Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-12-20
ECLI:NL:RBZWB:2023:9284
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
6,810 tokens
Inleiding
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/403051 / HA ZA 22-593
Vonnis van 20 december 2023
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: “ [eiser] ”,
advocaat: mr. G.M.P. Strang te Tilburg,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
te [plaats 2] ,2. [gedaagde sub 2],
te [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: “ [gedaagden] ” (en afzonderlijk bij hun achternaam),
advocaat: mr. C. Erasmus te Amsterdam-Duivendrecht.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 12 juli 2023 en de daarin genoemde processtukken,
de akte van [gedaagden] van 9 augustus 2023,
de akte uitlating van [eiser] van 9 augustus 2023,
de (antwoord) akte van [gedaagden] van 13 september 2023;
de brief van 6 november 2023 van de rechtbank waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld om te reageren op de persoon en de begroting van het voorschot van de deskundige;
de reactie van [eiser] van 13 november 2023;
de reactie van [gedaagden] van 13 november 2023.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
in conventie (vordering V) en in reconventie
(ontbinding van) de aannemingsovereenkomst
2.1.
Bij tussenvonnis van 12 juli 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat het voorshands aannemelijk is dat de door [eiser] bij [gedaagden] geplaatste zonnepanelen installatie zodanige gebreken vertoont dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [eiser] . De rechtbank heeft [eiser] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen deze voorshands aannemelijk geachte stelling, waarbij besproken is dat een onderzoek door een deskundige in dat kader de aangewezen weg is. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.
2.2.
Uit de akte uitlaten van [eiser] volgt dat zij het wenselijk vindt dat een deskundige benoemd wordt. [eiser] gaat akkoord met benoeming van een deskundige op het gebied van zonnepaneleninstallaties. Daarnaast wenst [eiser] een deskundige op het gebied van brandonderzoek te benoemen. Deze laatste deskundige zou volgens [eiser] de vraag naar de oorzaak van de (eventuele) versmelting c.q. verbranding van de stekker moeten beantwoorden. Een deskundige op het gebied van zonnepaneleninstallaties zal volgens [eiser] enkel onderzoeken of de oorzaak gelegen is in de werkzaamheden van [eiser] of een andere elektrotechnische oorzaak, maar niet of [gedaagden] zelf de versmelting c.q. verbranding veroorzaakt hebben. [eiser] heeft geen aanvullende vragen aan de te benoemen deskundige(n).
2.3.
[gedaagden] laten bij akte weten dat zij zich kunnen vinden in de benoeming van één deskundige op het gebied van zonnepaneleninstallaties, en akkoord te zijn met de door de rechtbank geformuleerde opdracht en onderzoeksvragen zoals in het tussenvonnis opgenomen. [gedaagden] verzetten zich tegen de benoeming van een tweede deskundige die de verbrande stekker zou moeten onderzoeken.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige, met kennis van zonnepaneleninstallaties en de elektrotechnische aspecten die daarbij horen. De rechtbank ziet niet in – en [eiser] onderbouwt dat ook onvoldoende – waarom deze deskundige niet in staat zou zijn om alle mogelijke oorzaken van de gestelde versmolten c.q. verbrande stekker te onderzoeken, waaronder eventueel eigen toedoen van [gedaagden]
De aan de deskundige voor te leggen vragen
2.5.
Partijen hebben geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de voorgestelde vragen. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de navolgende vragen aan de deskundige voorlegt:
Voldoet de zonnepaneleninstallatie naar uw deskundig oordeel aan de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap?
Wilt u bij uw beoordeling ingaan op de gebreken zoals die worden opgesomd in het rapport van [bedrijf 1] , in het bericht van [bedrijf 2] en de e-mail van [gedaagden] van 11 november 2021?
Wilt u bij uw beoordeling in het bijzonder ingaan op de vraag:
a. of het type omvormer dat geïnstalleerd is geschikt is voor deze installatie?
b. of de in de offerte voorgespiegelde opbrengst gerealiseerd kan worden met het aantal geplaatste zonnepanelen?
c. of de zonnepanelen deugdelijk op het dak zijn gemonteerd?
