Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-10-25
ECLI:NL:RBZWB:2023:7704
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,886 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummers: C/02/414882 / JE RK 23-1818 (spoedmachtiging gesloten jeugdhulp) C/02/415114 / JE RK 23-1847 (reguliere machtiging gesloten jeugdhulp)
Datum uitspraak: 25 oktober 2023
Nadere beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE VEERE,
hierna te noemen: het College,
zetelend te Domburg.
betreffende
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2007 te [plaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. S. van de Voorde te Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de ouders]
,
hierna te noemen: de ouders,
wonende te [plaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
In de zaak met kenmerk 23-1818:
het mondelinge verzoek van het College van 12 oktober 2023;
de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 12 oktober 2023 met het daarin genoemde telefoongesprek van de kinderrechter met het College op 12 oktober 2023;
het verzoek van het College met bijlagen van 13 oktober 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 13 oktober 2023 en binnengekomen op de griffie van team Familie- en Jeugdrecht op 16 oktober 2023.
In de zaak met kenmerk 23-1847:
- het verzoek van het College met bijlagen van 19 oktober 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 20 oktober 2023.
1.2.
Aan [minderjarige] is als advocaat toegevoegd, mr. S. van de Voorde, te Middelburg.
1.3.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2023. Daarbij waren aanwezig:
de advocaat van [minderjarige] ;
de ouders;
een tweetal vertegenwoordigers van het College.
1.4.
[minderjarige] is tijdens de mondelinge behandeling niet aanwezig. De avond daarvoor is [minderjarige] weggelopen bij [jeugdzorg] . [minderjarige] is wel op de hoogte van de zittingsdatum.
Feiten
2.1.
Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
2.2.
Bij beschikking van de kinderrechter van 16 augustus 2021 is een machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, met ingang van 18 augustus 2021 en tot 18 november 2021.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van 22 maart 2022 is ten aanzien van [minderjarige] een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en verblijven voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 22 maart 2022 en tot 5 april 2022, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
2.4.
Bij beschikking van de kinderrechter van 1 april 2022 is een machtiging gesloten jeugdhulp ten aanzien van [minderjarige] verleend met ingang van 1 april 2022 en tot 1 juli 2022, laatstelijk verleend tot 1 juli 2023.
2.5.
Bij beschikking van de kinderrechter van 12 oktober 2023 is ten aanzien van [minderjarige] een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en verblijven voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 12 oktober 2023 en tot 26 oktober 2023, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden.
2.6.
Op grond hiervan verblijft [minderjarige] bij [jeugdzorg] te [plaats 3]. [minderjarige] is de avond voorafgaand aan de mondelinge behandeling weggelopen. Op dit moment is zij vermist.
3Het verzoek
In de zaak met kenmerk 23-1818:
3.1.
Het College verzoekt, onverwijld zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden, een spoedmachtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van twee weken.
3.2.
De GZ-psycholoog, drs. [gz-psycholoog] , heeft op 13 oktober 2023 middels een instemmingsverklaring meegedeeld dat hij instemt met het spoedverzoek van het College.
3.3.
De ouders stemmen in met het spoedverzoek van het College. Dit blijkt uit de instemmingsverklaring van 12 oktober 2023.
In de zaak met kenmerk 23-1847:
3.4.
Het College verzoekt een machtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden.
3.5.
De GZ-psycholoog, drs. [gz-psycholoog] , heeft op 18 oktober 2023 middels een instemmingsverklaring meegedeeld dat hij instemt met het verzoek van het College voor de duur van drie maanden.
3.6.
De ouders stemmen in met de opname en het verblijf van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden. Dit blijkt uit de instemmingsverklaring van 17 oktober 2023.
4De standpunten
4.1.
Het College handhaaft het reguliere verzoek. [minderjarige] is sinds gisteravond vermist. Zij is tijdens een wandeling met twee begeleiders van [jeugdzorg] weggelopen.
Een Verstandelijk Gehandicaptenzorg-plek (hierna: VG-plek) is de meest passende plek voor [minderjarige] . Toen de voorgaande machtiging gesloten jeugdhulp in juni 2023 afliep, was er geen VG-plek beschikbaar. Daarom heeft het College sterk ingezet op het bieden van ondersteuning in de thuissituatie. Er zijn drie ambulante begeleiders voor in totaal 30 uur per week ingezet. Ondanks de terugval in augustus 2023 heeft [minderjarige] het contact met de ambulante begeleiders steeds behouden. Het College heeft na de terugval in augustus 2023 geen verdergaande stappen ondernomen. Na de terugval is het gezin op vakantie gegaan en hebben de ouders de telefoon van [minderjarige] in beslag genomen. Hierdoor was de rust teruggekeerd.
