Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-16
ECLI:NL:RBZWB:2023:8831
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,995 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/414297 / FA RK 23-4522
Datum uitspraak: 16 november 2023
beschikking over de voogdij
in de zaak van
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ZUIDWEST NEDERLAND,
locatie Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag 1] 2007 te [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[de oma]
,
hierna te noemen: de oma,
wonende te [woonplaats 1] .
De rechtbank merkt als informant aan:
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2] ;
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
de brief van de rechtbank Rotterdam van 21 september 2023, met als bijlage de kennisgeving van overlijden van [datum 1] 2023;
het op 10 november 2023 ontvangen verzoek van de Raad;
de bereidverklaring tot voogdij van de oma van 16 november 2023.
1.2
Op 16 november 2023 heeft de rechtbank de zaak mondeling en met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de oma;
- de vader;
- twee vertegenwoordigsters van de Raad.
Met bijzondere toestemming van de rechtbank was tijdens de mondelinge behandeling aanwezig de oom van [minderjarige] .
1.3
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is [minderjarige] gehoord.
Feiten
2.1
[minderjarige] is geboren uit het huwelijk van zijn vader en moeder.
2.2
Op [datum 2] 2023 is de moeder van [minderjarige] overleden. De moeder van [minderjarige] was alleen met het ouderlijk gezag over hem belast.
2.3
[minderjarige] woont bij zijn oma.
3
3. Het verzoek
3.1
De Raad verzoekt de oma te belasten met de voogdij over [minderjarige] .
3.2
De oma heeft zich bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.
4De standpunten
4.1
De Raad handhaaft het verzoek. Het is een heel verdrietige situatie waarin [minderjarige] , maar ook oma en de overige familieleden terecht zijn gekomen na het overlijden van de moeder van [minderjarige] . [minderjarige] woont bij zijn oma en de Raad heeft daar een heel betrokken, warme gezinssituatie waargenomen. Oma is erg betrokken op [minderjarige] en de Raad verzoekt dan ook om oma te belasten met de voogdij over [minderjarige] . Ondanks het feit dat oma analfabeet is heeft de Raad er vertrouwen in dat zij de voogdij over [minderjarige] op een juiste wijze zal uitoefenen. Zij zoekt actief hulp en laat zich professioneel bijstaan bij allerlei zaken op zowel financieel als juridisch vlak. Oma brengt structuur aan in het leven van [minderjarige] en is erg betrokken op hem. Ook de mensen die wonen op het woonwagenkamp waar oma met [minderjarige] woont zijn erg betrokken op elkaar en op de familie. De erfenis van de moeder moet voor 9 december a.s. zijn geaccepteerd of verworpen dus er is enige haast geboden bij de beslissing wie met de voogdij over [minderjarige] moet worden belast. Er loopt momenteel nog een netwerkscreening bij oma maar vooralsnog verwacht de Raad dat daar geen bijzonderheden uit naar voren zullen komen.
4.2
De oma voert tijdens de mondelinge behandeling aan dat zij met liefde voor [minderjarige] zorgt. Zij is bereid om de voogdij over hem uit te oefenen. Na het overlijden van haar man heeft zij actief hulp gezocht op het gebied van financiën en huishouden nu zij niet kan lezen en schrijven. Met behulp van de hulpverlening lukt het goed om allerlei zaken, ook voor [minderjarige] , te regelen. Oma is al sinds de geboorte van [minderjarige] betrokken bij hem en heeft hem mede opgevoed. De moeder van [minderjarige] was al langere tijd ziek en [minderjarige] woonde al bij haar voordat zijn moeder overleed. Oma steunt [minderjarige] in zijn schoolkeuze. Oma verwacht dat het haar, met behulp van de hulpverlening en haar netwerk, gaat lukken om de voogdij over [minderjarige] uit te oefenen.
4.3
De vader licht tijdens de mondelinge behandeling toe dat hij instemt met het verzoek van de Raad. [minderjarige] woont al langere tijd bij zijn oma en de vader acht de oma het beste in staat om beslissingen omtrent [minderjarige] te nemen.
Beoordeling
5.1
Ingevolge artikel 1:253g BW juncto artikel 1:280 BW bepaalt de rechtbank dat in het geval de ouder die overlijdt het gezag over het minderjarige kind alleen uitoefent de overlevende ouder of een derde met het gezag over het minderjarige kind wordt belast. De rechtbank doet dit op verzoek van de Raad, de overlevende ouder of ambtshalve.
5.2
Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat zijn oma met de voogdij over hem wordt belast. Er is momenteel sprake van een gezagsvacuüm nu de moeder van [minderjarige] , die eenhoofdig het ouderlijk gezag over hem uitoefende, is overleden. Er dient zo spoedig mogelijk in het gezag over [minderjarige] te worden voorzien. [minderjarige] heeft tijdens het kindgesprek aangegeven dat hij graag wil dat zijn oma met de voogdij over hem wordt belast. [minderjarige] woont al langere tijd bij zijn oma en zijn oma is erg betrokken op hem. De oma kan goed aansluiten bij de behoeftes van [minderjarige] . Daarnaast staat de oma open voor hulpverlening die haar kan ondersteunen in de opvoeding van [minderjarige] en vraagt zij ook actief hulp als dat nodig is. Het belang van [minderjarige] verzet zich tegen ouderlijk gezag van zijn vader nu er tussen hen geen sprake is van structureel contact en de vader op die manier niet goed kan inschatten wat nodig is voor [minderjarige] . Bovendien heeft de vader aangegeven dat het ook zijn wens is dat de oma met de voogdij over [minderjarige] wordt belast. De oma heeft zich schriftelijk en mondeling bereid verklaard de voogdij over [minderjarige] op zich te nemen. De rechtbank zal het verzoek van de Raad dan ook toewijzen en de oma benoemen als voogd over [minderjarige] .
5.3
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
belast [de oma] , geboren op [geboortedag 2] 1955 te [geboorteplaats 2] , met de voogdij over [minderjarige] ;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.
Dictum
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.