Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-07-19
ECLI:NL:RBZWB:2023:5272
Civiel recht; Arbeidsrecht
Bodemzaak
3,110 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 10178346 \ CV EXPL 22-3346
Vonnis van 19 juli 2023
in de zaak van
[eiser01]
,
te [plaats01] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser01] ,
gemachtigde: mr. M. Booij,
tegen
DEME OFFSHORE NL B.V.
,
te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: DEME,
gemachtigde: mr. S.M. Rosier.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 januari 2023
- de door DEME ingediende aanvullende producties tot en met productie 77
- de door [eiser01] ingediende aanvullende producties tot en met productie 99
- de mondelinge behandeling van 24 mei 2023 (met spreekaantekeningen van de gemachtigden van partijen), waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
DEME is een wereldwijd opererend bedrijf in offshore baggerwerkzaamheden, oplossingen voor de offshore energie, waterbouwkundige werken en bodemsanering. Op 30 juni 1997 is [eiser01] bij (de rechtsvoorganger van) DEME in dienst getreden als Surveyor tegen een bruto maandloon van laatstelijk € 4.438,45 bruto, exclusief emolumenten voor het werken in Nederland.
2.2.
Op 2 januari 2017 heeft [eiser01] zich per 29 december 2016 ziek gemeld. Bij besluit van 7 december 2018 heeft het Uwv aan [eiser01] een WIA-uitkering (loongerelateerde WGA-uitkering) toegekend. Bij besluit van 21 oktober 2020 heeft het Uwv de loongerelateerde WGA-uitkering per 26 januari 2021 omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering.
2.3.
Partijen hebben veel onenigheid gehad met elkaar en het Uwv over (de mate van) arbeidsongeschiktheid en re-integratie van [eiser01] . Tot 4 augustus 2022 heeft [eiser01] (aangepast) werk verricht. Daarna heeft [eiser01] niet meer gewerkt. Op 29 augustus 2022 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen partijen en hun gemachtigden. In het gespreksverslag hiervan (productie 78 bij dagvaarding) staat onder meer het volgende: “
DEME stelt voorstel om [naam01] in te zetten om een FML op te laten stellen met als basisinformatie de drie medische rapporten welke voor de WIA-beoordelingen zijn gebruikt. Voor dit onderzoek is een Medische machtiging noodzakelijk. Deze werkwijze is het meest zuivere. Het loon blijft opgeschort totdat de medische machtiging ondertekend is.
(…)
Mr. [naam03] geeft aan akkoord te gaan met het voorstel.
”
2.4.
Op 6 september 2022 ontving [eiser01] een door hem te ondertekenen formulier (medische machtiging) van [naam01] , waarop een zestal door [naam01] te beantwoorden vragen staat, waaronder de vraag wat het belastbaarheidsprofiel (FML) van [eiser01] is. [eiser01] heeft vervolgens meegedeeld dat hij het er niet mee eens is dat [naam01] andere vragen gaat onderzoeken en beantwoorden dan de vraag naar de FML. In reactie daarop heeft DEME aan [eiser01] gevraagd of hij bereid is om een formulier te ondertekenen met alleen de vraag naar de FML en de prognosevraag (“
Wanneer wordt een verandering van de belastbaarheid verwacht
”). Per e-mailbericht van 14 oktober 2022 heeft [eiser01] laten weten dat hij alleen een formulier wenst de ondertekenen met als enige vraag wat de FML is. [eiser01] voegt daaraan toe dat dat ook is wat is afgesproken en dat de andere vraag al door bedrijfsarts [naam02] is beantwoord.
Geschil
3.1.
