Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-08-17
ECLI:NL:RBZWB:2023:5754
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,192 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/1307
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres,
en
Het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta.
Als derde partij heeft deelgenomen:
Staatsbosbeheer, te Amersfoort.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de besluiten van 21 december 2022 tot vaststelling van het projectplan Waterwet ‘Natuurontwikkeling Weimeren fase 2’ en de partiële herziening van het peilbesluit Etten-Leur – Breda.
Op het beroep is de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing.
De rechtbank heeft het beroep – samen met een beroep gericht tegen dezelfde besluiten – op zitting behandeld op 14 juli 2023. Eiseres was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger verweerder 1] en [vertegenwoordiger verweerder 2]. Namens de derde partij waren haar gemachtigde, [aanwezige derde partij 1] en [aanwezige derde partij 2] aanwezig.
Beoordeling
1. Wat zijn de feiten?
Verweerder, de Staatsbosbeheer en de provincie Noord-Brabant werken aan waterrijke natuur in het Natuurnetwerk Brabant-gebied Noordrand Midden. Het plangebied Weimeren (229 ha) is daar onderdeel van. Weimeren ligt aan de rivier de Mark en heeft een functie als waterberging. In Weimeren is het doel om één grote, robuuste natuureenheid te realiseren. Een leefgebied voor bijzondere planten en dieren, waarbij ook ruimte is voor natuurbeleving door wandelen en fietsen in de randen van dit gebied. Eén polder, die wordt ingezet voor het bergen van hoogwater vanuit de Mark en waarbij het mogelijk is om waterbeheer te gaan voeren gericht op bijzondere natuur. De natuurontwikkeling in het plangebied is opgedeeld in drie delen: Natuurontwikkeling Weimeren fase 1 (projectplan uit 2020), verbetering van de regionale kering Weimeren (projectplan van 2 februari 2022) en Natuurontwikkeling Weimeren fase 2 (bestreden besluiten). Fase 2 van de natuurontwikkeling omvat de volgende ingrepen: inrichtingsmaatregelen in het plangebied fase 2, het aanpassen van het watersysteem, een peilwijziging in de gehele gebied Weimeren en het verruimen van de binnendijkse teensloot.
Eiseres woont aan de [adres eiseres] en heeft daar kassen die thans gebruikt worden als stallingsruimte.
Ten behoeve van fase 2 heeft verweerder op 25 juni 2022 een ontwerp Projectplan Waterwet ‘Natuurontwikkeling Weimeren fase 2’ en tegelijkertijd een ontwerp Peilenplan ‘Natuurontwikkeling Weimeren’ bekendgemaakt. Eiseres heeft geen zienswijze kenbaar gemaakt.
Bij besluiten van 21 december 2022 heeft verweerder het projectplan Waterwet ‘Natuurontwikkeling Weimeren fase 2’ vastgesteld (bestreden besluit I) en het peilbesluit Etten-Leur – Breda partieel herzien (op grond van het peilenplan Waterwet ‘Natuurontwikkeling Weimeren’)(bestreden besluit II). Op 6 januari 2023 is dat in het waterschapsblad gepubliceerd.
Eiseres heeft daar op 17 februari 2023 beroep tegen ingesteld.
2. Wat is het wettelijk kader?
De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in een bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
3. Wat heeft verweerder besloten?
3.1
Ten behoeve van de natuurontwikkeling heeft verweerder een projectplan vastgesteld op grond van artikel 5.4 van de Waterwet. In die bepaling staat dat de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Als gevolg van het vastgestelde projectplan wordt onder andere het watersysteem – een samenhangend geheel van waterstaatswerken – gewijzigd. Daarnaast heeft verweerder het peilbesluit Etten-Leur – Breda partieel herzien. Een beheerder is op grond van artikel 5.2, eerste en tweede lid, van de Waterwet verplicht voor daartoe aan te wijzen oppervlaktewater- of grondwaterlichamen onder zijn beheer één of meer peilbesluiten vast te stellen. In het peilbesluit zijn waterstanden en bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren vastgesteld, die gedurende daarbij aangegeven perioden zoveel mogelijk worden gehandhaafd.
