Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-06-15
ECLI:NL:RBZWB:2023:4682
Strafrecht
Raadkamer
1,559 tokens
Dictum
[klager01]
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01]
hierna te noemen: klager.
bijgestaan door mr. G.A. Speelman, advocaat te Amsterdam.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 11 oktober 2022 onder klager in beslag is/zijn genomen: een personenauto van het merk, Volvo, type, P245 en voorzien van het [kenteken01] .
het klaagschrift, ingediend op 2 januari 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
het verweerschrift van de officier van justitie;
het proces-verbaal van de openbare raadkamer behandeling van 6 april 2023; en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is eerder behandeld in raadkamer op 6 april 2023. Met instemming van de officier van justitie, klager en de raadsman van klager, mr. G.A. Speelman wordt het klaagschrift op de in het raadkamerdossier aanwezige stukken afgedaan.
Klager heeft eerder aangevoerd dat er onder hem een auto (Volvo met [kenteken01] ) in beslag is genomen. Klager heeft de auto in goed vertrouwen van een particulier gekocht. Naar het oordeel van klager waren er geen omstandigheden die er toe zouden moeten hebben geleid dat hij diende te twijfelen aan de omstandigheden van de aankoop van de auto. De auto is gekeurd en klager heeft navraag gedaan bij de RDW. Klager is van mening dat politie en justitie de nodige fouten hebben gemaakt en klager is de mening toegedaan dat politie en justitie niet tot vernietiging van de auto kunnen overgaan.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op 6 april 2023 op het standpunt gesteld dat de auto geretourneerd kan worden aan klager mits blijkt dat de RDW zorg kan dragen dat de auto (wederom) op kenteken kan worden gezet met overeenstemmende VIN-nummers zodat de auto legaal aan het maatschappelijk verkeer deel kan nemen. De officier van justitie heeft op dat moment toegezegd dat de auto niet vernietigd zal worden en dat de auto (door of namens klager) opgehaald, getransporteerd, herkeurd, verzekerd en op kenteken zal moeten worden gezet naar en door de RDW.
Klager en de raadsman van klager hebben zich op het standpunt gesteld aan deze voorwaarden te zullen voldoen.
De raadsman van klager heeft op 22 mei 2023 meerdere schriftelijke bescheiden overgelegd vanuit klager aangaande correspondentie met de RDW waaruit, kortgezegd, blijkt dat de auto (wederom) op kenteken kan worden gezet met overeenstemmende VIN-nummers.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Ingevolge artikel 116, eerste lid, Sv doet het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene, zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. In het systeem van de wet ligt aldus besloten dat, indien het Openbaar Ministerie bij de behandeling van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv te kennen geeft van oordeel te zijn dat het belang van strafvordering zich niet meer tegen de gevraagde teruggave verzet, de rechter, zonder zelf in een beoordeling van dit laatste punt te treden, op het klaagschrift dient te beslissen. Dit is bijvoorbeeld van belang bij een klaagschrift dat is gericht tegen het voornemen van de officier van justitie om de inbeslaggenomen voorwerpen terug te geven aan anderen dan de beslagene. In dat voornemen ligt, gelet op artikel 116, eerste lid, Sv, besloten dat het belang van strafvordering zich niet meer tegen teruggave verzet. Het staat de rechter dan niet vrij bij de beoordeling van het klaagschrift te treden in de vraag of zodanig belang aan de teruggave in de weg staat.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de eerder openbare raadkamerbehandeling van 6 april 2023, het standpunt van de officier van justitie dat er geen verder strafvorderlijk belang meer is gediend nu de RDW heeft verklaard dat herinslag van de VIN-nummers aan de auto en de omstandigheid dat de auto daarmee (wederom) op kenteken kan worden gezet, het klaagschrift gegrond verklaard dient te worden. De auto zal worden teruggegeven aan klager.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het klaagschrift gegrond;
gelast de teruggave van;
-
een personenauto, Volvo P 245
;
aan klager.
Deze beslissing is op 15 juni 2023 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatie
worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).