Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-08-03
ECLI:NL:RBZWB:2023:5630
Strafrecht
Op tegenspraak
2,138 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-283798-22
vonnis van de meervoudige kamer van 3 augustus 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte01]
geboren op [geboortedatum01] 2000 te [geboorteplaats01]
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01]
raadsman mr. J.L. Oudshoorn, advocaat te Rijswijk
1
Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 augustus 2022, waarbij de officier van justitie mr. I.M.H. Masselink en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft op de zitting direct mondeling uitspraak gedaan.
2
De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 6 oktober 2019 tot en met 5 oktober 2021, bij [slachtoffer01] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ontuchtige handelingen heeft verricht die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
3
De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht op grond van het dossier het feit wettig en overtuigend bewezen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit omdat de seksuele handelingen niet als ontuchtig kunnen worden aangemerkt.
4.3
Beoordeling
Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte en [slachtoffer01] in de periode zoals ten laste gelegd inderdaad seksueel contact hebben gehad. Dit wordt door verdachte ook niet ontkend.
De vraag is of deze seksuele handelingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm, waardoor deze handelingen zouden kunnen worden aangemerkt als ontuchtig. Daarbij zijn de concrete omstandigheden van groot belang. Het ontuchtige karakter kan volgens de Hoge Raad namelijk aan seksuele handelingen ontbreken indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden in het kader van een affectieve relatie en sprake is van een gering leeftijdsverschil.
De rechtbank constateert dat in onderhavige zaak geen sprake is van een gering verschil in leeftijd. Het verschil in leeftijd tussen verdachte en [slachtoffer01] bedraagt namelijk vijfeneenhalf jaar. In de betreffende levensfase is dat een aanzienlijk leeftijdsverschil. Dit enkele leeftijdsverschil is echter op zichzelf onvoldoende om de seksuele handelingen als ‘ontuchtig’ aan te merken. Uit het dossier blijkt dat sprake was van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid in de relatie – inclusief seksuele contacten – tussen verdachte en [slachtoffer01] . Verdachte en [slachtoffer01] verklaren immers beide dat zij destijds een liefdesrelatie hadden en die nu ook nog steeds hebben. [slachtoffer01] , verdachte en hun dochtertje wonen sinds mei van dit jaar als gezin samen. Bovendien kan uit het dossier niet worden afgeleid dat [slachtoffer01] op enige manier ondergeschikt was aan verdachte. Integendeel, uit de telefonisch afgelegde verklaring van [slachtoffer01] bij de politie en de door de raadsman ter zitting overgelegde e-mail van [slachtoffer01] blijkt dat [slachtoffer01] heel standvastig is en deze strafzaak (nog steeds) niet nodig vindt. Hieruit leidt de rechtbank ook af dat [slachtoffer01] oprecht een relatie met verdachte wil en deze relatie - net als verdachte - wil voortzetten.
Voorgaande omstandigheden tezamen genomen en in onderlinge samenhang bezien brengen de rechtbank tot het oordeel dat in onderhavige zaak geen sociaal-ethische norm is geschonden, zodat aan de seksuele handelingen het ontuchtige karakter ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken.
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrij
van het ten laste gelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.C. Janssen, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en mr. M. Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is direct mondeling uitgesproken ter openbare zitting op 3 augustus 2023.
Mr. Veldhuizen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-283798-22
vonnis van de meervoudige kamer van 3 augustus 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte01]
geboren op [geboortedatum01] 2000 te [geboorteplaats01]
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01]
raadsman mr. J.L. Oudshoorn, advocaat te Rijswijk
1
Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 augustus 2022, waarbij de officier van justitie mr. I.M.H. Masselink en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft op de zitting direct mondeling uitspraak gedaan.
2
De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 6 oktober 2019 tot en met 5 oktober 2021, bij [slachtoffer01] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ontuchtige handelingen heeft verricht die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
3
De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht op grond van het dossier het feit wettig en overtuigend bewezen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit omdat de seksuele handelingen niet als ontuchtig kunnen worden aangemerkt.
4.3
Beoordeling
Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte en [slachtoffer01] in de periode zoals ten laste gelegd inderdaad seksueel contact hebben gehad. Dit wordt door verdachte ook niet ontkend.
De vraag is of deze seksuele handelingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm, waardoor deze handelingen zouden kunnen worden aangemerkt als ontuchtig. Daarbij zijn de concrete omstandigheden van groot belang. Het ontuchtige karakter kan volgens de Hoge Raad namelijk aan seksuele handelingen ontbreken indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden in het kader van een affectieve relatie en sprake is van een gering leeftijdsverschil.
De rechtbank constateert dat in onderhavige zaak geen sprake is van een gering verschil in leeftijd. Het verschil in leeftijd tussen verdachte en [slachtoffer01] bedraagt namelijk vijfeneenhalf jaar. In de betreffende levensfase is dat een aanzienlijk leeftijdsverschil. Dit enkele leeftijdsverschil is echter op zichzelf onvoldoende om de seksuele handelingen als ‘ontuchtig’ aan te merken. Uit het dossier blijkt dat sprake was van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid in de relatie – inclusief seksuele contacten – tussen verdachte en [slachtoffer01] . Verdachte en [slachtoffer01] verklaren immers beide dat zij destijds een liefdesrelatie hadden en die nu ook nog steeds hebben. [slachtoffer01] , verdachte en hun dochtertje wonen sinds mei van dit jaar als gezin samen. Bovendien kan uit het dossier niet worden afgeleid dat [slachtoffer01] op enige manier ondergeschikt was aan verdachte. Integendeel, uit de telefonisch afgelegde verklaring van [slachtoffer01] bij de politie en de door de raadsman ter zitting overgelegde e-mail van [slachtoffer01] blijkt dat [slachtoffer01] heel standvastig is en deze strafzaak (nog steeds) niet nodig vindt. Hieruit leidt de rechtbank ook af dat [slachtoffer01] oprecht een relatie met verdachte wil en deze relatie - net als verdachte - wil voortzetten.
Voorgaande omstandigheden tezamen genomen en in onderlinge samenhang bezien brengen de rechtbank tot het oordeel dat in onderhavige zaak geen sociaal-ethische norm is geschonden, zodat aan de seksuele handelingen het ontuchtige karakter ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken.
Dictum
De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrij
van het ten laste gelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.C. Janssen, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en mr. M. Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is direct mondeling uitgesproken ter openbare zitting op 3 augustus 2023.
Mr. Veldhuizen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.