4. Constateert u versmeltingen of verkleuring door verhitting op kabels, stekkers of andere onderdelen van de installatie? Zo ja, kunt u aangeven wat daarvan naar uw oordeel de oorzaak is?
5. Indien u gebreken constateert, kunt u aangeven op welke wijze deze hersteld kunnen worden en welke kosten gemoeid zijn met herstel?
6. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
De persoon van de deskundige en het voorschot
2.6.
De door de rechtbank aangezochte deskundige, de heer [naam] , werkzaam bij [bedrijf 3] , gevestigd te [plaats 3] , heeft - uitgaande van de vraagstelling zoals opgenomen in 2.5. - het voorschot begroot op € 5.700,00 exclusief BTW. Zijn uurtarief bedraagt € 200,00 exclusief BTW.
2.7.
[eiser] heeft bij brief van 13 november 2023 bezwaar gemaakt tegen benoeming van de heer [naam] als deskundige. [eiser] voert in dat kader aan dat de voorgestelde kosten van het deskundigenonderzoek niet in verhouding staan tot het belang van de zaak. De begrote tijdsbesteding is erg ruim, gelet op de grootte van de zonnepaneleninstallatie en de expertise van de heer [naam] . Tot slot wijst [eiser] er op dat [bedrijf 1] voor een bedrag van € 426,04 een rapport heeft uitgebracht, waaruit de wanverhouding van het door de heer [naam] begrote bedrag blijkt.
2.8.
[gedaagden] hebben in hun reactie van 13 november 2023 aangegeven dat de kosten van het deskundigenonderzoek buitensporig hoog lijken, maar dat zij geen belang hebben bij vertraging van de procedure nu hun schade blijft oplopen. [gedaagden] maken daarom geen bezwaar tegen de deskundige en het voorschot.
2.9.
De rechtbank constateert dat beide partijen geen bezwaar maken tegen de persoon van de voorgestelde deskundige. Het bezwaar van [eiser] ziet enkel op het door de deskundige begrote voorschot. De rechtbank ziet ook dat het bedrag van het voorschot in de buurt komt van de aanneemsom, maar is van oordeel dat dat op zichzelf beschouwd geen reden is om niet tot benoeming van de deskundige over te gaan. Het voeren van een procedure brengt nu eenmaal kosten met zich mee. De in de begroting opgenomen tijdsbesteding en het uurtarief van de deskundige zijn naar het oordeel van de rechtbank redelijk. De rechtbank merkt daarbij op dat de opgave van kosten een voorschot betreft, en de werkelijke kosten ook lager kunnen uitkomen, indien de benodigde tijd voor het onderzoek meevalt.
2.10.
De rechtbank gaat over tot het gelasten van het aangekondigde deskundigenbericht. De rechtbank zal de heer [naam] benoemen tot deskundige en hem de in de beslissing vermelde vragen voorleggen.
2.11.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.12.
In het tussenvonnis van 12 juli 2023 is al aangekondigd dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [eiser] moet worden gedeponeerd.
Dictum
De rechtbank
in conventie
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de in rechtsoverweging 2.5. genoemde vragen,
3.2.
benoemt tot deskundige:
De heer [naam] ( [bedrijf 3] )
Correspondentieadres: [adres]
e-mailadres: [e-mailadres]
telefoonnummer: [telefoonnummer]
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 5.700,00 exclusief BTW,
3.4.
bepaalt dat [eiser] het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat [eiser] haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige er op dat:
de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
3.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk twee maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
3.11.
wijst de deskundige er op dat:
uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.12.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.13.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 3 april 2024,
3.14.
draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of
na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van op een termijn van vier weken,
3.15.
verklaart dit vonnis tot hier uitvoerbaar bij voorraad,
3.16.
houdt iedere verdere beslissing aan.
in reconventie
3.17.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2023.