3.2
Meer specifiek is voor de beoordeling van dit beroepschrift van belang dat verweerder in de bestreden besluiten heeft voorzien in het creëren van een zoetwaterplas in de nabijheid van de woning en het bedrijf van eiseres.
4. Wat is in geschil?
Tussen partijen bestaat geschil over de vraag of de bestreden besluiten getuigen van een evenwichtige belangenafweging. Meer specifiek bestaat geschil over de vraag of verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van eiseres.
5. Welke gronden heeft eiseres aangevoerd?
Eiseres heeft aangevoerd dat in het projectplan onvoldoende rekening is gehouden met haar belangen. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft eiseres verwezen naar de door TAUW opgestelde ‘Aanvulling MER Noordrand Midden – deelgebied Weimeren fase 2’. Op pagina 115 (paragraaf 12.2) staat dat een toename van de hoeveelheid muggen als gevolg van de vernatting van het gebied niet uitgesloten kan worden. Dit is buiten beschouwing gelaten, omdat de bebouwde kom van [plaats] op meer dan een kilometer afstand is gelegen. Eiseres woont echter op korte afstand van het gebied en vreest dat haar woongenot zal worden aangetast als gevolg van de toename van de hoeveelheid muggen. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft eiseres een advies van een muggenexpert overgelegd. Daarnaast blijkt uit pagina 85 (paragraaf 8.3) dat sprake zal zijn van een bodemdaling in de buurt van de glasopstanden van eiseres. Dit kan tot verzakking en schade aan de glasopstanden kan leiden. Eiseres heeft daaraan toegevoegd dat zij in het projectplan niet vermeld ziet, wanneer het plan uitgevoerd zal zijn en hoe de voortgang daarvan wordt getoetst.
6. Zijn die beroepsgronden tijdig ingediend?
6.1
Op het beroep is de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing. Dat betekent dat de beroepsgronden binnen de beroepstermijn moeten zijn ingediend en nieuwe beroepsgronden die daarna zijn aangevoerd niet kunnen worden meegenomen.
6.2
Buiten de beroepstermijn heeft eiseres een aanvullend beroepschrift ingediend op 20 juni 2023. De rechtbank heeft dat aanvullend beroepschrift meegenomen bij de beoordeling van het beroep, omdat daarin geen nieuwe beroepsgronden staan opgenomen en dat stuk slechts dient als nadere toelichting op de beroepsgronden die binnen de beroepstermijn zijn ingediend.
7. Heeft verweerder voldoende rekening gehouden met de belangen van eiseres?
7.1
Het projectplan is vormvrij. In de Waterwet wordt aan een projectplan wel een aantal inhoudelijke eisen gesteld, zoals de eis dat het projectplan een beschrijving bevat van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van eventuele nadelige gevolgen van het werk. Daarbij is het aan verweerder om alle verschillende bij het projectplan betrokken belangen tegen elkaar af te wegen en inzicht te geven in de wijze waarop eventuele nadelige gevolgen ongedaan gemaakt of beperkt kunnen worden. Het is aan de rechtbank om – gelet op de aangevoerde beroepsgronden – te beoordelen of er aanleiding bestaat voor het oordeel dat het projectplan niet getuigt van een evenwichtige belangenafweging of anderszins in strijd is met het recht. Uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) blijkt dat het niet zo is dat er geen nadelige gevolgen mogen optreden als gevolg van een projectplan. Evenmin is vereist dat met alle betrokkenen volledige overeenstemming bestaat over de te nemen maatregelen. Voldoende is dat in een projectplan is omschreven welke nadelige gevolgen kunnen optreden, welke voorzieningen worden en kunnen worden getroffen om die nadelige gevolgen ongedaan te maken en welke mogelijkheden er zijn om een financiële vergoeding te krijgen voor schade die niet kan worden voorkomen.
