Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-08-18
ECLI:NL:RBZWB:2023:5821
Civiel recht
Beschikking
2,154 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaaknummer: 10391394 OV VERZ 23-1442
beschikking d.d. 18 augustus 2023 op een verzoek ex artikel 4:193 lid 1 BW
ingediend door:
[verzoeker01] ,
wonende te [woonplaats01] .
1.
Het verzoek en de beoordeling
1.1.
Ter griffie van deze rechtbank werd op 14 maart 2023 een verzoekschrift ontvangen. Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de hierna genoemde rechthebbende een nalatenschap te kunnen verwerpen.
1.2.
Verzoeker heeft gesteld dat op [datum] te [plaats01] is overleden de heer [erflater01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1937, laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats02] (hierna: erflater).
1.3.
Verzoeker heeft voorts gesteld dat hij de bewindvoerder is over de goederen van
[rechthebbende01]
en dat zij tot de nalatenschap van erflater is geroepen. Om redenen vermeld in het verzoekschrift is de wens aanwezig om de nalatenschap te verwerpen.
1.4.
Bij de beoordeling van het verzoek staan de belangen van de rechthebbende voorop. In beginsel wordt er slechts machtiging verleend indien er sprake is van een negatieve nalatenschap. Er is echter geen overzicht overlegd van de baten en de lasten van de nalatenschap, zodat niet met zekerheid kan worden gezegd dat de nalatenschap negatief is.
1.5.
Uit het verzoek blijkt dat de nalatenschap (waarschijnlijk) een positief saldo kent. Bij brief d.d. 16 juni 2023 is aan verzoeker medegedeeld dat de kantonrechter voornemens is het verzoek af te wijzen. Indien de rechthebbende uit de nalatenschap namelijk een bepaald vermogen verkrijgt, dan heeft de rechthebbende daar in beginsel belang bij, ook al zullen uit dat vermogen kosten moeten worden betaald die de rechthebbende nu niet heeft. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld kenbaar te maken of hij zijn verzoek ter gelegenheid van een mondelinge behandeling nog nader willen toelichten. Hierop is geen reactie ontvangen.
1.6.
Nu niet is gebleken dat er sprake is van een negatieve nalatenschap, is het niet in het belang van de rechthebbende om de nalatenschap te verwerpen. Nu verzoeker geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om hun verzoek aan te vullen met een overzicht van de bezittingen en schulden, zal het verzoek worden afgewezen.
1.7.
Dit brengt met zich, dat verzoeker de nalatenschap namens de rechthebbende beneficiair dienen te aanvaarden. In beginsel leidt deze beneficiaire aanvaarding tot de verplichting voor de erfgenamen om de nalatenschap te vereffenen volgens de wet en treedt verzoeker daarbij namens de rechthebbende erfgenaam op als vereffenaar. Voor de taken van de vereffenaar wordt verwezen naar hetgeen is bepaald in boek 4, titel 6, afdeling 3 van het Burgerlijk Wetboek en de ‘Richtlijnen Vereffening nalatenschappen’ die op www.rechtspraak.nl zijn gepubliceerd.
1.8.
Dictum
2. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 augustus 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 'sHertogenbosch.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaaknummer: 10391394 OV VERZ 23-1442
beschikking d.d. 18 augustus 2023 op een verzoek ex artikel 4:193 lid 1 BW
ingediend door:
[verzoeker01] ,
wonende te [woonplaats01] .
1.
Het verzoek en de beoordeling
1.1.
Ter griffie van deze rechtbank werd op 14 maart 2023 een verzoekschrift ontvangen. Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de hierna genoemde rechthebbende een nalatenschap te kunnen verwerpen.
1.2.
Verzoeker heeft gesteld dat op [datum] te [plaats01] is overleden de heer [erflater01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1937, laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats02] (hierna: erflater).
1.3.
Verzoeker heeft voorts gesteld dat hij de bewindvoerder is over de goederen van
[rechthebbende01]
en dat zij tot de nalatenschap van erflater is geroepen. Om redenen vermeld in het verzoekschrift is de wens aanwezig om de nalatenschap te verwerpen.
1.4.
Bij de beoordeling van het verzoek staan de belangen van de rechthebbende voorop. In beginsel wordt er slechts machtiging verleend indien er sprake is van een negatieve nalatenschap. Er is echter geen overzicht overlegd van de baten en de lasten van de nalatenschap, zodat niet met zekerheid kan worden gezegd dat de nalatenschap negatief is.
1.5.
Uit het verzoek blijkt dat de nalatenschap (waarschijnlijk) een positief saldo kent. Bij brief d.d. 16 juni 2023 is aan verzoeker medegedeeld dat de kantonrechter voornemens is het verzoek af te wijzen. Indien de rechthebbende uit de nalatenschap namelijk een bepaald vermogen verkrijgt, dan heeft de rechthebbende daar in beginsel belang bij, ook al zullen uit dat vermogen kosten moeten worden betaald die de rechthebbende nu niet heeft. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld kenbaar te maken of hij zijn verzoek ter gelegenheid van een mondelinge behandeling nog nader willen toelichten. Hierop is geen reactie ontvangen.
1.6.
Nu niet is gebleken dat er sprake is van een negatieve nalatenschap, is het niet in het belang van de rechthebbende om de nalatenschap te verwerpen. Nu verzoeker geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om hun verzoek aan te vullen met een overzicht van de bezittingen en schulden, zal het verzoek worden afgewezen.
1.7.
Dit brengt met zich, dat verzoeker de nalatenschap namens de rechthebbende beneficiair dienen te aanvaarden. In beginsel leidt deze beneficiaire aanvaarding tot de verplichting voor de erfgenamen om de nalatenschap te vereffenen volgens de wet en treedt verzoeker daarbij namens de rechthebbende erfgenaam op als vereffenaar. Voor de taken van de vereffenaar wordt verwezen naar hetgeen is bepaald in boek 4, titel 6, afdeling 3 van het Burgerlijk Wetboek en de ‘Richtlijnen Vereffening nalatenschappen’ die op www.rechtspraak.nl zijn gepubliceerd.
1.8.
Dictum
2. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 augustus 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 'sHertogenbosch.