Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-20
ECLI:NL:RBZWB:2023:8455
Strafrecht
Raadkamer
462 tokens
Dictum
[Veroordeelde]
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats]
wonende op het [woonadres]
hierna te noemen: de veroordeelde.
Feiten
Veroordeelde is op 27 juni 2012 door de politierechter te Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot betaling van een ontnemingsbedrag van € 8.025,00. Op 14 november 2012 is de ontnemingsvordering ter executie overgedragen naar het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB). Vanaf dat moment heeft het CJIB getracht het volledige bedrag te incasseren. Uiteindelijk is door veroordeelde een bedrag van € 600,00 betaald. Hierdoor resteert een bedrag van € 7.425,00.
Procedure
De vordering is op 27 maart 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De officier van justitie heeft bij deze vordering zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 6 november 2023 de vordering in openbare raadkamer behandeld.
Vordering van het Openbaar Ministerie
De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlenen van een machtiging tot toepassing van gijzeling voor de duur van 26 dagen.
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat geprobeerd is de oproep voor de behandeling van de vordering uit te reiken aan veroordeelde op het hierboven genoemde adres. Dit is niet gelukt, omdat er niemand op het adres aanwezig was om de brief aan te nemen. De oproep is hierna niet meer betekend aan het Openbaar Ministerie. Er is dan ook niet voldaan aan de betekeningsvereisten voor de oproeping. De rechtbank zal daarom de oproeping nietig verklaren.
Dictum
De rechtbank verklaart de oproeping nietig.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.J.H. Goossens, politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2023.