Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-30
ECLI:NL:RBZWB:2023:8325
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
516 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: 23/10790 WOO VV
uitspraak van 30 november 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak van
[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker
en
het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft bij brief van 10 november 2023 verzocht om een voorlopige voorziening met betrekking tot een besluit van verweerder inzake de WOO.
Bij aangetekende brief van 13 november 2023 heeft de rechtbank aan verzoeker medegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen 14 dagen na genoemde datum moet worden betaald en dat het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald.
De voorzieningenrechter heeft met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behandeling ter zitting achterwege gelaten.
Beoordeling
In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Verzoeker is schriftelijk gewezen op deze verplichting.
De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen.
Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Derhalve zal de voorzieningenrechter de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.
Dictum
De voorzieningenrechter:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, en door deze en mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, ondertekend.
Uitgesproken in het openbaar op 30 november 2023.
P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Afschrift verzonden op: