Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-12-22
ECLI:NL:RBZWB:2023:8866
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
758 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/602
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 23 december 2022, betreffende de aanmaningskosten op de naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen met [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Bij uitspraak op bezwaar van 23 december 2022 is het bezwaar van belanghebbende tegen de aanmaningskosten gegrond verklaard omdat de aanmaning ten onrechte was verzonden.
2.1.
Belanghebbende komt in beroep en stelt dat er ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend voor de bezwaarfase.
3. Proceskosten voor de bezwaarfase worden aan een belanghebbende uitsluitend vergoed op verzoek voor zover het (in bezwaar) bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
3.1.
De rechtbank heeft aan de hand van de overgelegde stukken niet kunnen vaststellen dat belanghebbende in de bezwaarfase al om een kostenvergoeding heeft verzocht. Daarom bestaat geen recht op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase.
Conclusie
4. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak op bezwaar in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 22 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 7:15 van de Awb.
Vgl. Gerechtshof Amsterdam, 10 oktober 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2707