Vervolgens is de situatie op 11 oktober 2023 geëscaleerd, zoals volgt uit het spoedverzoek van 12 oktober 2023 en de toelichting van de ouders tijdens de mondelinge behandeling. [minderjarige] heeft in het bijzijn van de andere kinderen fysiek geweld gebruikt richting de moeder en materiële schade in de woning veroorzaakt. Als gevolg hiervan is [minderjarige] in de avond naar [crisisgroep] gebracht, maar daar is zij vrijwel direct weggelopen. De volgende ochtend is [minderjarige] teruggegaan naar [crisisgroep] . Het is onduidelijk waar zij die nacht is geweest. Het College heeft geprobeerd om [minderjarige] op een VG-crisisplek te plaatsen, maar de crisisdienst was niet bereikbaar. Daarom heeft het College een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verzocht. Door het agressieve gedrag kan [minderjarige] niet thuis wonen. Zij laat risicovol gedrag zien bestaand uit buitensporig seksueel wervend gedrag, alcohol- en drugsmisbruik en automutilatie. Ook heeft [minderjarige] meermalen aangegeven dat zij zwanger wil worden. [minderjarige] brengt zowel zichzelf als derden in gevaar. Het College vindt de gesloten plaatsing bij [jeugdzorg] vooralsnog noodzakelijk. [minderjarige] moet tegen zichzelf worden beschermd. Daarbij komt dat er nog geen vervolgplek beschikbaar is. De slagingskans van een vervolgplek is ook groter als [minderjarige] is gestabiliseerd, haar medicatie weer gebruikt en zich veilig voelt. Dat kan bij [jeugdzorg] worden geregeld. Het College heeft in februari en juli van dit jaar een aanvraag voor de Wlz-indicatie ingediend. Het College verwacht dat de Wlz-indicatie op zeer korte termijn wordt afgegeven. Het College streeft ernaar om [minderjarige] vervolgens binnen drie maanden door te plaatsen naar een passende VG-instelling.
Tot slot heeft het College eerder met de ouders besproken of een ondertoezichtstelling passend zou zijn. Het College volgt deze weg nu niet, omdat het de ouders op dit moment lukt om goede beslissingen te nemen en het belang van [minderjarige] voorop te stellen.
4.2.
De ouders zijn het eens met het reguliere verzoek. [minderjarige] is eind juni van dit jaar met de inzet van ambulante begeleiding naar huis gekomen. [minderjarige] heeft direct gebruik gemaakt van haar vrijheid en is veel weggegaan. Wel bleef zij steeds in contact met de begeleiders. Zo liet [minderjarige] op haar mobiele telefoon de locatiebepaling aanstaan als zij wegging. Op 4 augustus 2023 is de situatie geëscaleerd. [minderjarige] had met een man in Almere afgesproken, maar die man had zonder overleg meerdere mannen uitgenodigd om seks met har te hebben. [minderjarige] voelde zich hierdoor onveilig, waarna zij zichzelf heeft opgesloten in de badkamer en haar moeder heeft gebeld. De moeder heeft vervolgens 112 gebeld, waarna [minderjarige] door de politie uit de woning is gehaald. Daarna hebben de ouders de telefoon van [minderjarige] in beslag genomen. Dat gaf rust. Ook is [minderjarige] met het gezin op vakantie geweest. [minderjarige] is daarna stapsgewijs haar leven gaan oppakken. Het gedrag van [minderjarige] is veranderd toen zij hoorde dat de strafzaak, waarbij zij de benadeelde partij is, op 20 oktober 2023 zou plaatsvinden. [minderjarige] is zich ontregeld gaan gedragen en is veel spanning gaan opbouwen, wat heeft geleid tot de escalatie van 11 oktober 2023. Daarbij komt dat zij haar medicatie weigerde als gevolg waarvan haar gedrag onvoorspelbaar is. [minderjarige] heeft de werktelefoon van de moeder afgepakt en wilde deze niet meer teruggeven. Het is de begeleider gelukt om een code op de werktelefoon van de moeder te zetten. [minderjarige] werd hier boos om. Zij moest nog berichten verwijderen. [minderjarige] eiste toegang tot de telefoon, waarna zij de moeder heeft beetgepakt. De spanning bij [minderjarige] is zodanig opgelopen dat zij spullen in de garage kapot heeft gemaakt. Dit deed zij in het bijzijn van de andere kinderen. Vervolgens is [minderjarige] naar [crisisgroep] gebracht, waar zij vrijwel direct is weggelopen.
Beoordeling
Spoedverzoek (in de zaak met kenmerk 23-1818)
5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet, dient onmiddellijke verlening van gesloten jeugdzorg noodzakelijk te zijn in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen van de jeugdige die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren of een ernstig vermoeden daarvan. Bovendien dient een uithuisplaatsing noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die de jeugdige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.
5.2.
De kinderrechter moet allereerst, na het horen van de belanghebbenden, beoordelen of zich feiten en/of omstandigheden voordoen die ertoe zouden moeten leiden dat de spoedbeslissing van 12 oktober 2023 moet worden herroepen. Bij voornoemde beschikking van 12 oktober 2023 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend voor de duur van twee weken, met ingang van 12 oktober 2023 en tot 26 oktober 2023, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De belanghebbenden zijn tijdens de mondelinge behandeling van 25 oktober 2023 in de gelegenheid gesteld om hun standpunt naar voren te brengen. Naar aanleiding daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel. Dat betekent dat de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] voor de duur van twee weken in stand blijft.
