Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-07-26
ECLI:NL:RBZWB:2023:5546
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
8,664 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10246196 \ CV EXPL 22-4685
Vonnis van 26 juli 2023
in de zaak van
ENERGY UNDER CONTROL B.V.
,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: EUC ,
gemachtigde: mr. M.M.C.E. Steinschuld, werkzaam bij ARAG,
tegen
HERBAX PROGRESS B.V.
,
te Oisterwijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Herbax,
gemachtigde: mr. R. van der Jagt.
Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 februari 2023 en de daarin genoemde stukken;
- de mondelinge behandeling van 20 juni 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1
Herbax heeft op 31 augustus 2020 aan EUC opdracht gegeven tot het doen uitvoeren van een herinspectie aan een zonnepaneelsysteem in Oss. Uit een eerdere inspectie in de winter van 2020, zijn diverse gebreken aan het systeem naar voren gekomen die herstelwerk vergden.
2.2
Indirect bestuurder van EUC is [naam01] . [naam01] is ook indirect bestuurder van [bedrijf01] B.V., een onderneming die de plaatsing van het systeem en de eerste inspectie heeft begeleid.
2.3
Partijen zijn voor de herinspectie een prijs overeengekomen van € 3.425,00, exclusief btw. In de door Herbax ondertekende offerte is [bedrijf02] B.V. (hierna: [bedrijf02] ) als (externe) inspectiepartij aangeduid. Als betrokken partij staat verder de installateur PV Projectmanagement, Advies en Service (hierna: PV PAS) genoemd. De tekst van de offerte luidt, voor zover van belang:
“Hierbij sturen we u een offerte toe voor het uitvoeren van een inspectie volgens de laatste SCOPE12 norm.
(…)
3. Te leveren dienst/product
Opleverinspectie over gehele installatie (…) volgens de huidige geldende normen;
De installateur verstrekt Exploitant [Herbax, ktr.] en de externe partij [ [bedrijf02] , ktr.] die deze inspectie zal uitvoeren, voorafgaand aan de Oplevering een opleverdocument, bestaande uit:
-
(…)
-
Alle meetrapporten waaruit blijkt dat het systeem naar behoren functioneer.
-
(…)
Inspectierapport.
(…)
5. Betaling en voorwaarden
14
14 dagen betalingstermijn bij factuur;
14
Herinspectie die voor definitieve oplevering plaats te vinden;
(…)”
2.4
Voorafgaand aan de herinspectie heeft EUC op 3 september 2020 de herinspectie aan Herbax gefactureerd. [bedrijf02] heeft op 6 oktober 2020 de herinspectie uitgevoerd.
2.5
Herbax heeft met PV PAS, los van de overeenkomst met EUC , afgesproken dat Herbax de kosten van de herinspectie aan PV PAS zou doorbelasten. PV PAS is echter voor dat is gebeurd in november 2020 gefailleerd.
2.6
Herbax heeft de factuur van EUC onbetaald gelaten, waarna tussen partijen het voorliggende geschil is ontstaan.
Geschil
3.1
EUC vordert - samengevat - veroordeling van Herbax tot betaling van het factuurbedrag inclusief btw, in totaal € 4.144,25, te vermeerderen met wettelijke handelsrente. Daarnaast vordert zij € 539,43 aan buitengerechtelijke kosten en verder de kosten van de procedure, inclusief de nakosten, een en ander te vermeerderen met wettelijke rente. EUC legt aan haar vordering ten grondslag dat Herbax is tekortgeschoten in haar verplichting doordat zij heeft nagelaten de overeengekomen prijs te betalen. Herbax verkeert volgens EUC in verzuim.
3.2
Herbax voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van EUC , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van EUC , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van EUC in de kosten van deze procedure. Herbax beroept zich primair op (gehele dan wel gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst en subsidiair op (gehele dan wel gedeeltelijke) vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling. Herbax heeft verder aangevoerd, onder verwijzing naar artikel 6:58 en 6:59 BW, dat EUC in schuldeisersverzuim verkeert doordat zij haar verplichtingen onder de overeenkomst niet is nagekomen. Herbax hoeft daarom niet te betalen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij in dit kader gesteld dat zij zich bij wijze van meer subsidiair verweer beroept op opschorting.
