Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-12-04
ECLI:NL:RBZWB:2023:9506
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,335 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10639839 \ MB VERZ 23-921
CJIB-nummer: 9062 5422 5118 8550
uitspraakdatum: 4 december 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 18 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Bosscheweg te Berkel-Enschot op 26 juli 2022 om 17:02 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat er ter plaatse vanwege beëindiging van wegwerkzaamheden een bord stond met einde snelheidsbeperking. Betrokkene dacht dat hij de bebouwde kom uitreed en heeft dit nog ter plaatse met de agent besproken. Betrokkene was zich volledig onbewust van de gedraging en hoopt op begrip van de kantonrechter.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij zijn snelheid ging vermeerderen, omdat hij in de veronderstelling was dat hij buiten de bebouwde kom op de Bosscheweg reed. Betrokkene stelt al een tijd niet meer op de Bosscheweg te hebben gereden en dat de verkeerssituatie in de tussentijd was veranderd. Voorheen was er volgens betrokkene een stuk weg van ongeveer twee kilometer tussen twee bebouwde kommen in, waar hij in zijn beleving altijd 70 kilometer per uur reed.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat de verbalisant heeft vastgesteld dat betrokkene te hard reed ten tijde van de gedraging. Daarbij ontkent betrokkene de gedraging ook niet. De zittingsvertegenwoordiger kan zich voorstellen dat sprake was van een verwarrende situatie, maar stelt dat overtredingen ook niet bewust hoeven te gebeuren. Zeker binnen de bebouwde kom is 18 kilometer per uur fors te hard, waardoor er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. De zittingsvertegenwoordiger ziet geen reden om de sanctie te matigen. Betrokkene heeft een eigen verantwoordelijkheid om op zijn snelheid en de bebording te letten, vooral bij werkzaamheden.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft dit ook niet betwist. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat het de eigen verantwoordelijkheid van betrokkene is dat hij 68 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar 50 kilometer per uur was toegestaan. Hij moet zelf goed opletten. Maar de kantonrechter weegt de veranderde verkeersituatie mee, waardoor de boete zal worden gematigd tot € 126,00.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Dictum
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 126,00, plus € 9,00 administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 50,00 dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2023.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.