[eiser01] vordert - samengevat - veroordeling van DEME tot betaling van:
I. het correcte loon van november 2021 van € 409,32 bruto, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag;
II. het correcte loon van december 2021 van € 630,75 bruto, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag;
III. een brutobedrag van € 6.748,29, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag, over de periode van 3 juni 2022 tot en met 4 augustus 2022;
IV. een bruto maandloon van € 3.439,80, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag, over de periode vanaf 5 augustus 2022 totdat er een rechtsgeldig einde komt aan de arbeidsovereenkomst;
V. de maximale wettelijke verhoging over het onder I tot en met IV gevorderde;
VI. € 986,78 aan buitengerechtelijke incasso tot en met 31 oktober 2022;
VII. de wettelijke rente over het onder I tot en met VI gevorderde;
VIII. de proces- en nakosten.
3.2.
DEME voert verweer. DEME concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser01] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser01] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser01] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
[eiser01] stelt dat hij over de periode vanaf 3 juni 2022 recht heeft op (achterstallig) loon.
Wat betreft het deel van deze vordering tot 4 augustus 2022 voert DEME als verweer dat zij haar loonbetalingsplicht over deze periode rechtsgeldig heeft opgeschort. De kantonrechter overweegt dat het hierbij niet gaat om een loonopschorting op grond van artikel 7:629 lid 6 BW, maar om een uitoefening van het algemene opschortingsrecht ex artikelen 6:52 BW en 6:262 BW. Immers, de loonopschorting van artikel 7:629 BW kan alleen zien op het loon tijdens de eerste twee jaren van arbeidsongeschiktheid en in dit geval is die periode al verstreken.
Wat betreft het deel van deze vordering vanaf 4 augustus 2022 voert DEME als verweer dat [eiser01] vanaf 4 augustus 2022 geen arbeid heeft verricht en dat dit in redelijkheid voor rekening van [eiser01] behoort te komen, omdat hij niet heeft voldaan aan het redelijke voorschrift van DEME om in te stemmen met een onderzoek naar een belastbaarheidsprognose.
4.2.
In het kader van haar (opschortings)verweer beroept DEME zich op een op 29 augustus 2022 tussen partijen gemaakte afspraak. Deze afspraak komt er – met verwijzing naar rechtsoverweging 2.3. – op neer dat het loon opgeschort blijft totdat [eiser01] de medische machtiging voor het opstellen van een FML door [naam01] heeft ondertekend.
4.3.
In vervolg op de afspraak van 29 augustus 2022 ontving [eiser01] een door hem te ondertekenen formulier. Echter, dit formulier bevatte naast de FML nog vijf vragen die [naam01] zou moeten beantwoorden. [eiser01] was het daarmee niet eens en daarom weigerde hij het betreffende formulier te ondertekenen. Vervolgens is er tussen (de gemachtigden van) partijen gecorrespondeerd. Uiteindelijk heeft DEME per e-mailberichten van 14 oktober 2022 en 20 oktober 2022 aangegeven dat zij bereid is om aan [eiser01] een aangepast formulier te (laten) versturen, waarop alleen de vragen naar de FML (als overeengekomen) en de prognose (als redelijke instructie) staan. Echter, [eiser01] weigerde dat en was blijkens e-mailberichten van 14 oktober 2022 en 17 oktober 2022 alleen bereid om een formulier te ondertekenen met uitsluitend de vraag naar de FML.
4.4.
In de kern komt (dit deel van) het geschil tussen partijen erop neer of voormelde weigering van [eiser01] terecht was of niet. Als de weigering niet terecht was, slaagt het (opschortings)verweer en zullen de betreffende vorderingen van [eiser01] afgewezen worden, terwijl anders de vorderingen van [eiser01] (deels) toewijsbaar zijn.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser01] ten onrechte weigerde om een formulier met alleen de FML en de prognose te ondertekenen. Immers, de FML was overeengekomen en de vraag om in stemmen met de prognosevraag geldt als een redelijk voorschrift in de zin van artikel 7:660a BW. Een nadere motivering van dit oordeel volgt hieronder.
4.6.