3.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Het beroep op ontbinding
4.1
Herbax heeft aan haar ontbindingsverweer ten grondslag gelegd dat de herinspectie voortijdig is uitgevoerd en dat geen inspectierapport is opgemaakt. Daarnaast is een te hoog bedrag gefactureerd omdat is afgesproken dat EUC slechts de kosten van [bedrijf02] in rekening zou brengen bij Herbax. Verzuim is in dit geval niet vereist voor ontbinding omdat EUC haar verplichtingen niet meer (tijdig) kan nakomen. Het project was in 2020 gepland en vanaf dat moment is het zonder certificering in bedrijf. Voor zover verzuim wel is vereist, volgt het verzuim uit de houding van EUC . Zij stuurt al langere tijd enkel aan op betaling en weigert aan haar verplichtingen te voldoen.
4.2
Voor een geslaagd beroep op ontbinding moet Herbax daartoe bevoegd zijn. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat die bevoegdheid op grond van artikel 6:265 lid 2 BW pas, wanneer EUC in verzuim is.
4.3
Hoewel het zonnepaneelsysteem al geruime tijd in bedrijf is, is de kantonrechter van oordeel dat nakomen door EUC niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is. Partijen hebben geen termijn afgesproken waarbinnen de herinspectie moest zijn uitgevoerd, zodat, als de herinspectie ondeugdelijk zou zijn uitgevoerd, deze alsnog (tijdig) zou kunnen worden uitgevoerd. Herbax heeft bij de mondelinge behandeling gesteld dat uit contracten met bij het project betrokken partijen blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd moest zijn afgerond en dat er ook binnen een bepaalde termijn een rapport moest liggen. De kantonrechter acht deze stelling onvoldoende concreet om daar een fatale termijn uit af te leiden. Bovendien heeft Herbax in februari 2023 (bij conclusie van antwoord) gesteld dat zij een derde partij opdracht gaat geven om de herinspectie uit te voeren en tijdens de mondelinge behandeling is verklaard dat dit inmiddels is gebeurd. Hieruit volgt juist dat nakoming nog wel mogelijk is.
4.4
De vervolgvraag is daarom of EUC in verzuim is geraakt. Volgens Herbax blijkt het verzuim uit de houding van EUC in combinatie met het bepaalde in artikel 6:82 lid 2 jo. 6:83 (onder meer onder sub c) BW.
4.5
Uit artikel 6:82 BW volgt dat een ingebrekestelling waarbij een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld achterwege kan blijven als uit de houding van de schuldenaar blijkt dat aanmaning nutteloos zou zijn. De ingebrekestelling kan dan plaatsvinden door een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld. De kantonrechter constateert dat het dossier niet een dergelijke mededeling bevat.
4.6
Verzuim treedt op grond van artikel 6:83 aanhef en sub c BW
zonder
ingebrekestelling in wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van diens verbintenis zal tekortschieten. Uit het innemen van het standpunt dat zij haar verplichtingen is nagekomen en uit haar aandringen op betaling, kan naar het oordeel van de kantonrechter niet een dergelijke mededeling van EUC worden afgeleid.
4.7
De slotsom van het voorgaande is dat het vereiste verzuim ontbreekt. Het beroep op ontbinding slaagt om die reden al niet. Aan de beoordeling van de gestelde tekortkomingen komt de kantonrechter niet toe.
Het beroep op dwaling
4.8
Herbax heeft aan haar dwalingsverweer het volgende ten grondslag gelegd. Ten eerste veronderstelde zij met een van [naam01] losstaande entiteit te contracteren. Ten tweede veronderstelde zij een Scope 12 (her)inspectie te krijgen, met een volwaardig Scope 12 (her)inspectierapport. Ten derde veronderstelde zij dat slechts de kosten die [bedrijf02] maakte aan haar zouden worden doorbelast. Deze veronderstellingen bleken niet terecht. Als zij een juiste voorstelling van zaken had gehad, had zij de overeenkomst niet gesloten, aldus Herbax.
