Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-12-22
ECLI:NL:RBZWB:2023:9180
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,067 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/9567
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de Korpschef van Politie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de korpschef van 24 juli 2023 inzake de weigering van de toestemming om beveiligingswerkzaamheden te mogen verrichten.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden/gepubliceerd.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de korpschef het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 24 juli 2023 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 4 september 2023.
4.1.
Eiser heeft op 7 september 2023 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Eiser heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Per abuis is de ontvangstdatum in plaats van de verzenddatum genoteerd. Dit heeft ervoor gezorgd dat het pro forma beroepschrift enkele dagen te laat is aangekomen bij de rechtbank. Hetgeen eiser heeft aangevoerd leidt niet tot de conclusie dat het te laat indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Het onjuist berekenen van de beroepstermijn door eiser is een omstandigheid die voor zijn rekening en risico dient te blijven.
Conclusie
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van C.J.M. Hendrickx, griffier, op 22 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb.
Dit volgt uit artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.
Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb.