Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-22
ECLI:NL:RBZWB:2023:8243
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,317 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 19/2246
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] , gevestigd te [plaats 1] , belanghebbende,
en
De ontvanger van de Belastingdienst (de ontvanger).
Procesverloop
1. De ontvanger heeft belanghebbende bij beschikking van 18 januari 2017 aansprakelijk gesteld voor diverse naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd aan [B.V.] .
1.1.
Hiertegen heeft belanghebbende bezwaar gemaakt. De ontvanger heeft dit bezwaar afgewezen en namens belanghebbende heeft de gemachtigde, [gemachtigde] , op 14 mei 2019 beroep ingesteld.
1.2.
Bij brief van 11 december 2021 heeft [gemachtigde] de rechtbank op de hoogte gesteld van het overlijden van de uiteindelijk directeur/grootaandeelhouder van belanghebbende, [naam] , op 24 april 2020. In deze brief geven zij ook aan geen gemachtigde meer te zijn van belanghebbende.
1.3.
Op verzoek van de rechtbank heeft de ontvanger een adresonderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het vestigingsadres van belanghebbende [vestigingsadres] te [plaats 1] is. Dit is ook het adres van haar aandeelhouder, [BVBA] . De bestuurder van belanghebbende, [B.V.] , is eveneens gevestigd op dat adres. De enige aandeelhouder van [B.V.] is [BVBA] .
Uit overige van de ontvanger ontvangen informatie blijkt verder dat er geen nieuwe bestuurder of ander vestigingsadres bekend is.
1.4.
Op verzoek van de rechtbank heeft de ontvanger getracht enige informatie over erfgenamen te achterhalen. Uit de gevonden informatie blijkt dat de erfgenamen de nalatenschap zuiver en eenvoudig hebben verworpen. [BVBA] staat nog wel als ‘actief’ geregistreerd, maar sinds het overlijden van [naam] is nog geen nieuwe zaakvoerder aangesteld en de aandelen zijn nog niet overgedragen. De boedel waartoe de aandelen behoren is nog niet verdeeld en de erfenis is onbeheerd. Uit het Handelsregister blijkt nog steeds het vestigingsadres [vestigingsadres] te [plaats 1] .
1.5.
Bij brief met dagtekening 25 januari 2023, zowel aangetekend als per gewone post verstuurd naar [vestigingsadres] [plaats 1] én aan [adres] [plaats 2] , heeft de rechtbank belanghebbende verzocht om aan te geven wie haar bestuurder is en wie bevoegd is om haar te vertegenwoordigen. In deze brief heeft de rechtbank aangegeven dat zij het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als binnen vier weken na dagtekening geen reactie is ontvangen.
Beide brieven gestuurd aan de [adres] en de aangetekende brief gestuurd aan de [vestigingsadres] zijn onbestelbaar retour ontvangen. Op de per gewone post verstuurd brief is evenwel geen reactie ontvangen.
Overwegingen
2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
3. Een rechtspersoon kan zelf geen (rechts)handelingen verrichten. Zij moet daarvoor worden vertegenwoordigd door (uiteindelijk) een natuurlijke persoon. Dit kan de bestuurder(s) van de vennootschap zijn of een persoon die door het bestuur van de vennootschap daartoe gemachtigd is. Voor een beroepsprocedure is vertegenwoordiging van belanghebbende door een natuurlijke persoon noodzakelijk. Een vertegenwoordigingsbevoegde natuurlijk persoon heeft zich in deze procedure niet gemeld, ook niet na de herhaalde verzoeken van de rechtbank om een dergelijke persoon bekend te maken. Hoewel het beroepschrift bevoegdelijk is ingediend door de toenmalig gemachtigde, is thans sprake van een (niet hersteld) vertegenwoordigingsgebrek.
4. Gelet op het procesverloop in combinatie met het geconstateerde vertegenwoordigingsgebrek ziet de rechtbank aanleiding om het beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren.
Conclusie
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat de aansprakelijkstelling in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. W.C.C. Koreman-de Bok, griffier, op 22 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.