4.9
Artikel 6:228 lid 1 BW bepaalt dat een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling niet zou zijn gesloten, vernietigbaar is als sprake is van een van de situaties als genoemd onder sub a t/m c van dat artikel. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Herbax gesteld dat zij gedwaald heeft op grond van inlichtingen van EUC (de a-grond van artikel 6:228 lid 1 BW). Lid 2 van genoemd artikel bepaalt dat de vernietiging onder meer niet kan worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft.
4.10
De kantonrechter overweegt dat niet in geschil is dat EUC zowel aan [bedrijf01] B.V. als aan [naam01] gelieerd is. Afgezien van de mogelijkheid voor Herbax om in het Handelsregister na te gaan wie (indirect) aandeelhouder en/of bestuurder was van EUC , heeft Herbax niet duidelijk gemaakt waarom zij de overeenkomst met EUC niet zou hebben gesloten (maar direct met [bedrijf02] zou hebben gecontracteerd), als zij had geweten dat EUC niet ‘los stond’ van [naam01] . Van een dwaling die tot vernietiging kan leiden, is hiermee geen sprake.
4.11
De veronderstelling een Scope 12-herinspectie met een volwaardig rapport te zullen verkrijgen, wat volgens Herbax niet maar volgens EUC wel is gebeurd, kan ook niet tot vernietiging leiden. Ook als Herbax moet worden gevolgd in haar standpunt dat EUC op deze punten tekort is geschoten, dan waren dit ten tijde van het sluiten van de overeenkomst uitsluitend toekomstige omstandigheden, waarop ingevolge artikel 6:228 lid 2 BW een beroep op dwaling niet kan worden gegrond.
4.12
Ten aanzien van de kosten van [bedrijf02] voor de herinspectie stelt Herbax dat [bedrijf02] daarvoor € 900,00 heeft ontvangen. Dat bedrag is veel lager dan EUC aan Herbax heeft genoemd in de offerte, terwijl EUC en Herbax hebben afgesproken dat slechts zuiver de kosten zouden worden doorbelast. De prijs die [bedrijf02] hanteert voor een herinspectie van een dergelijk project in 2023 bedraagt volgens haar prijslijst € 1.850,00 exclusief btw. Dat is niet in lijn met de offerte van destijds en als Herbax dit toen had geweten, had zij de offerte niet ondertekend.
EUC stelt daartegenover dat de kosten van [bedrijf02] voor de herinspectie € 2.925,00 bedroegen. Daar heeft [bedrijf02] nog € 500,00 bovenop gedaan voor EUC . Dat resulteerde in het totaalbedrag, exclusief btw, dat is doorbelast aan Herbax. EUC betwist dat is afgesproken dat de kosten een-op-een zouden worden doorbelast. De geoffreerde prijs moest kostendekkend zijn. Het door Herbax genoemde lagere bedrag van € 900,00, is een resultaat van verrekeningen tussen EUC en [bedrijf02] , aldus EUC .
4.13
De kantonrechter oordeelt dat ook hierbij Herbax geen beroep op dwaling toekomt. EUC heeft gemotiveerd betwist dat de kosten van de herinspectie veel lager waren dan het bedrag dat aan Herbax is geoffreerd en gefactureerd. EUC heeft een verrekening tussen haar en [bedrijf02] als verklaring gegeven voor het door Herbax genoemde bedrag € 900,00. Die verklaring wordt door de correspondentie tussen partijen (zoals overgelegd met productie 1 bij conclusie van antwoord) niet weersproken. Uit die correspondentie valt immers geen reactie van [bedrijf02] op te maken (over bijvoorbeeld de onjuistheid van deze verklaring van EUC ), maar enkel een summiere weergave van Herbax van wat [bedrijf02] haar zou hebben verteld.
