehouding te verrichten mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Omdat er sprake is van een reële mogelijkheid tot staandehouding is de boete onterecht aan de kentekenhouder opgelegd. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat zij haar voertuig nooit uitleent. Bovendien heeft betrokkene een verklaring van de buren, waaruit blijkt dat het voertuig niet op de pleeglocatie stond.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In beginsel was de zittingsvertegenwoordiger ondanks de stelselmatige ontkenning van mening dat dit onvoldoende werd onderbouwd, maar nu betrokkene ter zitting is verschenen ziet de zittingsvertegenwoordiger gelet op de toelichting aanleiding om te twijfelen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat gemachtigde en betrokkene aannemelijk hebben gemaakt dat het om een mogelijke verschrijving gaat. Bovendien is mede van belang dat betrokkene van het vrouwelijke geslacht is, maar de verbalisant in zijn verklaring verwijst naar een betrokkene van het mannelijk geslacht (“hij keek strak voor zich uit en bleef doorrijden”). Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 837,- = € 418,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 837,- = € 418,50
totaal € 837,00
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2023.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: