Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2022-09-26
ECLI:NL:RBZWB:2022:8609
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Beschikking
1,531 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rekestnummer: C/02/399571 / HA RK 22-144
Beschikking van 26 september 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster01]
,
gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
verzoekster,
advocaat mr. E.C.G. van Loon te Etten-Leur,
en
overige
KAMER VAN KOOPHANDEL
,
gevestigd te Eindhoven,
belanghebbende,
niet verschenen.
1
Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift tot herroeping ontbindingsbesluit, ter griffie ingekomen op 15 juli 2022, met producties genummerd 1 tot en met 11;
- de brief van 28 juli 2022 van mr. Van Loon;
- de aangetekende brief d.d.2 augustus 2022 van deze rechtbank aan de Kamer van Koophandel.
2
Het verzoek
2.1.
Verzoekster verzoekt de rechtbank om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad voor recht te verklaren dat het besluit van de buitengewone vergadering van aandeelhouders van verzoekster van 3 november 2009 tot ontbinding van verzoekster is herroepen.
2.2.
Verzoekster stelt – samengevat – het volgende. Bij besluit van de algemene vergadering van 3 november 2009 is verzoekster ontbonden. Per 17 juni 2010 is zij uit het handelsregister uitgeschreven. Verzoekster exploiteerde een onderneming in visproducten. Ten tijde van het ontbindingsbesluit heeft zij het bestaan van een debiteur per ongeluk over het hoofd gezien. Deze debiteur wenst nu slechts tot betaling over te gaan als verzoekster eerst het destijds door haar gelegde beslag op onroerende zaken opheft. Om uitvoering te kunnen geven aan het opheffen van het beslag, dient het ontbindingsbesluit te worden herroepen. Verzoekster is, door het bestaan van de vordering die nog niet is vereffend, blijven bestaan. Op 7 juli 2022 heeft verzoekster een herroepingsbesluit genomen met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving en haar statuten. Verzoekster heeft, zoals blijkt uit de accountantsverklaring per 31 januari 2010 al haar schulden voldaan, met uitzondering van de rekening-courantverhouding met de aandeelhouder en heeft geen activiteiten meer ontplooit. Er hebben dan ook geen financiële mutaties meer plaatsgevonden sinds 31 januari 2010 en er zijn geen derden bekend die nadeel van de herroeping zouden kunnen ondervinden, aldus verzoekster.
Beoordeling
3.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Het verzoek tot herroeping van het ontbindingsbesluit is niet bij wet geregeld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2014 (ECLI:NL:HR: 2014:3677) is herroeping in beginsel mogelijk. Wel moet aan de herroeping de voorwaarde worden gesteld dat daardoor in de omstandigheden van het geval geen afbreuk wordt gedaan aan de eisen van rechtszekerheid en de rechten en belangen van derden. Voor de herroeping van een ontbindingsbesluit dient volgens de Hoge Raad in ieder geval te zijn voldaan aan de volgende vereisten:
i) de besloten vennootschap is nog niet opgehouden te bestaan;
ii) het herroepingsbesluit is rechtsgeldig genomen;
iii) inzicht dient te bestaan in de vermogenstoestand van de besloten vennootschap op de datum van ontbinding en de datum van herroeping alsmede in de ontwikkelingen in haar vermogenstoestand in de tussenliggende periode;
iv) derden mogen geen nadeel ondervinden van de herroeping.
Het is aan de partij die herroeping verzoekt om de informatie te verschaffen die nodig is om te beoordelen of aan bovengenoemde vereisten is voldaan, met welke derden rekening moet worden gehouden, alsmede in hoeverre na de ontbinding vereffeningshandelingen zijn verricht.
3.2.
Verzoekster heeft het ontbindingsbesluit en het herroepingsbesluit overgelegd. Deze besluiten zijn genomen door de enig aandeelhouder van verzoekster, zoals blijkt uit het uittreksel van het handelsregister, zodat de voor het nemen van besluiten geldende vereisten in acht zijn genomen. Ook heeft verzoekster inzicht gegeven in haar vermogenstoestand en het verloop daarvan tot datum indiening verzoek. Ten slotte heeft verzoekster gesteld dat haar geen derden bekend zijn die nadeel zouden kunnen ondervinden van herroeping van het ontbindingsbesluit, gelet op de vermogenstoestand van verzoekster.
3.3.
De rechtbank heeft de Kamer van Koophandel bij brief van 2 augustus 2022 van het verzoek op de hoogte gesteld. Uit de gegevens van PostNl is gebleken dat de brief ook daadwerkelijk is bezorgd. Van de Kamer van Koophandel is geen reactie op het verzoek ontvangen. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat zij geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek.
3.4.
De rechtbank is van oordeel dat aan de in de rechtspraak ontwikkelde criteria is voldaan, zodat het verzoek kan worden toegewezen. De verzochte uitvoerbaarheid bij voorraad moet als in strijd met de wet ten aanzien van de verklaring voor recht worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank
4.1.
verklaart voor recht dat het ontbindingsbesluit van 3 november 2009 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster01] , laatstelijk statutair gevestigd te [vestigingsplaats01] , is herroepen op 7 juli 2022,
4.2.
draagt de griffier op met overeenkomstige toepassing van artikel 2:19 lid 2 BW deze beschikking, nadat deze in kracht van gewijsde is gegaan, in te schrijven in het register waar de vennootschap is ingeschreven;
4.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Alphen en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2022.