Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-09-06
ECLI:NL:RBZWB:2023:6386
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,153 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/885 NOW
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 september 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 november 2022 (bestreden besluit).
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 3 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en namens verweerder mr. J.F.C.A.M. Weterings.
Beoordeling
1. Verweerder heeft met het besluit van 17 juni 2022 (primaire besluit) vastgesteld dat eiseres € 17.800,- moet terugbetalen. Dit betreft de tegemoetkoming van de tweede aanvraagperiode Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (hierna: NOW).
Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.
Verweerder heeft met het bestreden besluit het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend.
2. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij eerst op 17 november 2022 telefonisch op de hoogte is gesteld van het primaire besluit. Zij heeft in verband met de verkoop van haar onderneming een adreswijziging gestuurd naar verweerder. De post is toch naar het bedrijfsadres gestuurd. De nieuwe eigenaar heeft de post niet doorgestuurd.
3. Niet in geschil is dat het primaire besluit niet aangetekend aan eiseres is verzonden. Evenmin is in geschil dat verweerder niet beschikt over een deugdelijke verzendadministratie. Door verweerder is gesteld dat uit een brief van 27 juni 2022 blijkt dat er op 24 juni 2022 telefonisch contact is geweest over de terugbetaling van de tegemoetkoming NOW en dat hiermee aannemelijk is gemaakt dat eiseres het primaire besluit heeft ontvangen op 24 juni 2022. De rechtbank is van oordeel dat uit de brief van 27 juni 2022 niet valt af te leiden dat eiseres het primaire besluit op 24 juni 2022 heeft ontvangen. De rechtbank merkt hierbij op dat de belafspraak op 24 juni 2022 betrekking had op de eerste aanvraagperiode NOW terwijl het primaire besluit ziet op de tweede aanvraagperiode NOW.
Uit een telefoonnotitie van 17 november 2022 blijkt dat eiseres op 17 november 2022 telefonisch op de hoogte is gesteld van het primaire besluit. Het primaire besluit is hierdoor bekend gemaakt op 17 november 2022 zodat op dat moment de termijn van zes weken voor het maken van bezwaar is gaan lopen. Het bezwaarschrift van 18 november 2022 is dan ook tijdig ingediend. Dit betekent dat verweerder het bezwaar van eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Conclusie
4. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd. De rechtbank draagt verweerder op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.
Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 6 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.