Dat geldt ook voor het samen met het projectplan vastgestelde peilbesluit, dat kennelijk is vastgesteld om de doelstellingen van het projectplan te realiseren.
7.2
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat de bestreden besluiten getuigen van een evenredige belangenafweging ten aanzien van de belangen van eiseres. Op de hierna genoemde wijze heeft verweerder voldoende inzicht gegeven in de nadelige gevolgen die voor eiseres kunnen optreden en welke voorzieningen worden getroffen om die nadelige gevolgen zoveel mogelijk te beperken.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 17 augustus 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Wettelijk kader
Waterwet
Artikel 5.2, eerste en tweede lid, van de Waterwet
Een beheerder is verplicht voor daartoe aan te wijzen oppervlaktewater- of grondwaterlichamen onder zijn beheer één of meer peilbesluiten vast te stellen.
In een peilbesluit worden waterstanden of bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren vastgesteld, die gedurende daarbij aangegeven perioden zoveel mogelijk worden gehandhaafd.
Artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Waterwet
De aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Met de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk wordt gelijkgesteld de uitvoering van een werk tot beïnvloeding van een grondwaterlichaam.
Het plan bevat ten minste een beschrijving van het betrokken werk en de wijze waarop dat zal worden uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. Voor in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen bevat het plan een inventarisatie van maatschappelijke functies en ambities en mogelijke innovaties waarmee de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk gecombineerd zou kunnen worden, inclusief de mogelijkheden om het desbetreffende werk middels een concessie voor werken of andere vorm van publiek-private samenwerking te realiseren.
Op grond van artikel 1.1, eerste lid, onder a, van de Chw en bijlage I, categorie 7.3, bij de Chw.
Artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet.
Op grond van artikel 1.1, eerste lid, onder a, van de Chw en bijlage I, categorie 7.3, bij de Chw.
Artikel 1:6a van de Chw.
ABRvS 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1561, r.o. 3 t/m 5, en ABRvS 20 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3092, r.o. 7.1.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/1307
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 augustus 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres,
en
Het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta.
Als derde partij heeft deelgenomen:
Staatsbosbeheer, te Amersfoort.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de besluiten van 21 december 2022 tot vaststelling van het projectplan Waterwet ‘Natuurontwikkeling Weimeren fase 2’ en de partiële herziening van het peilbesluit Etten-Leur – Breda.
Op het beroep is de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing.
De rechtbank heeft het beroep – samen met een beroep gericht tegen dezelfde besluiten – op zitting behandeld op 14 juli 2023. Eiseres was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger verweerder 1] en [vertegenwoordiger verweerder 2]. Namens de derde partij waren haar gemachtigde, [aanwezige derde partij 1] en [aanwezige derde partij 2] aanwezig.
Beoordeling
1. Wat zijn de feiten?
Verweerder, de Staatsbosbeheer en de provincie Noord-Brabant werken aan waterrijke natuur in het Natuurnetwerk Brabant-gebied Noordrand Midden. Het plangebied Weimeren (229 ha) is daar onderdeel van. Weimeren ligt aan de rivier de Mark en heeft een functie als waterberging. In Weimeren is het doel om één grote, robuuste natuureenheid te realiseren. Een leefgebied voor bijzondere planten en dieren, waarbij ook ruimte is voor natuurbeleving door wandelen en fietsen in de randen van dit gebied. Eén polder, die wordt ingezet voor het bergen van hoogwater vanuit de Mark en waarbij het mogelijk is om waterbeheer te gaan voeren gericht op bijzondere natuur. De natuurontwikkeling in het plangebied is opgedeeld in drie delen: Natuurontwikkeling Weimeren fase 1 (projectplan uit 2020), verbetering van de regionale kering Weimeren (projectplan van 2 februari 2022) en Natuurontwikkeling Weimeren fase 2 (bestreden besluiten). Fase 2 van de natuurontwikkeling omvat de volgende ingrepen: inrichtingsmaatregelen in het plangebied fase 2, het aanpassen van het watersysteem, een peilwijziging in de gehele gebied Weimeren en het verruimen van de binnendijkse teensloot.
