Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-20
ECLI:NL:RBZWB:2023:9444
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
866 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10509017 \ MB VERZ 23-254
CJIB-nummer : 1062 5422 5031 4679
uitspraakdatum : 20 november 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] (Rechtswinkel Tilburg)
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 20 november 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens betrokkene is zijn gemachtigde verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)) op 11 juni 2022 op de Trekpot te Breda.
De gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene erkent de gedraging te hebben verricht, maar dat het hem niet duidelijk was dat hij op deze plaats niet mocht parkeren. Betrokkene heeft geen verkeersborden zien staan en er stonden andere auto’s geparkeerd. Betrokkene heeft geen hinder veroorzaakt. Ter zitting heeft de gemachtigde hieraan toegevoegd dat betrokkene niet bekend was in de omgeving. Hij was hier voor een sollicatatie. Hij zag de geparkeerde auto’s en heeft niet meer op de omlijning gelet.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Indien men in een parkeerverbodszone wil parkeren mag dat alleen binnen de omlijnde parkeervakken. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene om te controleren of hij op de aangewezen plek mocht parkeren. Dat betrokkene geen hinder heeft veroorzaakt doet hier niet aan af.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De gedraging wordt door betrokkene ook niet betwist. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het is aan betrokkene om alert te zijn op verkeersborden en de omlijning van parkeervakken. Indien betrokkene een verkeersbord over het hoofd heeft gezien is dat zijn eigen risico. Vaststaat dat het bord en de omlijning aanwezig waren.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2023.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: