Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-06-28
ECLI:NL:RBZWB:2023:4636
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,277 tokens
Inleiding
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaak/rolnr.: 10048150 CV EXPL 22-3004
vonnis d.d. 28 juni 2023
inzake
[eiser01]
,
wonende en zaakdoende te [plaats01] ( [land01] ),
eiser,
gemachtigde: [naam01] , werkzaam ten kantore van [bedrijf01] te [plaats02] ,
tegen
[gedaagde01]
h.o.d.n.
[bedrijf gedaagde01]
,
wonende op een geheim adres te [plaats03] en zaakdoende te ( [postcode01] ) [plaats04] aan het adres [adres01] ,
gedaagde,
gedeeltelijk kosteloos procederend middels een toevoeging onder nummer: [nummer01] ,
gemachtigde: mr. A. Quispel, advocaat te Oud-Beijerland.
Partijen worden hierna aangeduid “ [eiser01] ” en “ [gedaagde01] ”.
1
Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de dagvaarding van 2 augustus 2022 met producties;
b. de conclusie van antwoord van 16 november 2022 met producties;
c. de conclusie van repliek van 14 december 2022;
d. de conclusie van dupliek van 8 februari 2023 met producties;
e. de akte uitlaten producties van [eiser01] van 8 maart 2023.
Geschil
2.1
[eiser01] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde01] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 16.200,72, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 14.870,00 vanaf 2 augustus 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde01] in de proceskosten, nakosten en de rente daarover.
2.2
[gedaagde01] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser01] in de proces- en nakosten.
Beoordeling
3.1
Alvorens in te gaan op het inhoudelijke geschil tussen partijen overweegt de kantonrechter het volgende.
3.2
Nu [eiser01] woonachtig is in [land01] , draagt de onderhavige procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag beantwoord te worden of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend en wel op grond van artikel 4 van de in deze toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012. De Nederlandse rechter is bevoegd, aangezien [gedaagde01] in Nederland woonachtig is.
3.3
Voorts is van belang welk recht op de overeenkomst van toepassing is. De kantonrechter heeft onvoldoende informatie om daarover een beslissing te nemen, zodat zij aanleiding ziet een mondelinge behandeling te bepalen.
3.4
Tijdens de mondelinge behandeling zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld om de kantonrechter nader in te lichten over de zaak. In ieder geval zal het toepasselijk recht ter sprake komen. In dat kader is van belang, dat als [eiser01] van mening is dat op de vordering Pools recht van toepassing is, zij haar vordering naar Pools recht dient te onderbouwen. Deze onderbouwing dient uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling te zijn ontvangen door de kantonrechter en de gemachtigde van de wederpartij. De kantonrechter wijst partijen erop dat, voor zover zij dit wensen, zij ook thans nog kunnen kiezen dat Nederlands recht op de vordering van toepassing is (artikel 3 lid 2 Rome I verordening).
3.5
Partijen zullen tijdens de mondelinge behandeling ook de gelegenheid krijgen hun overige stellingen nader te onderbouwen. Voor zover zij daartoe nadere producties willen overleggen, dienen deze uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling te zijn ontvangen door de kantonrechter en de gemachtigde van de wederpartij.
3.6
Tot slot zal ter mondelinge behandeling worden onderzocht of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
3.7
Partijen kunnen zich tijdens de mondelinge behandeling laten bijstaan door een eigen adviseur en/of gemachtigde.
3.8
De kantonrechter wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter gelegenheid van de mondelinge behandeling gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.
3.9
Alvorens een datum en tijdstip voor de mondelinge behandeling te bepalen, zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen hun verhinderdata door te geven voor de vijf maanden na de hierna te noemen rolzitting.
3.10
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de terechtzitting van
woensdag 12 juli 2023 te 09.00 uur
, voor een akte door partijen zoals bedoeld in overweging sub 3.9;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op
28 juni 2023.