Eiseres woont aan de [adres eiseres] en heeft daar kassen die thans gebruikt worden als stallingsruimte.
Ten behoeve van fase 2 heeft verweerder op 25 juni 2022 een ontwerp Projectplan Waterwet ‘Natuurontwikkeling Weimeren fase 2’ en tegelijkertijd een ontwerp Peilenplan ‘Natuurontwikkeling Weimeren’ bekendgemaakt. Eiseres heeft geen zienswijze kenbaar gemaakt.
Bij besluiten van 21 december 2022 heeft verweerder het projectplan Waterwet ‘Natuurontwikkeling Weimeren fase 2’ vastgesteld (bestreden besluit I) en het peilbesluit Etten-Leur – Breda partieel herzien (op grond van het peilenplan Waterwet ‘Natuurontwikkeling Weimeren’)(bestreden besluit II). Op 6 januari 2023 is dat in het waterschapsblad gepubliceerd.
Eiseres heeft daar op 17 februari 2023 beroep tegen ingesteld.
2. Wat is het wettelijk kader?
De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in een bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
3. Wat heeft verweerder besloten?
3.1
Ten behoeve van de natuurontwikkeling heeft verweerder een projectplan vastgesteld op grond van artikel 5.4 van de Waterwet. In die bepaling staat dat de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Als gevolg van het vastgestelde projectplan wordt onder andere het watersysteem – een samenhangend geheel van waterstaatswerken – gewijzigd. Daarnaast heeft verweerder het peilbesluit Etten-Leur – Breda partieel herzien. Een beheerder is op grond van artikel 5.2, eerste en tweede lid, van de Waterwet verplicht voor daartoe aan te wijzen oppervlaktewater- of grondwaterlichamen onder zijn beheer één of meer peilbesluiten vast te stellen. In het peilbesluit zijn waterstanden en bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren vastgesteld, die gedurende daarbij aangegeven perioden zoveel mogelijk worden gehandhaafd.
3.2
Meer specifiek is voor de beoordeling van dit beroepschrift van belang dat verweerder in de bestreden besluiten heeft voorzien in het creëren van een zoetwaterplas in de nabijheid van de woning en het bedrijf van eiseres.
4. Wat is in geschil?
Tussen partijen bestaat geschil over de vraag of de bestreden besluiten getuigen van een evenwichtige belangenafweging. Meer specifiek bestaat geschil over de vraag of verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van eiseres.
5. Welke gronden heeft eiseres aangevoerd?
Eiseres heeft aangevoerd dat in het projectplan onvoldoende rekening is gehouden met haar belangen. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft eiseres verwezen naar de door TAUW opgestelde ‘Aanvulling MER Noordrand Midden – deelgebied Weimeren fase 2’. Op pagina 115 (paragraaf 12.2) staat dat een toename van de hoeveelheid muggen als gevolg van de vernatting van het gebied niet uitgesloten kan worden. Dit is buiten beschouwing gelaten, omdat de bebouwde kom van [plaats] op meer dan een kilometer afstand is gelegen. Eiseres woont echter op korte afstand van het gebied en vreest dat haar woongenot zal worden aangetast als gevolg van de toename van de hoeveelheid muggen. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft eiseres een advies van een muggenexpert overgelegd. Daarnaast blijkt uit pagina 85 (paragraaf 8.3) dat sprake zal zijn van een bodemdaling in de buurt van de glasopstanden van eiseres. Dit kan tot verzakking en schade aan de glasopstanden kan leiden. Eiseres heeft daaraan toegevoegd dat zij in het projectplan niet vermeld ziet, wanneer het plan uitgevoerd zal zijn en hoe de voortgang daarvan wordt getoetst.
