Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-09-04
ECLI:NL:RBZWB:2023:6674
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
6,154 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/412838 / FA RK 23/3807
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 4 september 2023
van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene01]
,
geboren op [geboortedatum01] 1961 te [geboorteplaats01] ,
wonende te [postcode01] [plaats01] , [adres01] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. S. van de Voorde te Middelburg.
Procesverloop
1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van 14 augustus 2023, ingekomen ter griffie op 14 augustus 2023.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 9 augustus 2023;
- de (niet ingevulde) zorgkaart van 7 augustus 2023;
- het zorgplan van 7 augustus 2023;
- de medische verklaring van 3 augustus 2023;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz;
- een afschrift van de justitiële documentatie en de politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 september 2023, op het hierboven genoemde woonadres van betrokkene.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [naam01] , psychiater;
- mevrouw [naam02] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
- mevrouw [naam03] , de mentor van betrokkene,
via telefonisch horen
.
1.4
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2
Verzoek
2.1
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen ten behoeve van betrokkene, voor de duur van twaalf maanden en voor de navolgende vormen van verplichte zorg:
- toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
3
Standpunten
3.1
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft betrokkene aangegeven dat sprake is geweest van een psychose nadat zij – met toestemming van de arts – haar medicatie had beëindigd. Het is volgens betrokkene logisch dat zij toen in de war raakte, want medicatie moet voorzichtig worden afgebouwd. Van het in de stukken beschreven ernstig nadeel is echter geen sprake (geweest). Betrokkene vindt het erg vervelend dat de stukken onwaarheden bevatten. Zij heeft bijvoorbeeld nog nooit haar depotmedicatie geweigerd. Wel vindt betrokkene het vervelend dat zij medicatie krijgt ingespoten, want zij ervaart na elk depot heel nare bijwerkingen, bestaande uit incontinentie. Betrokkene legt uit dat zij medicatie in de vorm van tabletten wil innemen, omdat zij dan minder last van bijwerkingen heeft. Veel van haar problemen heeft betrokkene al met de psychiater besproken. Daarbij licht betrokkene toe dat de zorgmachtiging en de huidige procedure haar veel stress bezorgen en dat zij het niet eens is met het recent ingestelde mentorschap. Betrokkene benadrukt voorts dat zij voorafgaand aan haar opname in [stichting01] altijd zelfstandig heeft gewoond met de ondersteuning van thuiszorg. Ook benoemt betrokkene dat zij tijdens haar verblijf op de [afdeling01] in [stichting01] volledig aan haar lot werd overgelaten door de verpleging. Nu heeft zij wekelijks een afspraak met het FACT-team en dat vindt zij goed. Tot slot benoemt betrokkene dat de zorgvormen het onderzoeken aan kleding en lichaam en het onderzoeken van de woon- en verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen ook voorheen tijdens de (gedwongen) opname niet zijn toegepast.
3.2
Namens betrokkene heeft de advocaat primair afwijzing van het verzoek bepleit. Er wordt niet voldaan aan de wettelijke vereisten, aangezien betrokkene zich niet verzet tegen de noodzakelijk geachte zorg. Betrokkene staat achter de inzet van medicatie, werkt mee aan de behandeling en toont inzicht in haar problematiek. De advocaat benadrukt dat betrokkene de depotmedicatie erg vervelend vindt vanwege de nare bijwerkingen die zij als gevolg daarvan ervaart. Daar moet een oplossing voor worden gevonden. Ondanks dat betrokkene liever geen depotmedicatie wil, weet zij dat zij niet zomaar kan stoppen met de medicatie. Daarnaast ervaart betrokkene de zorgmachtiging als vervelend, aangezien de maatregelen ingrijpen op haar autonomie. Subsidiair verzoekt de advocaat om de zorgmachtiging, conform de huidige zorgmachtiging toe te wijzen voor de duur van zes maanden, zodat de komende tijd kan worden toegewerkt naar een situatie waarbij betrokkene geen of minder bijwerkingen ervaart. Daarna kan de zorg wellicht in een vrijwillig kader worden voortgezet. De zorgvormen die zien op een verplichte opname zijn op dit moment niet voorzienbaar. Betrokkene functioneert namelijk al een tijd goed zonder deze vormen van verplichte zorg. Mochten deze toch noodzakelijk blijken, kan er snel worden ingegrepen, want het FACT-team komt wekelijks bij betrokkene langs.
3.3
Beoordeling
4.1
Bij beschikking van 28 september 2022 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend, tot en met 28 september 2023.
4.2
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene is al lange tijd belast met een chronische paranoïde psychose. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.
