Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-11-01
ECLI:NL:RBZWB:2023:7631
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
1,044 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10731152 CV EXPL 23-2944
vonnis d.d. 1 november 2023
inzake
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
gemachtigde: mr. C.E.J. Aalbers te Den Haag,
tegen
[gedaagde] tevens handelend onder de naam [bedrijf gedaagde],
wonende te [woonadres] ,
gedaagde,
niet verschenen.
1Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 20 september 2023 met producties.
Geschil
2.1
Eiser vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hem te voldoen:
- een bedrag van € 2.499,00 te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 17 augustus 2023 tot aan de dag van volledige betaling;
- een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 374,85 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
met veroordeling van gedaagde in de proceskosten, waaronder de nakosten.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is
verleend.
2.3
Eiser heeft onweersproken gesteld dat hij op 7 juli 2023 online, via Marktplaats, een tweedehands jacuzzi heeft gekocht van gedaagde voor een bedrag van € 2.499,00, dat hij op 7 juli 2023 een bedrag van € 500,00 heeft aanbetaald en dat hij op 12 juli 2023, zijnde de dag van levering, het resterende bedrag van € 1.999,00 heeft voldaan. Voorts is door eiser onweersproken gesteld dat hij bij (aangetekende) brief van 14 juli 2023 de koopovereenkomst heeft ontbonden.
2.4
Eiser vordert het aankoopbedrag terug en beroept zich primair op de vernietigbaarheid van de koopovereenkomst als gevolg van schending van (een aantal van) de (pre)contractuele informatieverplichtingen van artikel 6:230m en 6:230v BW door gedaagde. Subsidiair beroept eiser zich op zijn wettelijke ontbindingsrecht van artikel 6:230o BW.
2.5
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, met dien verstande dat de kantonrechter de vordering zal toewijzen op de subsidiaire grondslag nu de primaire grondslag niet kan leiden tot volledige vernietiging van de overeenkomst.
2.6
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder de nakosten, die aan de zijde van eiser tot op heden worden begroot op:
dagvaardingskosten € 130,48
griffierecht € 244,00
salaris gemachtigde € 232,00
nakosten € 116,00
totaal € 722,48.
Dictum
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen een bedrag van € 2.499,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 augustus 2023 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt gedaagde in de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 374,85 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 722,48 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde ook de kosten van betekening betalen;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, en in het openbaar uitgesproken op
1 november 2023.