4.14
Ook de prijslijst van 2023 biedt de kantonrechter onvoldoende aanwijzing dat EUC Herbax zodanig heeft ingelicht dat Herbax daardoor dwaalde. Op deze prijslijst staan diverse herinspecties voor het bedrag van € 1.850,00, maar hier staat niet bij dat dit Scope 12-(her)inspecties zijn. De op de prijslijst genoemde
Scope 12-
Conclusie
4.20
De kantonrechter passeert de verweren van Herbax. Dit betekent ook dat Herbax is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting het factuurbedrag tijdig te voldoen. De daarop gegronde hoofdsom wordt daarom toegewezen. Hierna wordt nog ingegaan op de nevenvorderingen van EUC .
Wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incasso- en proceskosten
4.21
Tussen partijen is sprake van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a BW. De vordering tot betaling van de wettelijke handelsrente over de hoofdsom is als zodanig niet weersproken en wordt toegewezen.
4.22
EUC vordert vergoeding van € 539,43 aan buitengerechtelijke incassokosten. De vordering toetst de kantonrechter aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat EUC voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. Ook de wettelijke rente over het gevorderde bedrag zal worden toegewezen.
4.23
Herbax is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van EUC als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
108,41
- griffierecht
€
487,00
- salaris gemachtigde
- nakosten
€
€
528,00
124,00
(2,00 punten × € 264,00)
Totaal
€
1.247,41
4.24
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
5.1
veroordeelt Herbax om aan EUC tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 4.144,25, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 18 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2
veroordeelt Herbax om aan EUC tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 539,43 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 18 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.3
veroordeelt Herbax om aan EUC tegen behoorlijk bewijs van kwijting de proceskosten te betalen, aan de zijde van EUC tot dit vonnis vastgesteld op € 1.247,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van 1.123,41 (de proceskosten exclusief de nakosten) vanaf de datum van deze uitspraak tot de dag der algehele voldoening. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet Herbax ook de kosten van betekening betalen. Bij niet betaling van de nakosten van
€ 124,00 binnen twee weken na betekening van het vonnis is Herbax ook over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening;
5.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Schouw en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10246196 \ CV EXPL 22-4685
Vonnis van 26 juli 2023
in de zaak van
ENERGY UNDER CONTROL B.V.
,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: EUC ,
gemachtigde: mr. M.M.C.E. Steinschuld, werkzaam bij ARAG,
tegen
HERBAX PROGRESS B.V.
,
te Oisterwijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Herbax,
gemachtigde: mr. R. van der Jagt.
Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 februari 2023 en de daarin genoemde stukken;
- de mondelinge behandeling van 20 juni 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1
Herbax heeft op 31 augustus 2020 aan EUC opdracht gegeven tot het doen uitvoeren van een herinspectie aan een zonnepaneelsysteem in Oss. Uit een eerdere inspectie in de winter van 2020, zijn diverse gebreken aan het systeem naar voren gekomen die herstelwerk vergden.
2.2
Indirect bestuurder van EUC is [naam01] . [naam01] is ook indirect bestuurder van [bedrijf01] B.V., een onderneming die de plaatsing van het systeem en de eerste inspectie heeft begeleid.
2.3
Partijen zijn voor de herinspectie een prijs overeengekomen van € 3.425,00, exclusief btw. In de door Herbax ondertekende offerte is [bedrijf02] B.V. (hierna: [bedrijf02] ) als (externe) inspectiepartij aangeduid. Als betrokken partij staat verder de installateur PV Projectmanagement, Advies en Service (hierna: PV PAS) genoemd. De tekst van de offerte luidt, voor zover van belang:
“Hierbij sturen we u een offerte toe voor het uitvoeren van een inspectie volgens de laatste SCOPE12 norm.
(…)
3. Te leveren dienst/product
Opleverinspectie over gehele installatie (…) volgens de huidige geldende normen;
De installateur verstrekt Exploitant [Herbax, ktr.] en de externe partij [ [bedrijf02] , ktr.] die deze inspectie zal uitvoeren, voorafgaand aan de Oplevering een opleverdocument, bestaande uit:
-
(…)
-
Alle meetrapporten waaruit blijkt dat het systeem naar behoren functioneer.
-
(…)
Inspectierapport.
(…)
5. Betaling en voorwaarden
14
14 dagen betalingstermijn bij factuur;
14
Herinspectie die voor definitieve oplevering plaats te vinden;
(…)”
2.4
Voorafgaand aan de herinspectie heeft EUC op 3 september 2020 de herinspectie aan Herbax gefactureerd. [bedrijf02] heeft op 6 oktober 2020 de herinspectie uitgevoerd.
2.5
Herbax heeft met PV PAS, los van de overeenkomst met EUC , afgesproken dat Herbax de kosten van de herinspectie aan PV PAS zou doorbelasten. PV PAS is echter voor dat is gebeurd in november 2020 gefailleerd.
2.6
Herbax heeft de factuur van EUC onbetaald gelaten, waarna tussen partijen het voorliggende geschil is ontstaan.
Geschil
3.1
EUC vordert - samengevat - veroordeling van Herbax tot betaling van het factuurbedrag inclusief btw, in totaal € 4.144,25, te vermeerderen met wettelijke handelsrente. Daarnaast vordert zij € 539,43 aan buitengerechtelijke kosten en verder de kosten van de procedure, inclusief de nakosten, een en ander te vermeerderen met wettelijke rente. EUC legt aan haar vordering ten grondslag dat Herbax is tekortgeschoten in haar verplichting doordat zij heeft nagelaten de overeengekomen prijs te betalen. Herbax verkeert volgens EUC in verzuim.
3.2
Herbax voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van EUC , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van EUC , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van EUC in de kosten van deze procedure. Herbax beroept zich primair op (gehele dan wel gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst en subsidiair op (gehele dan wel gedeeltelijke) vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling. Herbax heeft verder aangevoerd, onder verwijzing naar artikel 6:58 en 6:59 BW, dat EUC in schuldeisersverzuim verkeert doordat zij haar verplichtingen onder de overeenkomst niet is nagekomen. Herbax hoeft daarom niet te betalen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij in dit kader gesteld dat zij zich bij wijze van meer subsidiair verweer beroept op opschorting.
3.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Het beroep op ontbinding
4.1
Herbax heeft aan haar ontbindingsverweer ten grondslag gelegd dat de herinspectie voortijdig is uitgevoerd en dat geen inspectierapport is opgemaakt. Daarnaast is een te hoog bedrag gefactureerd omdat is afgesproken dat EUC slechts de kosten van [bedrijf02] in rekening zou brengen bij Herbax. Verzuim is in dit geval niet vereist voor ontbinding omdat EUC haar verplichtingen niet meer (tijdig) kan nakomen. Het project was in 2020 gepland en vanaf dat moment is het zonder certificering in bedrijf. Voor zover verzuim wel is vereist, volgt het verzuim uit de houding van EUC . Zij stuurt al langere tijd enkel aan op betaling en weigert aan haar verplichtingen te voldoen.
4.2
Voor een geslaagd beroep op ontbinding moet Herbax daartoe bevoegd zijn. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat die bevoegdheid op grond van artikel 6:265 lid 2 BW pas, wanneer EUC in verzuim is.
4.3
Hoewel het zonnepaneelsysteem al geruime tijd in bedrijf is, is de kantonrechter van oordeel dat nakomen door EUC niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is. Partijen hebben geen termijn afgesproken waarbinnen de herinspectie moest zijn uitgevoerd, zodat, als de herinspectie ondeugdelijk zou zijn uitgevoerd, deze alsnog (tijdig) zou kunnen worden uitgevoerd. Herbax heeft bij de mondelinge behandeling gesteld dat uit contracten met bij het project betrokken partijen blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd moest zijn afgerond en dat er ook binnen een bepaalde termijn een rapport moest liggen. De kantonrechter acht deze stelling onvoldoende concreet om daar een fatale termijn uit af te leiden. Bovendien heeft Herbax in februari 2023 (bij conclusie van antwoord) gesteld dat zij een derde partij opdracht gaat geven om de herinspectie uit te voeren en tijdens de mondelinge behandeling is verklaard dat dit inmiddels is gebeurd. Hieruit volgt juist dat nakoming nog wel mogelijk is.