Regulier verzoek (in de zaak met kenmerk 23-1847)
5.3.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen. De kinderrechter zal het verzoek toewijzen voor de duur van drie maanden te weten met ingang van 26 oktober 2023 en tot 26 januari 2024. Hij legt dit hierna uit.
5.5.
De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] door de escalatie op 11 oktober van dit jaar nu niet thuis kan wonen. De kinderrechter maakt zich zorgen om het risicovolle gedrag dat [minderjarige] laat zien, waaronder het – zeer risicovolle - seksueel wervende gedrag en het drugs- en alcoholmisbruik. Ook beschadigt [minderjarige] zichzelf, is zij agressief naar familieleden, vernielt zij spullen in huis en is zij herhaaldelijk weggelopen van huis. De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] de risico’s en de gevolgen van haar gedrag niet of onvoldoende kan overzien. Ook lijkt het haar niet te lukken zichzelf zonder ingrijpende hulp weer te beheersen. Als gevolg daarvan brengt [minderjarige] zowel zichzelf als haar omgeving in gevaar. In augustus 2023 is de situatie al eerder geëscaleerd, waarna [minderjarige] door de politie uit een huis in Almere is gehaald waar zij zich in een zeer bedreigende situatie bevond. Daarnaast heeft [minderjarige] de moeder tijdens de escalatie in oktober 2023 beetgepakt, nadat de spanningen bij [minderjarige] zodanig waren opgebouwd. Vervolgens is de moeder voor haar eigen veiligheid in de auto gezet. Ook zijn de andere kinderen in paniek geraakt toen [minderjarige] in hun bijzijn spullen kapot aan het maken was. Dit maakt dat de kinderrechter van oordeel is dat er sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren.
5.6.
Om [minderjarige] en haar omgeving te beschermen, is een gesloten plaatsing noodzakelijk. Daarbij komt nog dat het College na de escalatie op 11 oktober van dit jaar heeft geprobeerd om [minderjarige] op een open crisisgroep te plaatsen. Dit was niet mogelijk. [minderjarige] is bij de [crisisgroep] vrijwel direct weggelopen. Ook is [minderjarige] de avond voorafgaand aan de mondelinge behandeling weggelopen bij [jeugdzorg] . Gelet hierop en dat [minderjarige] ook thuis herhaaldelijk is weggelopen, is de kinderrechter van oordeel dat de opneming en het verblijf noodzakelijk is om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de benodigde jeugdhulp onttrekt.
De kinderrechter benadrukt dat het van groot belang is dat de gesloten plaatsing kortdurend is. De gesloten plaatsing van [minderjarige] is in afwachting van een passende vervolgplek. Het traject van [jeugdzorg] zal naar verwachting immers ook niet veel nieuwe inzichten voor [minderjarige] opleveren, omdat zij het traject al eens heeft doorlopen. De kinderrechter vindt het belangrijk dat [minderjarige] de komende periode stabiliseert en tot rust komt. Ook moet het medicatiegebruik van [minderjarige] wordt opgepakt. Dit kan bij [jeugdzorg] worden geregeld.
De kinderrechter geeft aan het College de opdracht mee om op korte termijn duidelijkheid te krijgen over het perspectief van [minderjarige] . Samen met [minderjarige] (en de ouders) moeten het College en [jeugdzorg] toewerken naar de overstap van [minderjarige] naar een passende vervolgplek.
5.7.
Gelet op de spoedmachtiging die tot 26 oktober 2023 geldig is, zal de kinderrechter met ingang van die afloopdatum de reguliere machtiging verlenen voor de duur van drie maanden. De kinderrechter zal de reguliere machtiging voor de verzochte duur van drie maanden verlenen, omdat het de verwachting van het College is dat [minderjarige] binnen die drie maanden kan worden overgeplaatst naar een passende vervolgplek. De kinderrechter hoopt dat er binnen die termijn een passende vervolgplek voor [minderjarige] is gevonden.
5.8.
Verder vindt de kinderrechter het belangrijk om met [minderjarige] te praten. [minderjarige] heeft er zelf voor gekozen om niet aanwezig te zijn tijdens de mondelinge behandeling door de avond van te voren weg te lopen. De kinderrechter stelt echter vast dat dit niet aan [minderjarige] kan worden tegengeworpen. [minderjarige] staat onder zeer hoge, interne druk. Zij ervaart veel spanning. De kinderrechter zal daarom in het bijzijn van haar advocaat met [minderjarige] in gesprek gaan om zijn beslissing uit te leggen en van [minderjarige] te horen wat zij daarvan vindt. Op basis van dat gesprek zal hij vervolgens aan alle betrokkenen een brief schrijven met het standpunt van [minderjarige] en eventuele verdere bevindingen.
5.9.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige] voor de duur van drie maanden, te weten met ingang van 26 oktober 2023 en tot 26 januari 2024.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2023 door mr. Duinhof, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Vork, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 6 november 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.