Inleiding
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/403051 / HA ZA 22-593
Vonnis van 20 december 2023
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: “ [eiser] ”,
advocaat: mr. G.M.P. Strang te Tilburg,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
te [plaats 2] ,2. [gedaagde sub 2],
te [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: “ [gedaagden] ” (en afzonderlijk bij hun achternaam),
advocaat: mr. C. Erasmus te Amsterdam-Duivendrecht.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 12 juli 2023 en de daarin genoemde processtukken,
de akte van [gedaagden] van 9 augustus 2023,
de akte uitlating van [eiser] van 9 augustus 2023,
de (antwoord) akte van [gedaagden] van 13 september 2023;
de brief van 6 november 2023 van de rechtbank waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld om te reageren op de persoon en de begroting van het voorschot van de deskundige;
de reactie van [eiser] van 13 november 2023;
de reactie van [gedaagden] van 13 november 2023.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
in conventie (vordering V) en in reconventie
(ontbinding van) de aannemingsovereenkomst
2.1.
Bij tussenvonnis van 12 juli 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat het voorshands aannemelijk is dat de door [eiser] bij [gedaagden] geplaatste zonnepanelen installatie zodanige gebreken vertoont dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [eiser] . De rechtbank heeft [eiser] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen deze voorshands aannemelijk geachte stelling, waarbij besproken is dat een onderzoek door een deskundige in dat kader de aangewezen weg is. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.
2.2.
Uit de akte uitlaten van [eiser] volgt dat zij het wenselijk vindt dat een deskundige benoemd wordt. [eiser] gaat akkoord met benoeming van een deskundige op het gebied van zonnepaneleninstallaties. Daarnaast wenst [eiser] een deskundige op het gebied van brandonderzoek te benoemen. Deze laatste deskundige zou volgens [eiser] de vraag naar de oorzaak van de (eventuele) versmelting c.q. verbranding van de stekker moeten beantwoorden. Een deskundige op het gebied van zonnepaneleninstallaties zal volgens [eiser] enkel onderzoeken of de oorzaak gelegen is in de werkzaamheden van [eiser] of een andere elektrotechnische oorzaak, maar niet of [gedaagden] zelf de versmelting c.q. verbranding veroorzaakt hebben. [eiser] heeft geen aanvullende vragen aan de te benoemen deskundige(n).
2.3.
[gedaagden] laten bij akte weten dat zij zich kunnen vinden in de benoeming van één deskundige op het gebied van zonnepaneleninstallaties, en akkoord te zijn met de door de rechtbank geformuleerde opdracht en onderzoeksvragen zoals in het tussenvonnis opgenomen. [gedaagden] verzetten zich tegen de benoeming van een tweede deskundige die de verbrande stekker zou moeten onderzoeken.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige, met kennis van zonnepaneleninstallaties en de elektrotechnische aspecten die daarbij horen. De rechtbank ziet niet in – en [eiser] onderbouwt dat ook onvoldoende – waarom deze deskundige niet in staat zou zijn om alle mogelijke oorzaken van de gestelde versmolten c.q. verbrande stekker te onderzoeken, waaronder eventueel eigen toedoen van [gedaagden]
De aan de deskundige voor te leggen vragen
2.5.
Partijen hebben geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de voorgestelde vragen. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de navolgende vragen aan de deskundige voorlegt:
Voldoet de zonnepaneleninstallatie naar uw deskundig oordeel aan de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap?
Wilt u bij uw beoordeling ingaan op de gebreken zoals die worden opgesomd in het rapport van [bedrijf 1] , in het bericht van [bedrijf 2] en de e-mail van [gedaagden] van 11 november 2021?
Wilt u bij uw beoordeling in het bijzonder ingaan op de vraag:
a. of het type omvormer dat geïnstalleerd is geschikt is voor deze installatie?
b. of de in de offerte voorgespiegelde opbrengst gerealiseerd kan worden met het aantal geplaatste zonnepanelen?
c. of de zonnepanelen deugdelijk op het dak zijn gemonteerd?