4.4
De vervolgvraag is daarom of EUC in verzuim is geraakt. Volgens Herbax blijkt het verzuim uit de houding van EUC in combinatie met het bepaalde in artikel 6:82 lid 2 jo. 6:83 (onder meer onder sub c) BW.
4.5
Uit artikel 6:82 BW volgt dat een ingebrekestelling waarbij een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld achterwege kan blijven als uit de houding van de schuldenaar blijkt dat aanmaning nutteloos zou zijn. De ingebrekestelling kan dan plaatsvinden door een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld. De kantonrechter constateert dat het dossier niet een dergelijke mededeling bevat.
4.6
Verzuim treedt op grond van artikel 6:83 aanhef en sub c BW
zonder
ingebrekestelling in wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van diens verbintenis zal tekortschieten. Uit het innemen van het standpunt dat zij haar verplichtingen is nagekomen en uit haar aandringen op betaling, kan naar het oordeel van de kantonrechter niet een dergelijke mededeling van EUC worden afgeleid.
4.7
De slotsom van het voorgaande is dat het vereiste verzuim ontbreekt. Het beroep op ontbinding slaagt om die reden al niet. Aan de beoordeling van de gestelde tekortkomingen komt de kantonrechter niet toe.
Het beroep op dwaling
4.8
Herbax heeft aan haar dwalingsverweer het volgende ten grondslag gelegd. Ten eerste veronderstelde zij met een van [naam01] losstaande entiteit te contracteren. Ten tweede veronderstelde zij een Scope 12 (her)inspectie te krijgen, met een volwaardig Scope 12 (her)inspectierapport. Ten derde veronderstelde zij dat slechts de kosten die [bedrijf02] maakte aan haar zouden worden doorbelast. Deze veronderstellingen bleken niet terecht. Als zij een juiste voorstelling van zaken had gehad, had zij de overeenkomst niet gesloten, aldus Herbax.
4.9
Artikel 6:228 lid 1 BW bepaalt dat een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling niet zou zijn gesloten, vernietigbaar is als sprake is van een van de situaties als genoemd onder sub a t/m c van dat artikel. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Herbax gesteld dat zij gedwaald heeft op grond van inlichtingen van EUC (de a-grond van artikel 6:228 lid 1 BW). Lid 2 van genoemd artikel bepaalt dat de vernietiging onder meer niet kan worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft.
4.10
De kantonrechter overweegt dat niet in geschil is dat EUC zowel aan [bedrijf01] B.V. als aan [naam01] gelieerd is. Afgezien van de mogelijkheid voor Herbax om in het Handelsregister na te gaan wie (indirect) aandeelhouder en/of bestuurder was van EUC , heeft Herbax niet duidelijk gemaakt waarom zij de overeenkomst met EUC niet zou hebben gesloten (maar direct met [bedrijf02] zou hebben gecontracteerd), als zij had geweten dat EUC niet ‘los stond’ van [naam01] . Van een dwaling die tot vernietiging kan leiden, is hiermee geen sprake.
4.11
De veronderstelling een Scope 12-herinspectie met een volwaardig rapport te zullen verkrijgen, wat volgens Herbax niet maar volgens EUC wel is gebeurd, kan ook niet tot vernietiging leiden. Ook als Herbax moet worden gevolgd in haar standpunt dat EUC op deze punten tekort is geschoten, dan waren dit ten tijde van het sluiten van de overeenkomst uitsluitend toekomstige omstandigheden, waarop ingevolge artikel 6:228 lid 2 BW een beroep op dwaling niet kan worden gegrond.