4.3
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Het is de rechtbank gebleken dat betrokkene ten tijde van een psychotische decompensatie gevaarlijk gedrag kan vertonen. Betrokkene heeft in het verleden, onder invloed van de bovengenoemde stoornis, meerdere malen brand gesticht en heeft eerder een suïcidepoging ondernomen. Op deze momenten was tevens sprake van verwaarlozing en vervuiling van betrokkene en haar woning, zwerfgedrag, overlast gevend gedrag en maatschappelijke teloorgang.
4.4
Het verlenen van verplichte zorg is gericht op het afwenden van ernstig nadeel, het stabiliseren of herstellen van de fysieke gezondheid van betrokkene in het geval diens gedrag als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, het dusdanig herstellen van de geestelijke gezondheid van betrokkene dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en het stabiliseren van de geestelijke gezondheid van betrokkene.
4.5
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Daarbij overweegt de rechtbank dat betrokkene zich in wisselende mate tegen de noodzakelijk geachte depotmedicatie verzet. Hoewel betrokkene aangeeft de noodzaak van medicatie in te zien, is het de rechtbank gebleken dat zij de depotmedicatie niet op vrijwillige basis accepteert. Ook is er op dit moment nog sprake van verzet ten aanzien van de overige benodigde zorg, zoals blijkt uit de toelichting van de psychiater tijdens de mondelinge behandeling. Daarbij komt dat betrokkene beschikt over een beperkt ziekte-inzicht. Om die reden is verplichte zorg nodig.
4.6
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vorm van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten
(met uitsluiting van het gebruik van communicatiemiddelen).
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat uit de ingediende stukken en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling niet blijkt dat het voorzienbaar is dat deze verplichte zorgvormen op korte termijn moeten worden ingezet om het ernstig nadeel te voorkomen en af te wenden. De rechtbank zal deze zorgvormen dan ook afwijzen.
4.7
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.8
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
4.9
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden, met ingang van heden en tot en met 4 september 2024. Deze termijn acht de rechtbank passend gelet op de al langer bestaande problematiek van betrokkene en de omstandigheid dat zij thans nog maar kort (weer) zelfstandig in een eigen woning verblijft.
Dictum
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene01]
, geboren op [geboortedatum01] 1961 te [geboorteplaats01] ;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals genoemd in rechtsoverweging 4.6 kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
4 september 2024
;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Van de Merbel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2023 in tegenwoordigheid van mr. De Haas als griffier, en op 18 september 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/412838 / FA RK 23/3807
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 4 september 2023
van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene01]
,
geboren op [geboortedatum01] 1961 te [geboorteplaats01] ,
wonende te [postcode01] [plaats01] , [adres01] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. S. van de Voorde te Middelburg.
Procesverloop
1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van 14 augustus 2023, ingekomen ter griffie op 14 augustus 2023.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 9 augustus 2023;
- de (niet ingevulde) zorgkaart van 7 augustus 2023;
- het zorgplan van 7 augustus 2023;
- de medische verklaring van 3 augustus 2023;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz;
- een afschrift van de justitiële documentatie en de politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 september 2023, op het hierboven genoemde woonadres van betrokkene.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [naam01] , psychiater;
- mevrouw [naam02] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
- mevrouw [naam03] , de mentor van betrokkene,
via telefonisch horen
.
1.4
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2
Verzoek
2.1
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen ten behoeve van betrokkene, voor de duur van twaalf maanden en voor de navolgende vormen van verplichte zorg:
- toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
3
Standpunten
3.1
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft betrokkene aangegeven dat sprake is geweest van een psychose nadat zij – met toestemming van de arts – haar medicatie had beëindigd. Het is volgens betrokkene logisch dat zij toen in de war raakte, want medicatie moet voorzichtig worden afgebouwd. Van het in de stukken beschreven ernstig nadeel is echter geen sprake (geweest). Betrokkene vindt het erg vervelend dat de stukken onwaarheden bevatten. Zij heeft bijvoorbeeld nog nooit haar depotmedicatie geweigerd. Wel vindt betrokkene het vervelend dat zij medicatie krijgt ingespoten, want zij ervaart na elk depot heel nare bijwerkingen, bestaande uit incontinentie. Betrokkene legt uit dat zij medicatie in de vorm van tabletten wil innemen, omdat zij dan minder last van bijwerkingen heeft. Veel van haar problemen heeft betrokkene al met de psychiater besproken. Daarbij licht betrokkene toe dat de zorgmachtiging en de huidige procedure haar veel stress bezorgen en dat zij het niet eens is met het recent ingestelde mentorschap. Betrokkene benadrukt voorts dat zij voorafgaand aan haar opname in [stichting01] altijd zelfstandig heeft gewoond met de ondersteuning van thuiszorg. Ook benoemt betrokkene dat zij tijdens haar verblijf op de [afdeling01] in [stichting01] volledig aan haar lot werd overgelaten door de verpleging. Nu heeft zij wekelijks een afspraak met het FACT-team en dat vindt zij goed. Tot slot benoemt betrokkene dat de zorgvormen het onderzoeken aan kleding en lichaam en het onderzoeken van de woon- en verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen ook voorheen tijdens de (gedwongen) opname niet zijn toegepast.