Dat partijen overeengekomen zijn dat het loon opgeschort blijft totdat [eiser01] de medische machtiging ten behoeve van de FML ondertekent, blijkt uit het onder 2.3 van dit vonnis (deels) geciteerde verslag van het gesprek van 29 augustus 2022. (De gemachtigde van) [eiser01] heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat de insteek van partijen anders was dan is weergegeven in het gespreksverslag, namelijk dat niet de vraag was óf [eiser01] passend werk bij DEME kon verrichten, maar eerder hoe dat het beste vorm gegeven kon worden, bijvoorbeeld met behulp van een aangepaste stoel of een speciale computermuis. De kantonrechter ziet echter geen aanknopingspunten voor deze door [eiser01] gestelde afwijkende (uitleg van de) afspraak. Daarom gaat de kantonrechter uit van de afspraak zoals die blijkt uit het onder rechtsoverweging 2.3. deels geciteerde gespreksverslag, waaruit de overeenstemming met betrekking tot de FML blijkt.
4.7.
In voormeld gespreksverslag met de tussen partijen gemaakte afspraak staat echter niets over een onderzoek naar de prognose. Pas na het maken van deze afspraak stelt DEME de eis dat [naam01] eveneens dient te onderzoeken wanneer er een verandering in de belastbaarheid wordt verwacht. Desondanks is de weigering van [eiser01] om een formulier (medische machtiging) met de vragen naar de FML én de prognose te ondertekenen naar het oordeel van de kantonrechter onterecht. Weliswaar was de prognosevraag niet overeengekomen, maar het (dwingende) verzoek van DEME aan [eiser01] om eveneens in te stemmen met deze vraag – naast de overeengekomen vraag naar de FML – geldt naar het oordeel van de kantonrechter als een redelijke voorschrift in de zin van artikel 7:660a lid 1 aanhef en onder a. BW. Immers, bij een onderzoek naar welke mogelijkheden een werknemer heeft en wat eventueel als passende arbeid kwalificeert, is ook relevant om te weten of en zo ja wanneer er een verandering in de belastbaarheid wordt verwacht. Dat wordt ook wel door [eiser01] erkend, maar [eiser01] stelt zich op het standpunt dat [naam02] al een prognose heeft gegeven in zijn advies van 15 februari 2022. Daarom hoefde de prognose volgens [eiser01] niet opnieuw onderzocht te worden. De kantonrechter oordeelt echter anders. Uit het adviesverslag van [naam02] volgt dat (een belangrijk deel) van het onderzoek van [naam02] dateert van november 2021. Die informatie oordeelt de kantonrechter is eind augustus 2022 niet meer actueel, mede in het licht van de onweersproken stelling van DEME dat in de tussenliggende periode ook sprake is geweest van (veel) ziekteverzuim.
4.8.
Kortom, de kantonrechter is van oordeel dat [eiser01] ten onrechte heeft geweigerd een medisch machtigingsformulier te ondertekenen ten behoeve van een onderzoek door [naam01] eind 2022 naar de FML en de prognose. Op grond van de op 29 augustus 2022 tussen partijen gemaakte afspraak brengt dat wat betreft de loonvordering van 3 juni 2022 tot 4 augustus 2022 mee dat het opschortingsverweer van DEME slaagt. Bovendien brengt dat mee dat ook de loonvordering vanaf 5 augustus 2022 afgewezen zal worden, omdat [eiser01] door de weigering in strijd met artikel 7:660a BW geen gevolg heeft gegeven aan een door DEME gegeven redelijk voorschrift. Door deze opstelling van [eiser01] is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een situatie dat het niet verrichten van arbeid in redelijkheid voor rekening van [eiser01] behoort te komen. Oftewel, de loonvorderingen vanaf 3 juni 2022 – en de daarmee samenhangende nevenvorderingen – zullen worden afgewezen.
4.9.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt DEME om aan [eiser01] te betalen een bedrag van € 240,89, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 176,18 vanaf 27 oktober 2022 tot de dag van de (algehele) voldoening,
5.2.
bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten dient te dragen,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2023.