Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2023-06-28
ECLI:NL:RBZWB:2023:4565
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,789 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10439900 \ CV EXPL 23-1283
Vonnis van 28 juni 2023
in de zaak van
STICHTING CASADE
,
te Kaatsheuvel (gemeente Loon op Zand),
eisende partij,
hierna te noemen: Casade,
gemachtigde: GGN Brabant,
tegen
[gedaagde01]
,
te [plaats01] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde01] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 26 april 2023;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 30 mei 2023;
- de akte tevens houdende wijziging van eis van de zijde van Casade.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Tussen partijen staat vast dat Casade met [gedaagde01] een huurovereenkomst heeft gesloten met betrekking tot de woning aan de [adres01] te [plaats01] tegen een huurprijs van laatstelijk € 686,61 per maand. Vanaf 1 juli 2023 bedraagt de huur € 701,50 per maand.
Geschil
3.1.
Casade vordert (na wijziging van eis) de tussen partijen bestaande huurovereenkomst te ontbinden en [gedaagde01] te veroordelen het gehuurde te ontruimen, alsmede om hem te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.319,47 aan huurachterstand inclusief buitengerechtelijke incassokosten en verschenen rente, een gebruiksvergoeding en schadevergoeding, vermeerderd met rente, met veroordeling van [gedaagde01] in de proceskosten.
3.2.
[gedaagde01] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Casade, met veroordeling van Casade in de kosten van deze procedure.
Beoordeling
4.1.
Casade legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde01] tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst omdat hij een achterstand in de huurbetalingen heeft doen ontstaan. Het verzuim is ingetreden, zodat [gedaagde01] tevens de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is geworden.
4.2.
[gedaagde01] erkent dat sprake is van een huurachterstand, maar voert verweer tegen de
gevorderde ontbinding en ontruiming. De huurachterstand is volgens hem ontstaan tijdens de periode dat hij onder bewind stond; [gedaagde01] wil een betalingsregeling treffen en hij wil graag in de woning blijven wonen met zijn kind.
4.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is tussen partijen vast komen te staan dat de achterstand in de huurbetalingen tot 30 mei 2023 in totaal € 3.036,27 bedraagt. Casade en [gedaagde01] hebben met elkaar afgesproken dat [gedaagde01] naast de maandelijkse huurprijs tevens maandelijks € 150,00 zal aflossen op de huurachterstand. Dit brengt mee dat de vordering tot betaling van de huurachterstand als volgt zal worden toegewezen.
4.4.
Gebleken is dat op het moment van dagvaarden een huurachterstand heeft bestaan van meer dan drie maandelijkse termijnen, zodat sprake is van een zodanige tekortkoming door [gedaagde01] dat een ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd. De omstandigheid dat de huurschuld tijdens het bewind is ontstaan en dat partijen tijdens de zitting een betalingsregeling hebben getroffen, maakt dit oordeel niet anders. Het voorgaande betekent derhalve dat de gevorderde ontbinding en ontruiming zal worden toegewezen.
4.5.
De kantonrechter wijst [gedaagde01] er overigens op dat Casade niet verplicht is van het vonnis gebruik te maken. Een goede betalingsregeling, die stipt wordt nagekomen, leidt er vaak toe dat het niet tot een ontruiming en ontbinding van de huurovereenkomst komt.
4.6.
Casade vordert een bedrag dat is gebaseerd op het bepaalde in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Het gevorderde bedrag van € 261,33 inclusief btw komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
4.7.
Casade heeft onweersproken gesteld dat zij geprobeerd heeft om in onderling overleg een regeling te treffen, maar dat dit niet is gelukt waardoor zij genoodzaakt was een gerechtelijke procedure op te starten. Gelet hierop en het feit dat [gedaagde01] ongelijk krijgt, zal hij in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Casade als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
129,86
- griffierecht
€
487,00
- salaris gemachtigde
€
528,00
(2,00 punten × € 264,00)
Totaal
€
1.144,86
Dictum
De kantonrechter
ontbindt met ingang van de dag na heden de huurovereenkomst tussen partijen betreffende de woning met aanhorigheden, staande en gelegen te ( [postcode01] ) [plaats01] aan de
[adres01] ;
veroordeelt [gedaagde01] om die woning met alle daarin aanwezige personen en goederen, voor zover deze laatste niet het eigendom van Casade zijn, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen, en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Casade te stellen;
veroordeelt [gedaagde01] om aan Casade te betalen:
een bedrag van € 3.319,27 aan huurachterstand tot en met juni 2023 (inclusief buitengerechtelijke kosten en verschenen rente), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.036,27 vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
een bedrag van € 701,50 (zijnde de huur per 1 juli 2023) voor iedere maand of gedeelte daarvan dat gedaagde het gehuurde na de ontbinding van de huurovereenkomst feitelijk in gebruik houdt;
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de zijde van Casade tot dit vonnis vastgesteld op € 1.144,86,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op
28 juni 2023.