Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-10-20
ECLI:NL:RBZWB:2023:9018
Strafrecht
Raadkamer
2,304 tokens
Dictum
[de veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. S. Konya, advocaat te Bodegraven (Noordhollandstraat 61, 1081 AS Amsterdam),
hierna te noemen: de veroordeelde.
Procedure
Het bezwaarschrift is op 12 juni 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 06 oktober 2023 het bezwaar in besloten raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde waarnemend advocaat van de veroordeelde mr. H.J. Oosterhagen en de officier van justitie mr. I.J.M. van der Hamsvoord op zitting gehoord.
De veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Bezwaar
Het bezwaar richt zich tegen het bepalen en verwerken van het dna-profiel van de veroordeelde.
Veroordeelde doet onder verwijzing naar de aard van het misdrijf en de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd een beroep op de uitzonderingsgrond van artikel 2, eerste lid, onder b van de Wet. Daartoe is aangevoerd dat veroordeelde ten tijde van het plegen van het feit 45 jaar oud was en daarvoor nog nooit in aanraking is geweest met politie en justitie. Zij is bovendien ook na de veroordeling niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen. Gelet daarop wordt gesteld dat de kans op herhaling niet aanwezig is. Daarnaast gaat het om een veroordeling wegens een misdrijf voor de opheldering waarvan dna-onderzoek niet van betekenis is. Het onttrekken van een minderjarige aan het wettelijk gezag is een misdrijf waarbij doorgaans geen celmateriaal wordt achtergelaten. In onderhavige zaak gaat het om een minderjarige (bijna meerderjarig) die zonder daartoe door veroordeelde te zijn gedwongen, zich met medewerking van veroordeelde, zou hebben onttrokken aan het wettelijk gezag. Onder genoemde omstandigheden is er sprake van een (te grote) inbreuk op de onaantastbaarheid van het lichaam en de persoonlijke levenssfeer. Verzocht wordt dan ook het bezwaarschrift gegrond te verklaren en het dna-profiel van veroordeelde te vernietigen.
In raadkamer is namens veroordeelde gepersisteerd bij het verzoek
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat dat het verzoek ongegrond verklaard dient te worden
Beoordeling
Het bezwaar is tijdig en op de juiste wijze ingediend. De veroordeelde kan daardoor in het bezwaar worden ontvangen. De rechtbank is bevoegd.
Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet DNA kan een bevel tot afname van celmateriaal worden bevolen ter zake van een veroordeling van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, Sv.
Bij vonnis van 27 maart 2023 is de veroordeelde door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank veroordeeld omdat zij haar minderjarige dochter [naam] een periode in 2020 heeft onttrokken aan het wettig gezag. Haar dochter was toen 17 jaar. Aan de veroordeelde is een geheel voorwaardelijke taakstraf opgelegd van 40 uur met een proeftijd van 2 jaar.
Gelet op de aard van het misdrijf en de bijzondere omstandigheden, waaronder het misdrijf is gepleegd, is moeilijk voorstelbaar of en in hoeverre dna-materiaal van betekenis kan kan zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van mogelijk toekomstige gelijksoortige strafbare feiten van de veroordeelde.
Veroordeelde was voor de pleegperiode nog nooit in aanraking geweest met politie en justitie en ook daarna is daarvan niet gebleken. Door de reclassering is in het rapport van 14 februari 2023 naar voren gebracht dat kans op recidive laag wordt ingeschat. Er zijn daarom geen aanknopingspunten die een concreet recidivegevaar aannemelijk maken.
Conclusie
Het bevel tot DNA-afname bij veroordeelde voldoet aan de daaraan door de wet gestelde eisen, maar er is sprake van een uitzondering als bedoeld in artikel 2 van de Wet DNA. De rechtbank zal daarom het bezwaar gegrond verklaren.
De rechtbank komt tot de volgende beslissing.
Dictum
De rechtbank
- verklaart het bezwaar gegrond en beveelt dat de officier van justitie ervoor zorg draagt dat het celmateriaal terstond wordt vernietigd.
Deze beslissing is gegeven door
mr. J.C. Gillesse, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier,
uitgesproken op 20 oktober 2023.