3.2
Namens betrokkene heeft de advocaat primair afwijzing van het verzoek bepleit. Er wordt niet voldaan aan de wettelijke vereisten, aangezien betrokkene zich niet verzet tegen de noodzakelijk geachte zorg. Betrokkene staat achter de inzet van medicatie, werkt mee aan de behandeling en toont inzicht in haar problematiek. De advocaat benadrukt dat betrokkene de depotmedicatie erg vervelend vindt vanwege de nare bijwerkingen die zij als gevolg daarvan ervaart. Daar moet een oplossing voor worden gevonden. Ondanks dat betrokkene liever geen depotmedicatie wil, weet zij dat zij niet zomaar kan stoppen met de medicatie. Daarnaast ervaart betrokkene de zorgmachtiging als vervelend, aangezien de maatregelen ingrijpen op haar autonomie. Subsidiair verzoekt de advocaat om de zorgmachtiging, conform de huidige zorgmachtiging toe te wijzen voor de duur van zes maanden, zodat de komende tijd kan worden toegewerkt naar een situatie waarbij betrokkene geen of minder bijwerkingen ervaart. Daarna kan de zorg wellicht in een vrijwillig kader worden voortgezet. De zorgvormen die zien op een verplichte opname zijn op dit moment niet voorzienbaar. Betrokkene functioneert namelijk al een tijd goed zonder deze vormen van verplichte zorg. Mochten deze toch noodzakelijk blijken, kan er snel worden ingegrepen, want het FACT-team komt wekelijks bij betrokkene langs.
3.3
Beoordeling
4.1
Bij beschikking van 28 september 2022 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend, tot en met 28 september 2023.
4.2
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene is al lange tijd belast met een chronische paranoïde psychose. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.
4.3
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Het is de rechtbank gebleken dat betrokkene ten tijde van een psychotische decompensatie gevaarlijk gedrag kan vertonen. Betrokkene heeft in het verleden, onder invloed van de bovengenoemde stoornis, meerdere malen brand gesticht en heeft eerder een suïcidepoging ondernomen. Op deze momenten was tevens sprake van verwaarlozing en vervuiling van betrokkene en haar woning, zwerfgedrag, overlast gevend gedrag en maatschappelijke teloorgang.
4.4
Het verlenen van verplichte zorg is gericht op het afwenden van ernstig nadeel, het stabiliseren of herstellen van de fysieke gezondheid van betrokkene in het geval diens gedrag als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, het dusdanig herstellen van de geestelijke gezondheid van betrokkene dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en het stabiliseren van de geestelijke gezondheid van betrokkene.
4.5
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Daarbij overweegt de rechtbank dat betrokkene zich in wisselende mate tegen de noodzakelijk geachte depotmedicatie verzet. Hoewel betrokkene aangeeft de noodzaak van medicatie in te zien, is het de rechtbank gebleken dat zij de depotmedicatie niet op vrijwillige basis accepteert. Ook is er op dit moment nog sprake van verzet ten aanzien van de overige benodigde zorg, zoals blijkt uit de toelichting van de psychiater tijdens de mondelinge behandeling. Daarbij komt dat betrokkene beschikt over een beperkt ziekte-inzicht. Om die reden is verplichte zorg nodig.
4.6
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vorm van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten
(met uitsluiting van het gebruik van communicatiemiddelen).
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat uit de ingediende stukken en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling niet blijkt dat het voorzienbaar is dat deze verplichte zorgvormen op korte termijn moeten worden ingezet om het ernstig nadeel te voorkomen en af te wenden. De rechtbank zal deze zorgvormen dan ook afwijzen.
4.7
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.8
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
4.9
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden, met ingang van heden en tot en met 4 september 2024. Deze termijn acht de rechtbank passend gelet op de al langer bestaande problematiek van betrokkene en de omstandigheid dat zij thans nog maar kort (weer) zelfstandig in een eigen woning verblijft.
Dictum
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene01]
, geboren op [geboortedatum01] 1961 te [geboorteplaats01] ;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals genoemd in rechtsoverweging 4.6 kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
4 september 2024
;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Van de Merbel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2023 in tegenwoordigheid van mr. De Haas als griffier, en op 18 september 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.