Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-10
ECLI:NL:RBZWB:2023:7844
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,755 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/415517 / JE RK 23-1929
Datum uitspraak: 10 november 2023
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
locatie Middelburg,
hierna te noemen: de GI.
betreffende
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedag 1] 2018 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] .
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedag 2] 2016 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. P.A.J. van Putten te Almere.
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. M. Czarnota te Oosterhout.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 1 november 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 1 november 2023;
het e-mailbericht van mr. Czarnota van 3 november 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 3 november 2023;
het e-mailbericht van mr. Van Putten van 3 november 23023, binnengekomen bij de rechtbank op 3 november 2023;
het bericht van de GI van 9 november 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 9 november 2023.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van 16 november 2020 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna telkens verlengd, voor het laatst tot 16 november 2023.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van drie maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
4.1.
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
4.2.
Op 1 november 2023 is het verzoekschrift van de GI bij de rechtbank binnengekomen. Vervolgens is de mondelinge behandeling gepland op 15 november 2023 om 13.15 uur. Zowel mr. Czarnota als mr. Van Putten hebben op 3 november 2023 laten weten dat zij die dag zijn verhinderd. Gelet op de verhinderdata van de partijen, het zittingsrooster en de afloopdatum van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , is het niet mogelijk gebleken om het verzoek tijdig voorafgaand aan de afloopdatum van de ondertoezichtstelling mondeling te behandelen en de belanghebbenden te horen over het verzoek. Beide advocaten hebben namens de vader respectievelijk de moeder ingestemd met een korte verlenging van de ondertoezichtstelling tot aan de nieuwe zittingsdatum. Ook de GI heeft laten weten dat zij akkoord zijn met een korte verlenging. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daarom - met instemming van de GI, de vader en de moeder - ter overbrugging verlengen voor de duur een maand, te weten met ingang van 16 november 2023 en tot 16 december 2023. In overleg met beide advocaten en met inachtneming van hun verhinderdata zal de behandeling van het resterende deel van het verzoek betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling worden aangehouden tot de mondelinge behandeling van 30 november 2023 om 14.45 uur.
4.3.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
4.4.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 16 november 2023 en tot 16 december 2023;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de vader en zijn advocaat en de moeder en haar advocaat op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, in het gerechtsgebouw aan de Kousteensedijk 2 te Middelburg (4331 JE), van 30 november 2023 om 14.45 uur;
5.4.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor de GI, de vader en zijn advocaat en de moeder en haar advocaat;
5.5.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2023, in aanwezigheid van mr.. Vork als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.