4. Constateert u versmeltingen of verkleuring door verhitting op kabels, stekkers of andere onderdelen van de installatie? Zo ja, kunt u aangeven wat daarvan naar uw oordeel de oorzaak is?
5. Indien u gebreken constateert, kunt u aangeven op welke wijze deze hersteld kunnen worden en welke kosten gemoeid zijn met herstel?
6. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
De persoon van de deskundige en het voorschot
2.6.
De door de rechtbank aangezochte deskundige, de heer [naam] , werkzaam bij [bedrijf 3] , gevestigd te [plaats 3] , heeft - uitgaande van de vraagstelling zoals opgenomen in 2.5. - het voorschot begroot op € 5.700,00 exclusief BTW. Zijn uurtarief bedraagt € 200,00 exclusief BTW.
2.7.
[eiser] heeft bij brief van 13 november 2023 bezwaar gemaakt tegen benoeming van de heer [naam] als deskundige. [eiser] voert in dat kader aan dat de voorgestelde kosten van het deskundigenonderzoek niet in verhouding staan tot het belang van de zaak. De begrote tijdsbesteding is erg ruim, gelet op de grootte van de zonnepaneleninstallatie en de expertise van de heer [naam] . Tot slot wijst [eiser] er op dat [bedrijf 1] voor een bedrag van € 426,04 een rapport heeft uitgebracht, waaruit de wanverhouding van het door de heer [naam] begrote bedrag blijkt.
2.8.
[gedaagden] hebben in hun reactie van 13 november 2023 aangegeven dat de kosten van het deskundigenonderzoek buitensporig hoog lijken, maar dat zij geen belang hebben bij vertraging van de procedure nu hun schade blijft oplopen. [gedaagden] maken daarom geen bezwaar tegen de deskundige en het voorschot.
2.9.
De rechtbank constateert dat beide partijen geen bezwaar maken tegen de persoon van de voorgestelde deskundige. Het bezwaar van [eiser] ziet enkel op het door de deskundige begrote voorschot. De rechtbank ziet ook dat het bedrag van het voorschot in de buurt komt van de aanneemsom, maar is van oordeel dat dat op zichzelf beschouwd geen reden is om niet tot benoeming van de deskundige over te gaan. Het voeren van een procedure brengt nu eenmaal kosten met zich mee. De in de begroting opgenomen tijdsbesteding en het uurtarief van de deskundige zijn naar het oordeel van de rechtbank redelijk. De rechtbank merkt daarbij op dat de opgave van kosten een voorschot betreft, en de werkelijke kosten ook lager kunnen uitkomen, indien de benodigde tijd voor het onderzoek meevalt.
2.10.
De rechtbank gaat over tot het gelasten van het aangekondigde deskundigenbericht. De rechtbank zal de heer [naam] benoemen tot deskundige en hem de in de beslissing vermelde vragen voorleggen.
2.11.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.12.
In het tussenvonnis van 12 juli 2023 is al aangekondigd dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [eiser] moet worden gedeponeerd.
Dictum
De rechtbank
in conventie
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de in rechtsoverweging 2.5. genoemde vragen,
3.2.
benoemt tot deskundige:
De heer [naam] ( [bedrijf 3] )
Correspondentieadres: [adres]
e-mailadres: [e-mailadres]
telefoonnummer: [telefoonnummer]
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 5.700,00 exclusief BTW,
3.4.
bepaalt dat [eiser] het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat [eiser] haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige er op dat:
de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
3.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk twee maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
3.11.
wijst de deskundige er op dat:
uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.12.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.13.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 3 april 2024,
3.14.
draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of
na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van op een termijn van vier weken,
3.15.
verklaart dit vonnis tot hier uitvoerbaar bij voorraad,
3.16.
houdt iedere verdere beslissing aan.
in reconventie
3.17.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2023.