Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-10-25
ECLI:NL:RBZWB:2023:8095
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,307 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10563085 \ CV EXPL 23-2362
Vonnis van 25 oktober 2023 (bij vervroeging)
in de zaak van
STICHTING TIWOS, TILBURGSE WOONSTICHTING
,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: TIWOS,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde01]
,
te [plaats01] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde01] ,
gemachtigde: mr. M.C.A.M. van der Meer.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 30 augustus 2023 met de daarin genoemde stukken,
de op 9 oktober 2023 door de griffie ontvangen aanvullende producties van [gedaagde01] ,
de op 10 oktober 2023 door de griffie ontvangen akte met wijziging van eis en aanvullende producties van TIWOS,
de mondelinge behandeling van 17 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Na bespreking van de zaak verklaren partijen het eens te zijn geworden over het volgende:
a. De huurachterstand berekend tot en met de huur over de maand oktober 2023 bedraagt € 3.723,11;
De verschenen wettelijke rente tot en met datum dagvaarding bedraagt € 87,72;
Wegens buitengerechtelijke incassokosten is huurder verschuldigd € 368,69;
[gedaagde01] dient de proceskosten te betalen, vastgesteld op € 129,86 voor de dagvaarding, € 487,00 voor griffierecht en € 528,00 (2,00 punten × € 264,00) voor gemachtigdesalaris, derhalve in totaal € 1.144,86;
[gedaagde01] zal blijven voldoen aan de lopende huurverplichtingen, een bedrag van € 616,92 per maand,
2.2.
TIWOS wijzigt haar geldvordering tot hetgeen [gedaagde01] op grond van de voornoemde afspraken verschuldigd is. Daarnaast hebben partijen tijdens de gehouden mondelinge behandeling afspraken gemaakt over de gevorderde ontbinding en ontruiming. TIWOS wijzigt haar vordering in die zin dat zij nu nog verzoekt de gevorderde ontbinding en ontruiming, en de daarmee samenhangende nevenvorderingen, voorwaardelijk uit te spreken, onder de voorwaarden zoals tussen partijen ter zitting is overeengekomen. [gedaagde01] verzet zich niet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering. De kantonrechter overweegt dat deze vorderingen, zoals op de zitting gewijzigd, toewijsbaar zijn.
2.3.
De afspraken luiden als volgt. Partijen verklaren het eens te zijn geworden over een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning indien en zodra [gedaagde01] binnen een periode van 18 maanden, te rekenen vanaf het akkoord van alle schuldeisers van [gedaagde01] op de regeling die Bureau Schuldhulpverlening met deze schuldeisers treft, handelt in strijd met de hierna te noemen voorwaarden:
[gedaagde01] betaalt de lopende huurtermijnen,
[gedaagde01] houdt zich aan de aanwijzingen van Bureau Schuldhulpverlening.
2.4.
Daarbij geldt wel dat, als ten minste één van de hiervoor genoemde voorwaarden tot ontbinding van de huurovereenkomst intreedt, aan [gedaagde01] een redelijke termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis wordt geboden om het gehuurde te ontruimen.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan TIWOS te betalen een bedrag van € 5.323,88 aan achterstallige huurpenningen tot en met oktober 2023, verschenen wettelijke rente tot en met 30 mei 2023, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten,
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] tot betaling aan TIWOS van € 616,92 per maand, of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten, voor iedere ingegane maand vanaf november 2023 tot het tijdstip van ontruiming,
3.3.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan de [adres01] te [plaats01] en veroordeelt [gedaagde01] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met al het hare en de haren te ontruimen en te verlaten en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van TIWOS te stellen,
indien en zodra aan tenminste één van de volgende voorwaarden wordt voldaan
:
[gedaagde01] betaalt de lopende huurtermijnen niet;
[gedaagde01] houdt zich niet aan de aanwijzingen van Bureau Schuldhulpverlening.
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken op 25 oktober 2023.