De griffier is niet in staat deze beslissing mede te ondertekenen
Dictum
[de veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. S. Konya, advocaat te Bodegraven (Noordhollandstraat 61, 1081 AS Amsterdam),
hierna te noemen: de veroordeelde.
Procedure
Het bezwaarschrift is op 12 juni 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 06 oktober 2023 het bezwaar in besloten raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde waarnemend advocaat van de veroordeelde mr. H.J. Oosterhagen en de officier van justitie mr. I.J.M. van der Hamsvoord op zitting gehoord.
De veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Bezwaar
Het bezwaar richt zich tegen het bepalen en verwerken van het dna-profiel van de veroordeelde.
Veroordeelde doet onder verwijzing naar de aard van het misdrijf en de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd een beroep op de uitzonderingsgrond van artikel 2, eerste lid, onder b van de Wet. Daartoe is aangevoerd dat veroordeelde ten tijde van het plegen van het feit 45 jaar oud was en daarvoor nog nooit in aanraking is geweest met politie en justitie. Zij is bovendien ook na de veroordeling niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen. Gelet daarop wordt gesteld dat de kans op herhaling niet aanwezig is. Daarnaast gaat het om een veroordeling wegens een misdrijf voor de opheldering waarvan dna-onderzoek niet van betekenis is. Het onttrekken van een minderjarige aan het wettelijk gezag is een misdrijf waarbij doorgaans geen celmateriaal wordt achtergelaten. In onderhavige zaak gaat het om een minderjarige (bijna meerderjarig) die zonder daartoe door veroordeelde te zijn gedwongen, zich met medewerking van veroordeelde, zou hebben onttrokken aan het wettelijk gezag. Onder genoemde omstandigheden is er sprake van een (te grote) inbreuk op de onaantastbaarheid van het lichaam en de persoonlijke levenssfeer. Verzocht wordt dan ook het bezwaarschrift gegrond te verklaren en het dna-profiel van veroordeelde te vernietigen.
In raadkamer is namens veroordeelde gepersisteerd bij het verzoek
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat dat het verzoek ongegrond verklaard dient te worden
Beoordeling
Het bezwaar is tijdig en op de juiste wijze ingediend. De veroordeelde kan daardoor in het bezwaar worden ontvangen. De rechtbank is bevoegd.
Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet DNA kan een bevel tot afname van celmateriaal worden bevolen ter zake van een veroordeling van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, Sv.
Bij vonnis van 27 maart 2023 is de veroordeelde door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank veroordeeld omdat zij haar minderjarige dochter [naam] een periode in 2020 heeft onttrokken aan het wettig gezag. Haar dochter was toen 17 jaar. Aan de veroordeelde is een geheel voorwaardelijke taakstraf opgelegd van 40 uur met een proeftijd van 2 jaar.
Gelet op de aard van het misdrijf en de bijzondere omstandigheden, waaronder het misdrijf is gepleegd, is moeilijk voorstelbaar of en in hoeverre dna-materiaal van betekenis kan kan zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van mogelijk toekomstige gelijksoortige strafbare feiten van de veroordeelde.
Veroordeelde was voor de pleegperiode nog nooit in aanraking geweest met politie en justitie en ook daarna is daarvan niet gebleken. Door de reclassering is in het rapport van 14 februari 2023 naar voren gebracht dat kans op recidive laag wordt ingeschat. Er zijn daarom geen aanknopingspunten die een concreet recidivegevaar aannemelijk maken.
Conclusie
Het bevel tot DNA-afname bij veroordeelde voldoet aan de daaraan door de wet gestelde eisen, maar er is sprake van een uitzondering als bedoeld in artikel 2 van de Wet DNA. De rechtbank zal daarom het bezwaar gegrond verklaren.
De rechtbank komt tot de volgende beslissing.
Dictum
De rechtbank
- verklaart het bezwaar gegrond en beveelt dat de officier van justitie ervoor zorg draagt dat het celmateriaal terstond wordt vernietigd.
Deze beslissing is gegeven door
mr. J.C. Gillesse, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier,
uitgesproken op 20 oktober 2023.
De griffier is niet in staat deze beslissing mede te ondertekenen