6. Zijn die beroepsgronden tijdig ingediend?
6.1
Op het beroep is de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing. Dat betekent dat de beroepsgronden binnen de beroepstermijn moeten zijn ingediend en nieuwe beroepsgronden die daarna zijn aangevoerd niet kunnen worden meegenomen.
6.2
Buiten de beroepstermijn heeft eiseres een aanvullend beroepschrift ingediend op 20 juni 2023. De rechtbank heeft dat aanvullend beroepschrift meegenomen bij de beoordeling van het beroep, omdat daarin geen nieuwe beroepsgronden staan opgenomen en dat stuk slechts dient als nadere toelichting op de beroepsgronden die binnen de beroepstermijn zijn ingediend.
7. Heeft verweerder voldoende rekening gehouden met de belangen van eiseres?
7.1
Het projectplan is vormvrij. In de Waterwet wordt aan een projectplan wel een aantal inhoudelijke eisen gesteld, zoals de eis dat het projectplan een beschrijving bevat van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van eventuele nadelige gevolgen van het werk. Daarbij is het aan verweerder om alle verschillende bij het projectplan betrokken belangen tegen elkaar af te wegen en inzicht te geven in de wijze waarop eventuele nadelige gevolgen ongedaan gemaakt of beperkt kunnen worden. Het is aan de rechtbank om – gelet op de aangevoerde beroepsgronden – te beoordelen of er aanleiding bestaat voor het oordeel dat het projectplan niet getuigt van een evenwichtige belangenafweging of anderszins in strijd is met het recht. Uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) blijkt dat het niet zo is dat er geen nadelige gevolgen mogen optreden als gevolg van een projectplan. Evenmin is vereist dat met alle betrokkenen volledige overeenstemming bestaat over de te nemen maatregelen. Voldoende is dat in een projectplan is omschreven welke nadelige gevolgen kunnen optreden, welke voorzieningen worden en kunnen worden getroffen om die nadelige gevolgen ongedaan te maken en welke mogelijkheden er zijn om een financiële vergoeding te krijgen voor schade die niet kan worden voorkomen.
Dat geldt ook voor het samen met het projectplan vastgestelde peilbesluit, dat kennelijk is vastgesteld om de doelstellingen van het projectplan te realiseren.
7.2
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat de bestreden besluiten getuigen van een evenredige belangenafweging ten aanzien van de belangen van eiseres. Op de hierna genoemde wijze heeft verweerder voldoende inzicht gegeven in de nadelige gevolgen die voor eiseres kunnen optreden en welke voorzieningen worden getroffen om die nadelige gevolgen zoveel mogelijk te beperken.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 17 augustus 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Wettelijk kader
Waterwet
Artikel 5.2, eerste en tweede lid, van de Waterwet
Een beheerder is verplicht voor daartoe aan te wijzen oppervlaktewater- of grondwaterlichamen onder zijn beheer één of meer peilbesluiten vast te stellen.
In een peilbesluit worden waterstanden of bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren vastgesteld, die gedurende daarbij aangegeven perioden zoveel mogelijk worden gehandhaafd.
Artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Waterwet
De aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Met de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk wordt gelijkgesteld de uitvoering van een werk tot beïnvloeding van een grondwaterlichaam.
Het plan bevat ten minste een beschrijving van het betrokken werk en de wijze waarop dat zal worden uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. Voor in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen bevat het plan een inventarisatie van maatschappelijke functies en ambities en mogelijke innovaties waarmee de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk gecombineerd zou kunnen worden, inclusief de mogelijkheden om het desbetreffende werk middels een concessie voor werken of andere vorm van publiek-private samenwerking te realiseren.
Op grond van artikel 1.1, eerste lid, onder a, van de Chw en bijlage I, categorie 7.3, bij de Chw.
Artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet.
Op grond van artikel 1.1, eerste lid, onder a, van de Chw en bijlage I, categorie 7.3, bij de Chw.
Artikel 1:6a van de Chw.
ABRvS 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1561, r.o. 3 t/m 5, en ABRvS 20 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3092, r.o. 7.1.