Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-07
ECLI:NL:RBZWB:2023:8316
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,483 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10566289 \ MB VERZ 23-827
CJIB-nummer : 9062 5422 5163 8187
uitspraakdatum : 7 november 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Procesverloop
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 november 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.M. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 18 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Bosscheweg te Berkel-Enschot op 14 augustus 2022 om 19:29 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Gemachtigde stelt dat volgens betrokkene de meting die is uitgevoerd in strijd met de instructie snelheidsmetingen. Daarbij is ook onduidelijk waar de meting heeft plaatsgevonden, aangezien er een overgang naar een autoweg op deze locatie is. Voorts stelt gemachtigde dat er een schendig van de fysieke hoorplicht is geweest in de fase bij de officier van justitie.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De autoweg waar gemachtigde het over heeft is een snelweg. Als daar gemeten zou zijn, dan had de verbalisant dat genoteerd. De verbalisant heeft genoteerd dat hij op een weg stond waar een maximumsnelheid van 50 km per uur geldt. Ook verklaart betrokkene dat hij het niet door heeft gehad. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de meting op een juiste wijze is verricht. Een enkele ontkenning is onvoldoende en daarnaast zijn de stellingen niet voldoende onderbouwd. Ten aanzien van de hoorplicht is de zittingsvertegenwoordiger van mening dat de hoorplicht is geschonden, maar dat er middels een extra kans om schriftelijke gronden in te dienen voldoende is gecompenseerd. De zittingsvertegenwoordiger verwijst naar de uitspraak ECLI:NL:GHARL:2023:6930, zeventiende rechtsoverweging. De beslissing van de officier van justitie zal moeten worden vernietigd, maar zonder consequenties.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Betrokkene heeft, via een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de gemachtigde en betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Dat aan de gemachtigde de mogelijkheid is geboden van een extra schriftelijke ronde, in plaats van een (telefonische) hoorzitting, maakt dat niet anders.
De kantonrechter ziet in de schending van de hoorplicht geen aanleiding om te matigen met 25%. Het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2022:9934) ziet uitsluitend op betrokkenen die zonder gemachtigde procederen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een dergelijke korting ook toe te passen bij professionele gemachtigden.
Het beroep is gelet op de schending van de hoorplicht gegrond, maar het beroep tegen de inleidende beschikking is ongegrond.
Nu de inleidende boetebeschikking in stand blijft, is er geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Dictum
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.L. Schakenraad, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.