4.12
Ten aanzien van de kosten van [bedrijf02] voor de herinspectie stelt Herbax dat [bedrijf02] daarvoor € 900,00 heeft ontvangen. Dat bedrag is veel lager dan EUC aan Herbax heeft genoemd in de offerte, terwijl EUC en Herbax hebben afgesproken dat slechts zuiver de kosten zouden worden doorbelast. De prijs die [bedrijf02] hanteert voor een herinspectie van een dergelijk project in 2023 bedraagt volgens haar prijslijst € 1.850,00 exclusief btw. Dat is niet in lijn met de offerte van destijds en als Herbax dit toen had geweten, had zij de offerte niet ondertekend.
EUC stelt daartegenover dat de kosten van [bedrijf02] voor de herinspectie € 2.925,00 bedroegen. Daar heeft [bedrijf02] nog € 500,00 bovenop gedaan voor EUC . Dat resulteerde in het totaalbedrag, exclusief btw, dat is doorbelast aan Herbax. EUC betwist dat is afgesproken dat de kosten een-op-een zouden worden doorbelast. De geoffreerde prijs moest kostendekkend zijn. Het door Herbax genoemde lagere bedrag van € 900,00, is een resultaat van verrekeningen tussen EUC en [bedrijf02] , aldus EUC .
4.13
De kantonrechter oordeelt dat ook hierbij Herbax geen beroep op dwaling toekomt. EUC heeft gemotiveerd betwist dat de kosten van de herinspectie veel lager waren dan het bedrag dat aan Herbax is geoffreerd en gefactureerd. EUC heeft een verrekening tussen haar en [bedrijf02] als verklaring gegeven voor het door Herbax genoemde bedrag € 900,00. Die verklaring wordt door de correspondentie tussen partijen (zoals overgelegd met productie 1 bij conclusie van antwoord) niet weersproken. Uit die correspondentie valt immers geen reactie van [bedrijf02] op te maken (over bijvoorbeeld de onjuistheid van deze verklaring van EUC ), maar enkel een summiere weergave van Herbax van wat [bedrijf02] haar zou hebben verteld.
4.14
Ook de prijslijst van 2023 biedt de kantonrechter onvoldoende aanwijzing dat EUC Herbax zodanig heeft ingelicht dat Herbax daardoor dwaalde. Op deze prijslijst staan diverse herinspecties voor het bedrag van € 1.850,00, maar hier staat niet bij dat dit Scope 12-(her)inspecties zijn. De op de prijslijst genoemde
Scope 12-
Conclusie
4.20
De kantonrechter passeert de verweren van Herbax. Dit betekent ook dat Herbax is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting het factuurbedrag tijdig te voldoen. De daarop gegronde hoofdsom wordt daarom toegewezen. Hierna wordt nog ingegaan op de nevenvorderingen van EUC .
Wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incasso- en proceskosten
4.21
Tussen partijen is sprake van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a BW. De vordering tot betaling van de wettelijke handelsrente over de hoofdsom is als zodanig niet weersproken en wordt toegewezen.
4.22
EUC vordert vergoeding van € 539,43 aan buitengerechtelijke incassokosten. De vordering toetst de kantonrechter aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat EUC voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. Ook de wettelijke rente over het gevorderde bedrag zal worden toegewezen.
4.23
Herbax is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van EUC als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
108,41
- griffierecht
€
487,00
- salaris gemachtigde
- nakosten
€
€
528,00
124,00
(2,00 punten × € 264,00)
Totaal
€
1.247,41
4.24
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
5.1
veroordeelt Herbax om aan EUC tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 4.144,25, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 18 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2
veroordeelt Herbax om aan EUC tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 539,43 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 18 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.3
veroordeelt Herbax om aan EUC tegen behoorlijk bewijs van kwijting de proceskosten te betalen, aan de zijde van EUC tot dit vonnis vastgesteld op € 1.247,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van 1.123,41 (de proceskosten exclusief de nakosten) vanaf de datum van deze uitspraak tot de dag der algehele voldoening. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet Herbax ook de kosten van betekening betalen. Bij niet betaling van de nakosten van
€ 124,00 binnen twee weken na betekening van het vonnis is Herbax ook over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening;
5.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Schouw en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.